'Eigenlijk ben ik een enorme huismus'

Vertraagd door slecht weer en gebrek aan vliegvergunningen kwam Frank van Veldhuizen pas na vierenhalve maand Kunduz weer thuis. Via Turkije, Zweden, Noorwegen en Duitsland werd hij uiteindelijk met een bus naar huis gebracht.

Omdat de terugreis zo onvoorspelbaar was, had hij zijn gezin niet gezegd wanneer hij zou aankomen. Om half drie ’s nachts stak hij de sleutel in het slot van zijn huis in Leiden. „De hond begroette me alsof ik hier gisteren nog was.” Toen hij de trap opsloop, werden ook zijn vrouw Nicoline, dochter Anoek en zoon Pim wakker.

„De ervaring in Afghanistan heeft mij niet veranderd, maar wel opnieuw doen inzien hoe belangrijk mijn thuis, mijn gezin, voor me is.” Frank van Veldhuizen lacht: „Eigenlijk ben ik een enorme huismus.”

Dat was niet te zien toen majoor Van Veldhuizen (47) als hoogste marechaussee in Kunduz de vervolgopleiding voor bestaande agenten optuigde. Met trainingen in handboeien omdoen, auto’s doorzoeken, omgaan met explosieven en EHBO.

„Wij zijn daar met niets begonnen en we hebben een veilige locatie gevonden voor de opleiding, kennis gemaakt met de key leaders en de basis gelegd voor onze opvolgers.” Iets om trots op terug te kijken, wat de cynici in Nederland ook zeggen. „Alle beetjes helpen voor een veiliger Afghanistan.”

Het land is hem meegevallen. „Al heb ik er veel te weinig van gezien om een oordeel over te hebben.” Hij was „aangenaam verrast” door het niveau van de gemiddelde politieagent. „En ik heb me geen moment onveilig gevoeld.”

Wat hemzelf betreft is hij lang genoeg van huis geweest. Maar hij ziet wel een nadeel in de relatief korte uitzendingen die de Nederlandse krijgsmacht hanteert. De band die hij sinds de zomer heeft opgebouwd met het hoofd opleidingen van de lokale politie in Kunduz, gaat nu verloren. „Dat is het enige vervelende gevoel. Maar ik ben daar steeds eerlijk over geweest. Als Nederland zijn we hier tot 2014, heb ik gezegd, maar elk half jaar komt er een andere club. Als het goed is blijft de manier van werken wel hetzelfde, maar iedereen geeft er een eigen invulling aan.”

Zijn werk in Kunduz zit erop. Of, zoals hij het zelf zegt: „Het boek is dicht”. Al is hij nog wel bezig met het uitzoeken van foto’s om af te drukken en die naar de politie in Kunduz te sturen. Ook moet hij nog een volgende lichting klaarstomen. „Wij werden nog voorbereid door mensen die in Uruzgan hadden gezeten. Wij deden een stap in het duister. Nu kunnen we de echte ervaring, foto’s, verhalen uit Kunduz overbrengen.”

Op het bureau leiderschap en coaching van de marechaussee waar Van Veldhuizen werkt, is hij bij zijn terugkeer geconfronteerd met de Nederlandse realiteit van de defensiebezuinigingen van een miljard euro. „Uiteindelijk blijft er maar één bureau over voor alle krijgsmachtonderdelen samen. Dus ik moet nog maar eens zien of ik daar blijf werken of opnieuw een nieuwe uitdaging zoek.”