Daadkracht

Gisterochtend gaf minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten „het startschot” voor de campagne ‘144 red een dier’. Ik zei hem dat ik niet voor de dieren was gekomen, maar voor het ritueel. Dat begreep hij goed.

In een presentatieruimte van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) in Driebergen spraken voorlichters even daarvoor over „trajecten waarlangs de pers richting meldkamer moet stromen”. Daar werken de telefonisten van het nieuwe meldnummer 144, naast die van alarmnummer 112.

De pers telde twee fotografen en vier journalisten, drie met camera’s. Ik kreeg in vijf minuten een hand van zeven woordvoerders en van Patty van Rossem, „communicatieadviseur van het ministerie”. Patty bracht mij in verwarring met opmerkingen als „Ik ben géén woordvoerder voor de pers” en „Ik ben dus geen perswoordvoerder”. Dit afgewisseld met „Wie ben jij? Want dat wil ik even weten.” Ik stond op dat moment eigenlijk met iemand anders te praten.

Toen kwam Ivo Opstelten binnen. Hij ging achter een katheder staan.

„Eén loket is essentieel”, zei hij.

Een fantastische zin.

De nieuwe spot van Postbus 51 werd op drie schermen vertoond. Dat er verwaarloosde dieren in voorkwamen was duidelijk, maar waarom leken ze allemaal op kamelen? Juist toen ik me dat afvroeg, fluisterde achter in het zaaltje Jan van Loosbroek, diensthoofd operationele samenwerking bij het KLPD:

„Dat leken wel kamelen!”

Ivo Opstelten, die ook de kleinste calamiteit op afstand kan voelen, zei op de voorste rij:

„Ja. Doet u nog maar een keer.”

De spot begon opnieuw. Nu pas zagen we dat de verwaarloosde dieren een hond, een paard en een koe waren, die met computeranimatie de vorm hadden gekregen van de cijfers 144. Dit was inderdaad gruwelijk.

We volgden de minister naar de meldkamer, waar hij met de telefonisten van 144 sprak voor het fotomoment. Ivo Opstelten bewoog zijn handen weer mooi. Daar staat hij om bekend. „In vergaderingen doen mijn ambtenaren die bewegingen vaak na”, zei hij naderhand, een beetje vertederd. „Daar kunnen ze ook niets aan doen.”

Opstelten legt zijn handen graag met de palmen tegen elkaar voor zijn buik, waarna hij ze als een accordeonspeler uiteen trekt. Eén vuist sluit dat af met een beschaafd boksbeweginkje. In het echte leven misschien een bizarre manier van luisteren, maar niet op een daadkrachtige foto.

Toen rondde de minister af met de woorden: „Succes. En niet zeuren.”

De telefonisten hadden helemaal niet gezeurd, maar daar ging het ook niet om.

Ivo Opstelten liep al handenwrijvend naar de verslaggever van PowNews.

„En daar zijn we weer. Gelukkig nieuwjaar!”, zei hij.

Later vertelde Jan van Loosbroek, van de kamelen, hoe blij ze bij het KLPD zijn met Ivo Opstelten. Geen minister kwam zo vaak langs. „Maar dan echt belangstellend, hè. Altijd zonder camera’s.”