Zo jammer, o zo jammer

Peppels, moestuinen, weiden en vooral rust. Dat is de Kromme Rijn. Verpest zoiets moois dus niet met windturbines, vindt Willemien Wink.

De smalle landweggetjes, bedoeld om de boerderijen en de akkers te bereiken die omgeploegd worden met grote machines, zijn die dag afgesloten omdat de vette klei op de weg tot ongelukken kan leiden. De grote boerderijen liggen er verzorgd bij. Ook de erven, de stallen en de moestuinen tonen degelijk ondernemerschap. Hier en daar staan er gewone kleine huisjes, maar ook uitgestrekte boomgaarden vertellen wat de bron van inkomsten is in deze streek.

Nederland heeft, relatief gezien, veel mooie landschappen. Daar is dit, de Kromme Rijnstreek, er één van. En deze gebieden moeten met fluwelen handschoenen behandeld worden. Niet met stalen klauwen, zoals thans de overheid wil door het plaatsen van windturbines. Aan het water, aan de horizon van de vele mensen die hier wonen en werken en ook nog eens Nederlands’ trots zijn. Of waren? En moet nu uitgerekend in dit producerende, prachtige en goed onderhouden gebied een tiental windturbines geplaatst worden?

Eén windturbine is 150 meter hoog. Uzelf zou 2 meter lang kunnen zijn, de peppels die hier al tientallen jaren staan zijn maximaal 23 meter hoog, de kaphoogte van de Wijkse molen is 25 meter hoog, de kerk in Cothen is 46 meter hoog en de hoogste boerderij in dit gebied is 10 meter. En dat wordt dus straks overschaduwd (letterlijk! ) door die windturbines van 150 meter. Het geluid draagt circa 1,5 kilometer ver.

Maar de windturbines bederven niet alleen de horizon, ook de geluiden van het agrarische landschap worden ruw verstoord. Nu hoor je het ruisen van de bomen, af en toe het geloei van een koe, het mekkeren van een lam – het zijn de geluiden van een weldadige stilte. En die moeten blijven. Er zijn hier geen megastallen. Alles is hier puur natuur. En dan moeten er ineens vijf windturbines komen?

Het gierende, pulserende geluid van de voorbij ijlende wieken detoneert hier volledig. Het geluid van een windturbine – laat staan van minimaal vijf windturbines – is angstaanjagend: zoef, zoef, zoef, zoef. Geen pauze, „als een trein zonder einde”, volgens een bewoner van de Flevopolder.

De oppervlakte van de draaicirkel is zo groot als een voetbalveld, dus de schaduw valt neer over de hele omgeving. Als de zon door de wieken schijnt, is er een voortdurende flits zichtbaar. Door deze continu bewegende slagschaduw waan je je , tezamen met het pulserend geluid, in een disco. Zou je dagelijks naar de disco gaan dan loop je behalve gehoorschade ook nerveuze tics op: zoef, zoef, zoef, swiep, swiep, swiep. Dag in, dag uit, nacht in en nacht uit, als de wind waait. Van een disco kun je weglopen, van een windturbine niet. ’s Nachts is het geluid van een windmolen 2,6 maal harder; ook al waait het amper op de grond, de geluidsbelasting is juist meer.

Denk niet dat alleen de Cothense en Wijkse omgeving hiervan last heeft. Vanaf ver, heel ver, zijn de windturbines te zien. De skyline van de Utrechtse Heuvelrug is dan niet bepaald wat je je er van voorstelt.

Laten we het nu maar niet hebben over de miljarden die deze investeringen kosten en een enkel miljardje dat het oplevert. Het duurt jaren voordat er enig rendement komt. Bovendien is het onderhoud van de turbines een blijvende zorg en financiële last. Lees de ervaring van de Denen en de Zweden en ga dan niet lachen of huilen.

We kunnen nog uren doorgaan met cijfers en bezwaren, maar wat kunnen we er als positief idee tegenover zetten? Nederland wil horen bij de meest innovatieve landen, zelfs bij de top vijf landen van de kenniseconomie. Maar waarom gebeurt er niets met de alternatieven voor de windturbines, die als enige door de overheid gesubsidieerd worden? Waarom gebruiken we bijvoorbeeld geen zonnecollectoren?

We wandelen over de glibberige weggetjes, de paarden grazen (sommige paarden worden volledig gek van de windmolens en moeten verkocht worden) en wij zwijgen.

De bewoners van de huizen en boerderijen harken en harken en harken. In stilte. Hun gedachten zijn onleesbaar voor anderen. Of toch niet? Ze willen hard werken, vragen niet om subsidies, doen hun burgerplichten en willen met rust gelaten worden. Rust. In de meest letterlijke zin van het woord.

De roodoranje zon gaat langzaam onder. Het mooist is het zicht op het kanaal en de zwarte staketsels van de peppels. Dat worden toch geen windturbines!

Nederland heeft veel buitenland, zei Joseph Luns. Maar weinig horizon. Laat ons deze behouden.

Willemien Wink is publiciste.