Chávez weer opgewekt ten strijde tegen Amerika

President Hugo Chávez trad voor het eerst weer op in zijn televisieshow. Buitenlandse bedrijven en politici moesten het ontgelden. „Vergeet het maar, president Obama.”

Hugo Chávez zong en danste gisteren als vanouds. Voor het eerst in zeven maanden was de president van Venezuela weer de ster van zijn eigen televisieshow ‘Aló Presidente’. Zijn haar was terug na vier chemokuren, net als zijn venijnige kritiek op zijn vijanden in binnenland en – vooral – buitenland.

De scherpste aanval tijdens de show, gefilmd bij een raffinaderij van staatsoliebedrijf PDVSA, was gericht tegen de internationale oliebedrijven die miljarden eisen voor de nationalisatie van hun eigendommen. Ten overstaan van oliewerkers met rode helmen, zei Chávez dat hij Venezuela zal terugtrekken uit het handelstribunaal van de Wereldbank. Daar liggen claims te wachten van zeventien oliebedrijven.

De uitspraak van Chávez volgt op het oordeel vorige week van een handelstribunaal in Parijs dat Venezuela ruim 900 miljoen dollar moet betalen aan Exxon Mobil na de nationalisatie van een olieproject in 2007. Chávez zei gisteren dat hij niet meer dan 200 miljoen zal geven. De rest kunnen ze op hun buik schrijven.

Ook de Amerikanen kregen er zoals gewoonlijk van langs, dit keer voor hun waarschuwing dat landen er verstandig aan doen geen banden te onderhouden met Iran. „Lachwekkend”, zei Chávez. „Zij kunnen de wereld niet domineren. Vergeet het maar, president Obama.”

Chávez gaf hiermee in zijn televisieshow alvast een warm welkom aan de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad, die ’s avonds met militaire eer werd ontvangen op het vliegveld van Caracas. Net als bij zijn vier eerdere bezoeken begint Ahmadinejad zijn toer langs bevriende Latijns-Amerikaanse landen bij Chávez, zijn belangrijkste bondgenoot tegen de VS. Verder op het programma: Ecuador, Nicaragua en Cuba.

Het bevestigt de positie van Chávez als de spil in het kleine netwerk van landen die zijn verenigd in hun afkeer van de Verenigde Staten. Met de Venezolaanse presidentsverkiezingen van september in het vooruitzicht probeert Chávez kiezers te paaien met populistische, anti-Amerikaanse uitspraken. Venezuela is een trots land dat prima zonder de machtige VS kan, is zijn boodschap.

Chávez bezigt niet louter retoriek. Tot groot ongenoegen van Amerika benoemde hij Henry Rangel Silva afgelopen vrijdag tot nieuwe minister van Defensie. Volgens de VS heeft generaal Rangel de Colombiaanse rebellenbeweging FARC geholpen bij het exporteren van drugs.

De spanningen tussen Venezuela en de VS kunnen mogelijk verder oplopen door het nieuws gisteravond dat Amerika de Venezolaanse consul in Miami per onmiddellijk het land uit zet. De vrouw, Livia Acosta Noguera, zou tijdens haar vorige baan op de ambassade in Mexico met diplomaten van andere landen hebben overlegd over het organiseren van een cyberaanval op Amerika. De vermeende medeplichtigen liggen voor de hand: Iran en Cuba.

Als Chávez in september wint kan het informele anti-Amerikaanse bondgenootschap zich rond Venezuela blijven centreren. De oppositie kiest volgende maand een gemeenschappelijke kandidaat om sterker te staan. De benoeming van Rangel tot defensieminister baart hen zorgen, het versterkt de band tussen Chávez en het leger. Bij de opnames van Aló Presidente zat de generaal op de eerste rij. ,,Applaus voor Rangel”, riep Chávez halverwege het programma.

Ykje Vriesinga