Die Toyota van rechts had hij echt niet gezien

Mike veroorzaakte een ongeluk met dodelijke afloop.

Van opzet was geen sprake. Maar „onoplettend gedrag” wordt streng bestraft.

Wie: Mike C. (20) uit IJmuiden

Waar: rechtbank Amsterdam

Staat terecht voor: het veroorzaken van een ongeval met dodelijke afloop

Na het verhoor zeiden agenten tegen de twintigjarige Mike C.: „Ga even zitten, we moeten iets ergs vertellen.”

Dertien dagen daarvoor was Mike rond kwart over vijf weggereden van zijn werk bij een overslagbedrijf in het Amsterdamse havengebied. Hij vertrok tegelijk met een collega die ook met de auto was. Ze reden een stukje samen op over de Westpoortweg. Een getuige zou later verklaren dat het er „heel sportief” aan toeging. Mike zat volgens die getuige „bijna op de achterbumper” van zijn collega.

Tegen de rechtbankvoorzitter zegt Mike: „Het zou kunnen dat ik wat harder reed dan tachtig.”

Mike ziet er onopvallend uit. Hij heeft korte blonde haren en draagt een zwart fleecevest. Hij voldoet aan het stereotype beeld van de veroorzaker van de meeste verkeersongelukken: man en jong, nog zonder gezin.

Tijdens het rijden gebaart de collega van Mike dat hij zo naar links zal gaan. Mike steekt zijn duim op. Maar als ze een kruisende weg oversteken, stopt de collega halverwege op het brede middenstuk en draait zijn linkerraampje open. Mike stopt ernaast en draait zijn rechterraam open. De collega heeft net een nieuw huis en vraagt aan Mike: „Ga je nog even mee? Kun je het zien.” Mike stemt toe. De collega noemt geen adres, Mike zal achter hem aanrijden.

Terwijl ze staan te overleggen, toetert een derde automobilist, geïrriteerd, die schuin achter de twee is komen staan en óók wil oversteken. De collega trekt op en steekt de rest van de weg over. Mike trekt ook op. Op dat moment wordt hij vol van rechts geraakt door een Toyota met daarin een man en zijn 83-jarige echtgenote. Zij reden niet te hard, zal onderzoek later uitwijzen. Het zicht was goed. Zoals de officier van justitie zegt: Mike had de Toyota die van rechts kwam kunnen zien en moeten zien.

Tijdens de behandeling van de rechtszaak voor de rechtbank in Amsterdam vraagt één van de rechters: „Hoe verklaart u dat u die auto van rechts niet heeft gezien?” Zachtjes zegt hij: „Daar denk ik nog elke dag over na. Ik heb hem gewoon echt niet gezien. Ik hoorde alleen de klap.”

Mike zegt dat hij in zijn linkerzijspiegel keek voor hij optrok, om te zien of de geïrriteerde automobilist niet tegelijkertijd optrok. Daarna, zegt hij, heeft hij nog naar rechts gekeken. Dat herhaalt hij vijf of zes keer tijdens de zitting, als een mantra. Bij de politie zei hij meer. Dat hij wel had gekeken, maar niet goed. En de automobilist die links van hem stond heeft verklaard dat Mike hém recht in de ogen keek terwijl hij optrok.

Toen de Toyota op de auto van Mike inreed, sloeg Mike over de kop. Hij raakte buiten bewustzijn en werd afgevoerd naar het ziekenhuis. De 83-jarige vrouw brak enkele ribben en haar borstbeen. In het ziekenhuis kreeg ze een longontsteking. Acht dagen na de aanrijding overleed ze aan „functieverlies van vitale organen”. Ze had een zwakke gezondheid, had haar echtgenoot verklaard, maar volgens de officier van justitie bleek uit de sectie duidelijk dat de vrouw als gevolg van het ongeluk is overleden. Haar man is niet naar de zitting gekomen en heeft geen schade geclaimd.

Mike had geen idee. Zijn collega had hem verteld dat een oudere man en vrouw na het ongeluk naast hun auto stonden. Hij dacht: dan zal het wel meevallen. Nadat hij had gehoord dat de vrouw was overleden heeft Mike geprobeerd contact op te nemen met haar echtgenoot. Ook de vader van Mike, hij woont nog bij zijn ouders, heeft dat geprobeerd. Maar van de politie en de verzekering kregen ze de gegevens niet. Mike: „Dat begrijp ik natuurlijk ook best.”

Na het ongeluk heeft Mike niet hoeven blazen. De rechter vraagt hem nu of hij had gedronken, „bijvoorbeeld een biertje na het werk?”

Mike weet heel zeker van niet.

In 2009, hij was toen 17, bleek bij een controle dat hij te veel had gedronken om nog op een brommer te mogen rijden. Vorig jaar heeft hij een werkstraf opgelegd gekregen voor het plegen van openlijk geweld.

Het heeft er volgens de officier van justitie „alle schijn van” dat verdachte op het moment van het ongeluk „met andere dingen bezig was dan goed op het verkeer letten”. Maar van opzet is geen sprake. „Waarom is hier dan toch het strafrecht ingezet?”, vraagt ze retorisch. „Ook het slachtoffer van een ongeluk verdient bescherming van het strafrecht”, zegt ze. „Juist omdat de gevolgen van onoplettend gedrag zo groot kunnen zijn.” Ze eist „een forse” werkstraf van 200 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Twee weken later veroordeelt de rechtbank Mike tot 120 uur werkstraf. Zo zijn de richtlijnen, merken de rechters erbij op. Daarbij mag hij 5 maanden niet autorijden en als hij nog eens de Wegenverkeerswet overtreedt, komen daar nog vijf maanden bij. In zijn voordeel wegen ze mee dat hij heeft geprobeerd contact te zoeken met de nabestaande. Hij zal, schrijven de rechters, ook moeten leven in de wetenschap dat door zijn toedoen iemand is omgekomen.

Merel Thie