Beetje hulp bij huwelijk zou zo gek nog niet zijn

In het land van mijn vaderen, Pakistan, heb je, zeker als meisje of vrouw, weinig te zeggen over je eigen leven. Zo ongeveer alles wordt voor je bepaald door anderen, vooral door mannen en bovenal door je vader. Die is zo ongeveer een halfgod en moet altijd worden gehoorzaamd. Als een meisje de huwbare leeftijd heeft bereikt, gaat de familie op zoek naar een geschikte huwelijkskandidaat.

‘Geschikt’ betekent niet zozeer passend bij de bruid, maar vooral passend bij de familie. Neven genieten de voorkeur. Van hen weet je uit wat voor nest ze komen. Verliefdheid en liefde spelen geen rol van betekenis. Als het meisje, onder invloed van bijvoorbeeld moderne films, daarover zou beginnen, zeggen haar moeder en tantes: „dat komt later wel”.

Als de ouderen van de bruid samen met de ouderen van de beoogde bruidegom tot overeenstemming zijn gekomen en de deal is beklonken, dan wordt het meisje op de hoogte gebracht, met een foto – „hier, dit is je aanstaande” – of, als het gezin vrijer en moderner is, met een ontmoeting waar de hele familie bijzit.

In het land van mijn keuze, Nederland, heb je, als meisje of vrouw, veel te zeggen over je eigen leven. Bijna niets wordt voor jou bepaald door anderen, zeker niet door je vader. Dat is een lieve, beetje sullige man. Zijn advies kun je rustig in de wind slaan.

Als een meisje de puberteit heeft bereikt en belangstelling krijgt voor jongens, wordt ze geacht na enige tijd zelf een vriendje binnen te halen. Ze moet zelf weten of ze met hem naar bed gaat. Ze mag hem ook altijd dumpen en inruilen voor een beter exemplaar. Niemand legt haar een strobreed in de weg, maar niemand helpt haar ook. Ze is op zichzelf aangewezen.

Dat is ook het geval als ze, een jaar of tien later, op zoek gaat naar Mister Right, de man die haar echtgenoot en de vader van haar kinderen moet worden. Niemand bemoeit zich ermee. Ze kan uitkiezen wie ze maar wil, maar ze moet het wel zelf doen. Als ze niemand vindt, of steeds met de verkeerde thuiskomt, is dat jammer voor haar. De familie gaat niet om haar heen staan. Ze gaan niet op zoek naar een goede partner voor haar die haar gelukkig zou kunnen maken. Ze is in een wezenlijk opzicht helemaal alleen.

In Nederland wordt de Pakistaanse collectivistische en hiërarchische aanpak afgewezen, en terecht, maar zou het niet beter zijn als wij het individu in de liefde wat minder gaar zouden laten koken in zijn of haar sop?

Naema Tahir is columniste bij nrc.next.