Een familiereünie in de Zesdaagse

De wielerbroers Michel en Raymond Kreder zijn deze week een koppel bij de Zesdaagse van Rotterdam. En dit seizoen zijn ze ook ploeggenoten op de weg.

Kreder, Kreder, Kreder. De Zesdaagse van Rotterdam heeft dit jaar wel wat weg van een familiereünie. Op de startlijst van de dertigste wielerzesdaagse van Rotterdam in sportpaleis Ahoy staat drie keer dezelfde achternaam.

Een uur voor het begin van de Zesdaagse van Rotterdam, afgelopen donderdag, zitten de wielerbroers Michel (24) en Raymond (22) Kreder naast elkaar in hun houten cabine op het middenterrein van de wielerbaan. Neef Wesley Kreder (21) trekt in een hokje ertegenover net zijn oranje wedstrijdshirt aan. Vanaf de tribune zwaait een familiedelegatie naar de twee broers. Voor de Kreders is de zesdaagse bijna een thuisduel. „Wij wonen allen in Zevenhuizen, hier 15 kilometer vandaan”, lacht Michel Kreder. „Er zit elke avond iemand voor ons op de tribune.” 

Raymond en Michel Kreder bereiden zich in Rotterdam voor op hun eerste gezamenlijke profjaar in de Amerikaanse wielerploeg Garmin-Cervélo. Michel begint aan zijn derde seizoen bij Garmin, Raymond debuteert dit seizoen bij de eliterenners. „Het is al bijzonder dat we allebei prof zijn geworden. Nu fietsen we ook bij elkaar in de ploeg, dat maakt het nog mooier”, zegt Michel.

Zittend op het dunne matrasje in hun cabine, waar ze zes dagen lang tussen de avondraces door even kunnen uitrusten, vertelt Raymond dat hij met zijn broer aan het eind van de zesdaagse, morgenavond, in de top vijf wil staan. Maar bovenal geldt de koers als voorbereiding op het wegseizoen. „De snelheid die je hier op de baan haalt, haal je in de trainingen bijna nooit. Op de baan moet je 120 omwentelingen per minuut trappen als je met de rest mee wilt, op de weg is dat heel moeilijk haalbaar.” Zes dagen topsnelheid, waarbij de renners in de sprint harder gaan dan 50 kilometer per uur en in minder dan dertien seconden over de ovale houten baan flitsen, is volgens hen een perfecte aanvulling op het trainingsprogramma.

Terwijl de geluidsinstallatie en de discolichten in Ahoy alvast worden getest – de renners fietsen zes dagen lang in een soort discotheek met lopend buffet op het middenterrein – vertellen de broers over hun beginnende profcarrière bij de Amerikaanse wielerploeg.

Raymond Kreder was de eerste die de oceaan overstak. Hij kreeg op zijn achttiende het aanbod bij de opleidingsploeg van Garmin te fietsen. „Daar moest ik wel even over nadenken, ik heb er veel met mijn ouders over gesproken”, zegt de 22-jarige renner. Hij zou de allereerste Europese coureur in de ploeg zijn en veel alleen naar de VS moeten reizen. „Maar het was ook een uitdaging, ik was benieuwd of ik het in mijn eentje zou kunnen.”

Bij het Amerikaanse opleidingsteam reed Raymond Kreder in exotische etappekoersen als de Rutas de America in Uruguay en de Giro do Interior de São Paulo in Brazilië. „De omgeving is anders dan België, maar als je aan het koersen bent denk je er eigenlijk niet zoveel over na. Op rustige momenten kun je heel even om je heen kijken maar normaal gesproken komen we er weinig aan toe.” Wat wel wennen was: hij kende zijn tegenstanders niet. „Ik wist niet op wie ik moest letten in de koers.”

Hoewel Raymond Kreder nog relatief jong en onervaren was, merkte hij dat zijn Amerikaanse ploeggenoten vanaf het begin voor hem reden tijdens wedstrijden. „Misschien omdat ik de eerste Europeaan in het team was.” Bij zijn oude ploeg, het Belgische Davo, was meer rivaliteit.

Michel Kreder maakte eind 2009 de overstap naar Garmin. Hij reed in het opleidingsteam van Rabobank, toen ook hij een aanbod kreeg van de Amerikanen. Hij kende de ervaringen van zijn broertje en sprak met landgenoot Martijn Maaskant, die al voor Garmin fietste. Ook Michel Kreder vond het wel speciaal, zo’n Amerikaanse ploeg.

Zijn debuutjaar verliep goed. Hij viel direct op in de Rondes van Murcia en Catalonië, werd derde in de GP Miguel Indurain. Ook in de Brabantse Pijl reed hij lang vooraan mee. Toch was het niet altijd makkelijk, als jonge profdebutant. „Ze duwen je nog net niet van de weg af, je moet je plek echt afdwingen.”

In 2010 reed Michel Kreder ook zijn eerste grote profronde, de Vuelta. „Dat was superzwaar. Ik had nooit langer gekoerst dan tien dagen.” Hij merkte dat 21 dagen dan erg lang is. „Bij de start zit de verzuring van de vorige dag nog in je benen”.

Vorig seizoen behaalde Michel Kreder zijn eerste profoverwinning. In de tweede etappe van de Franse koers Circuit de la Sarthe versloeg hij de Italiaanse topsprinter Daniele Benatti. Vlak daarna kreeg hij een terugslag. „Ik had gedacht dat ik in mijn tweede profjaar twee stappen vooruit zou kunnen zetten, maar het lukte niet. Mijn benen wilden gewoon niet”, blikt hij terug. Hoewel Michel Kreder eerst, zoals alle renners, wilde doorrijden, waren twee weken complete rust uiteindelijk de beste remedie.

Van jongs af aan droomden de broers Kreder van een wielercarrière, vertellen ze. Toen ze achttien werden zeiden hun ouders dat ze vier jaar de tijd kregen er alles aan te doen. En het is gelukt, in hetzelfde team nog wel. Hoewel ze nog niet weten in welke koers ze voor het eerst als ploeggenoten bij de profs gaan samen rijden, zeggen ze nu al naar dat moment uit te kijken. „Ooit willen we samen in een kopgroep zitten, en dan ervoor zorgen dat een van ons de koers wint”, vertellen de twee met een grijns.