De scherven van tien jaar Guantánamo

Het is deze week tien jaar geleden dat de eerste ‘vijandelijke strijders’ van Al-Qaeda op Guantánamo Bay aankwamen. Balans van een experiment met het oorlogsrecht. ‘Eenzame opsluiting komt nu vaker voor.’

Er is een foto van drie vrijgelaten Guantánamo-gevangenen in Bermuda. Ze staan voor de toonbank van een ijssalon en een van hen likt aan een enorm pecannotenijsje, terwijl een ander glimlachend toekijkt. Op een andere foto gieren ze het uit van het lachen als een van hen zijn eerste vis vangt.

Hoe anders waren de eerste beelden van de Guantánamo-mannen tien jaar geleden: gekooide kaalgeschoren figuren in oranje overalls onder de brandende zon. Geketende gevangenen die met zwarte kappen en gele koptelefoons op in een militair vliegtuig werden vervoerd van de Afghaanse basis Kandahar naar een inderhaast gebouwde terreurgevangenis in Guantánamo Bay. Daar waar het Amerikaanse rechtsysteem niet zou gelden omdat de basis op Cubaans grondgebied ligt.

Dat was allemaal nodig omdat het ging om Al-Qaeda- en Talibaanstrijders. De „ergsten van de ergsten”, noemde de toenmalige Amerikaanse regering-Bush hen. Voor hen golden de Geneefse Conventies voor Oorlogsrecht niet; Al-Qaeda was immers geen staat en de Talibaan hadden de internationale oorlogsregels nooit ondertekend. De mannen waren daarom geen krijgsgevangenen, maar ‘vijandelijke strijders’ in de wereldwijde oorlog tegen terreur. Ze konden zonder tussenkomst van een rechter vast worden gehouden.

Nu, tien jaar later, blijkt dat het overgrote deel van de 779 gevangenen op zijn hoogst banden had met de terreurorganisatie of het Afghaanse regime, maar zeker geen terrorist was. Veertien ‘high value’-gevangenen, onder wie het zelfverklaarde brein van 9/11, Khalid Sheikh Mohammed, zaten tot 2006 op andere, geheime locaties vast. Zeshonderd gevangenen zijn door de VS vrijgelaten, de meesten zonder aanklacht. Zeven zijn overleden, van wie er vijf zelfmoord pleegden (en 1 Amerikaan zit nu in de VS vast).

Van de 171 die nog op Guantánomo vastzitten, is van ongeveer eenvijfde vastgesteld dat ze vrijgelaten kunnen worden.

Wat heeft de terreurgevangenis dan eigenlijk opgeleverd? Volgens de VS blijft Guantánamo Bay onmisbaar bij de oorlogsinspanningen. De gevangenen zouden waardevolle informatie hebben gegeven over de structuur van Al-Qaeda – al kwamen de tips die naar de verblijfplaats van Osama bin Laden leidden naar verluidt niet uit verhoren op Guantánamo. De terreurgevangenis heeft er in belangrijke mate toe bijgedragen dat de Verenigde Staten voor verdere aanslagen behoed zijn gebleven, schreef voormalig vicepresident Dick Cheney in zijn autobiografie. Hij verdedigt om dezelfde reden marteling, of zoals hij het noemt, ‘geïntensiveerde verhoormethoden’ als waterboarding.

De critici zijn na tien jaar onverminderd sceptisch. Ze noemen Guantánamo „een juridische, morele en ethische ramp” en wijzen erop dat het imago van de VS als mensenrechtenbeschermer onherstelbaar is beschadigd.

„Guantánamo heeft levens verwoest”, zegt advocaat Wells Dixon van het Center for Constitutional Rights in New York. Hij vertegenwoordigt een aantal ex-gevangenen en een aantal dat nog steeds vastzit. Hij kwam er al in 2005 achter dat de laatsten niet langer werden bestempeld als ‘vijandelijke strijders’. „Maar ze zitten er nog steeds. Ze worden nog steeds als hardcore terroristen behandeld.”

Fysiek worden ze niet meer mishandeld, zegt hij. Maar nu is het „mentale mishandeling”, niet het minst omdat zijn cliënten niet weten of ze ooit nog vrijkomen.

Dixon erkent dat er in tien jaar het een en ander is verbeterd. Zo kregen de gevangenen eind 2003 advocaten en zorgde een juridische strijd bij het Amerikaanse Hooggerechtshof er voor dat de Guantánamo-mannen vanaf 2004 hun detentie konden aanvechten.

Dixon noemt dat nog steeds „de grootste overwinning” in tien jaar. „Dat bracht een hele serie openbaarmakingen over marteling en mishandeling op gang.” En dat leidde weer tot onder meer de publicatie van alle namen van de gevangenen, en andere juridische overwinningen. Maar verder is advocaat Dixon somber, vooral over de impact van Guantánamo Bay. „Ik zie dat eenzame opsluiting en isolatie zonder veroordeling vaker worden toegepast. Zie bijvoorbeeld Bradley Manning [de militair die wordt verdacht van het lekken naar klokkenluiderssite Wikileaks, red.].”

Ook anderen wijzen op het precedent dat Guantánamo Bay heeft geschapen. President Obama ondertekende op de laatste dag van 2011 een wet waardoor terreurverdachten voor onbepaalde tijd en zonder tussenkomst van een rechter opgesloten kunnen worden door het leger. Obama zei „serieuze bedenkingen” te hebben, omdat dit een breuk zou zijn „met de belangrijkste tradities en waarden van onze natie”. Maar hij ratificeerde wel de bedoelingen die zijn voorganger Bush had bij de oprichting van Guantánamo Bay.

Matt Pollard, juridisch adviseur van mensenrechtenorganisatie Amnesty International noemt de houding van Obama hypocriet. De president ondertekende twee dagen na zijn inauguratie in januari 2009 een wet waarmee sluiting van Guantánamo Bay mogelijk werd, en hij beloofde dat dit binnen een jaar zou gebeuren. „De stap die hij nu heeft genomen, verankert Guantánamo juist als iets permanents.”

Het Amerikaanse ministerie van Defensie zegt desgevraagd dat de president nog steeds van plan is de gevangenis te sluiten, zoals hij beloofde tijdens zijn verkiezingscampagne.

Het probleem is dat maar weinig landen bereid zijn gevangenen op te nemen. Sommigen zijn volgens de VS geen vijandelijke strijder, maar kunnen niet naar huis terug omdat ze daar zouden worden mishandeld of vervolgd.

Het Congres is bovendien huiverig gevangenen terug te sturen. Een deel van de vrijgelaten mannen heeft zich bij terreurorganisaties aangesloten, al weet niemand precies hoeveel. De cijfers variëren tussen de 25 procent (regering-Bush) en 14,3 procent (New York Times). De VS zouden wel van plan zijn een aantal prominente Afghanen vrij te laten in ruil voor de belofte van de Talibaan om in Qatar vredesbesprekingen te houden.

Andere vrijgelaten gevangenen proberen hun leven weer op te bouwen – met moeite. Ze staan vaak nog steeds onder verdenking, ook al was er geen bewijs tegen hen. De meesten vertellen dat ze na jarenlange opsluiting vervreemd zijn van hun familie en vrienden. Een aantal reist namens mensenrechtenorganisaties de wereld rond om over Guantánamo Bay te vertellen.

Of ze staan opeens in een ijssalon in Bermuda. Dat overkwam vier Oeigoeren, een Chinese moslimminderheid die in eigen land wordt vervolgd. Het Caraïbische eiland was – samen met Albanië – bereid Oeigoeren op te nemen. ‘Van hel naar paradijs’ kopte de lokale krant.