Dubbellevens in knappe Amerikaanse tv-series

Eenmaal van de schrik bekomen dat de publieke omroep twee recente Amerikaanse superseries op zondagavond uitzendt, is het tijd ze eens inhoudelijk te vergelijken. Want van zowel Homeland (BNN) als Breaking Bad (VPRO) wordt beweerd dat het „de beste tv-serie aller tijden is”.

Onzin, want dat blijft The Sopranos, maar het niveau wordt benaderd. Bovendien gaan beide nieuwe series over een of meer dubbellevens, altijd een dramatische goudmijn.

Door een vorige week dagelijks doordraaien van het eerste seizoen zijn we nu in seizoen 2 van Breaking Bad beland. Skyler (Anna Gunn), de hoogzwangere vrouw van hoofdpersoon Walter White (Bryan Cranston), heeft nog steeds geen idee waar de terminaal zieke scheikundeleraar zijn dagen doorbrengt. Hij fabriceert stiekem crystal meth om zijn bestraling te betalen en geld achter te laten voor zijn familie.

Het contrast tussen de spijkerharde en moorddadige drugswereld en de huis-, tuin- en keukenproblemen van de burgerij in Albuquerque wordt bekwaam en vol zwarte humor uitgespeeld, als in een film van de gebroeders Coen. Want ook de rechtschapen schoonfamilie van Walt blijkt niet helemaal brandschoon.

Goeie serie, leuke serie, chapeau! Maar Homeland gaat vele stapjes verder en behoort daarmee in een andere divisie thuis. Hier weten niet alleen sommige personages niet waar ze aan toe zijn, maar ook de kijker.

De ambivalentie wordt alleen maar vergroot door de bloedmooie leader, die we gisteren voor het eerst mochten zien. Hoofdpersoon is CIA-specialist Carrie Mathison (Claire Danes) die een uit Irak teruggekeerde oorlogsheld (Damian Lewis) dag en nacht bespioneert: illegaal, met alle Stasi- en Watergate-apparatuur die daarbij hoort.

Ze denkt namelijk dat de held tijdens acht jaar krijgsgevangenschap door al-Qaeda in een mol is veranderd. Daar zijn aanwijzingen voor, zoals het buiten bereik van de camera's in de garage uitrollen van een gebedsmatje richting Mekka.

Maar Carrie blijkt antipsychotica te slikken en een labiel verleden te hebben. Redt zij de homeland security of is ze een paranoïde moslimvreter?

Zo reflecteert Homeland beter en eerder dan de bioscoopfilms in Hollywood op de aard van de loden jaren die bijna achter ons liggen. Het was geen pretje, de oorlog tegen de terroristen. Maar was de waakzaamheid altijd noodzakelijke zelfverdediging of soms ook pathologisch, gedreven door de angst om weer een aanval als die van 11 september over het hoofd te zien?

Na twee afleveringen zijn er voor beide lezingen nog volop bewijzen zichtbaar. Dat is zeldzaam meesterschap: dubbelzinnige televisie op primetime.