De waarde van een staatsbezoek

Gisterochtend bracht ze in Abu Dhabi een bezoek aan de Sheikh Zayed moskee en had haar kleding (hoofddoek, lang gewaad) vanzelfsprekend aangepast aan de regels die in zo’n gebedshuis gelden. Enkele politici in Nederland meenden zich daarover te moeten opwinden.

Maar ’s middags zat koningin Beatrix aan tafel bij het energiebedrijf ADNOC, in gezelschap van onder anderen de Nederlandse minister van Economische Zaken Verhagen, en de voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW, Wientjes. ADNOC, de Abu Dhabi National Oil Company, is een grote onderneming die actief is in gaswinning, aardolie en energieopslag. In potentie een belangrijke handelspartner voor Nederlandse bedrijven. Daarvan zijn er 35 mee met de economische missie die Verhagen leidt in het kielzog van het staatsbezoek dat Beatrix, kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima deze week brengen aan de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en Oman.

Het is het vijftigste staatsbezoek dat Beatrix als koningin aan een land brengt. En in veel gevallen was het doel daarvan niet louter het uitwisselen van hoffelijkheden. Het gaat ook en vooral om zakendoen. Voor wat betreft het actuele bezoek aan de VAE en Oman had minister Verhagen vooraf weer eens herhaald: „Een staatsbezoek is een uitstekende gelegenheid om deuren te openen voor Nederlandse bedrijven.”

En als iemand die deuren kan openen is dat wel het Nederlandse staatshoofd. Dat heeft menig Nederlands bedrijf ervaren. De koningin maakt in veel landen indruk. Door haar eigen persoonlijkheid, maar vooral ook door het eenvoudige gegeven dat zij de koningin ís. Exportland Nederland doet er verstandig aan van deze omstandigheden optimaal te profiteren. Bijvoorbeeld in de opkomende markt die de Golfstaten vormen. Naar de VAE exporteerden Nederlandse bedrijven in 2010 al voor ongeveer 2,7 miljard euro; naar Oman voor 292 miljoen.

Dat wil nog niet zeggen dat elk staatsbezoek vanzelfsprekend is. Het bezoek dat de koningin morgen aan Oman brengt, onder meer aan de haven van Sohar, is er zo een waarover de koopman en de dominee het niet op voorhand eens waren. Minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken) had er vorige maand een lange brief voor nodig om de Tweede Kamer ervan te overtuigen waarom een staatsbezoek aan Oman ditmaal wél verantwoord was, terwijl dat in maart vorig jaar nog werd afgeblazen. Los daarvan: Nederland kan zich niet veroorloven slechts economische betrekkingen aan te knopen met landen die een modeldemocratie zijn.

En voor wat betreft de boze vragen die Kamerleden van de PVV hebben gesteld over de kleding van de koningin: wat een kleingeestigheid.