De Republikeinse zeden

Toespraken van alle Republikeinse presidentskandidaten, op die van de libertaire activist Ron Paul na, verlopen volgens hetzelfde stramien. Het eerste deel gaat over de familie: liefhebbende partner, kinderen (liefst veel), geweldige vader. God wordt genoemd. Dan een stukje Amerika, en daarna valt het R-woord: Ronald Reagan. Zoals Mitt Romney: „Ik zou Ronald Reagan willen citeren, die een visioen had van Amerika als glanzende stad op de heuvel.”

Wie als Republikein president van de Verenigde Staten wil worden, moet dus een gelovige, conservatieve heteroseksueel zijn, die enorm van Reagan houdt. Je hoort de mantra’s zo vaak, dat je bijna vergeet dat het helemaal geen vanzelfsprekende eigenschappen zijn voor een president, ook niet voor een Republikeinse president. Om eens met Reagan te beginnen: hij deed wat Mitt Romney, Rick Santorum en Michele Bachmann zo verafschuwen. In 1949 scheidde Reagan van de actrice Jane Wyman. Hij hertrouwde met Nancy Robbins, die hem als First Lady vergezelde naar het Witte Huis. In de huidige race doet één gescheiden man mee, Newt Gingrich. Het maakt hem de ideale boksbal voor tegenstanders als Perry en Santorum, die zeggen: als je wegloopt bij je vrouw, waarom zou je niet weglopen van de kiezer? Gingrich moet in debatten schuld belijden over zijn menselijke fouten.

Over zeden werd ooit niet moeilijk gedaan in het Witte Huis. Denk aan de buitenechtelijke affaires van John F. Kennedy, of Franklin Roosevelt. Pas bij Bill Clinton werd vreemdgaan en liegen een politiek probleem. En dat was nieuwer dan vaak gedacht. Vorige week verscheen een boek van een oud-verslaggever in het Witte Huis, Don Fulsom. Volgens Fulsom had de Republikein Richard Nixon als president een homoseksuele affaire met een bankier. Iedereen in het Witte Huis en daarbuiten zou ervan geweten hebben. Of het klopt of niet, het punt is dat het destijds kennelijk niet uitmaakte. Nixon had vijanden genoeg die de roddel goed hadden kunnen gebruiken. Maar ze deden het niet.

In 1857 werd de Democraat James Buchanan tot president gekozen. De zwakke bestuurder Buchanan bungelt onderaan in ranglijstjes waarin historici de beste presidenten kiezen. Maar hij is ook interessant als president wiens homoseksualiteit een min of meer publiek geheim was. Hij woonde vijftien jaar samen William Rufus King, die ook nog een tijdje vicepresident was. Volgens historici hing rond Buchanan een sfeer van don’t ask, don’t tell. Hij vond het zelf naar het schijnt wel goed dat iedereen het wist.

De christelijk-conservatieve Republikeinse kandidaten van 2012 zijn dus minder traditioneel dan ze doen voorkomen. Ze zijn een teken van hun tijd.