Weer belaagt een virus de schapen

biologie Een nieuw virus veroorzaakt ernstige geboorteafwijkingen bij lammeren. Wetenschappers werken koortsachtig om de bron op te sporen.

Sander Voormolen

Na blauwtong en Q-koorts worden de Nederlandse schapen en geiten nu belaagd door het Schmallenbergvirus. De nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit rapporteerde eind deze week dat teller staat op 41 besmette bedrijven. Het virus veroorzaakt ernstige misvormingen en doodgeboortes bij lammeren.

Met de geboortepiek van lammeren nog voor de boeg, durven deskundigen nog niet te zeggen welke omvang de nieuwe virusinfectie zal hebben. Maar dierenarts Piet Vellema van de Gezondheidsdienst voor Dieren in Deventer en viroloog Wim van der Poel van het Centraal Veterinair Instituut in Lelystad zitten er in ieder geval bovenop.

Vellema en Van der Poel komen net terug uit Duitsland waar zij overleg hebben gehad met de wetenschappers van het Friedrich Löffler Instituut die het virus als eersten identificeerden (zie kader). “We hebben het virus nu in handen”, zegt Van der Poel. “De Duitsers hebben het virus uit koeien nu in kweek, en hebben daarvan nu ook de volledige genetische sequentie opgehelderd. In Lelystad hebben we een kweek van het virus uit lammeren. Ik denk dat wij over een of twee weken ook de genetische sequentie hebben.”

Dan kan de vergelijking beginnen en kunnen de virologen proberen een stamboom van het virus op te stellen. Hopelijk verschaft dat nieuwe aanwijzingen over de herkomst van het virus.

Een andere “topprioriteit” in het onderzoek is volgens Van der Poel het ontwikkelen van een antistoffentest, waarmee kan worden aangetoond of dieren ooit in aanraking zijn geweest met het virus. Ook dat kan helpen om de bron op te sporen. Van der Poel “We willen daarmee ook historische bloedmonsters analyseren, zodat duidelijk wordt hoe lang het virus al rondwaart.”

Het Schmallenbergvirus werd eerst ontdekt als griepachtige ziekte bij melkvee, maar geeft nu ernstige problemen bij lammeren van schapen en geiten. Dierenarts Vellema: “Bij de getroffen lammeren heeft ergens in de ontwikkeling van het centraal zenuwstelsel een stoornis plaatsgevonden, waardoor ook de spieren zich niet normaal kunnen ontwikkelen. Sommige lammeren worden al doodgeboren, maar degenen die wel levend ter wereld komen hebben geen kans. Ze kunnen niet staan en niet zelfstandig drinken, en moeten worden afgemaakt.”

Geboortepiek

Staatsecretaris Henk Bleker (Landbouw, CDA) heeft een meldingsplicht ingesteld voor het Schmallenbergvirus. Vellema en Van der Poel volgen de ontwikkelingen de komende weken op de voet. “Naar verwachting kunnen we pas eind januari een reële inschatting maken van de omvang van het probleem”, zegt Vellema. “Zo’n tachtig tot negentig procent van de lammeren wordt in Nederland in de periode februari-maart geboren. Er zit een flinke spreiding in de geboortes, omdat sommige veehouders om verschillende redenen een andere aflammerperiode aanhouden. Grote akkerbouwers plannen bijvoorbeeld de geboortes vroeg, zodat zij de werkzaamheden aan de dieren achter de rug hebben voordat zij op het land aan het werk moeten.”

Uit de analyse van de ziektegevallen tot nu toe komt Vellema tot de conclusie dat deze infecties in augustus en september moeten hebben plaatsgevonden. “Ongeveer 25 tot 50 dagen na de bevruchting trad er een stagnering in de ontwikkeling van het centraal zenuwstelsel van de lammeren op. Schapen hebben een gemiddelde dracht van 147 dagen, bij de besmette lammeren zien we een dracht van 135 tot 153 dagen, wat een redelijk normale verdeling is.” Deze berekende infectieperiode komt overeen met de periode waarin ook ziekteverschijnselen optraden in melkvee in Duitsland en Nederland.

Of ook kalveren geboorteafwijkingen van het virus kunnen krijgen, is nog een grote vraag, zegt Van der Poel: “Tot nu toe is er in Duitsland maar één viruspositief kalf met geboortegebreken gevonden, maar in Nederland nog geen enkele. Mogelijk komt dat nog. Koeien die in de herfst bevrucht zijn zullen medio februari afkalven.”

Giswerk

Opvallend is dat de besmettingsgevallen heel verspreid over heel Nederland opduiken. Hoe het virus zich zo snel over een groot gebied heeft kunnen verspreiden is nog “giswerk”, zegt Vellema. Verwante virussen worden allemaal overgebracht door knutten of steekmuggen, net als in 2006 het blauwtongvirus.

Vellema: “Bij de infectie met het blauwtongvirus in 2006 zagen we een heel ander verspreidingspatroon. Daar breidden de infecties zich uit met een snelheid van gemiddeld 16 kilometer per week. Als je nu op de kaart van infectiegevallen kijkt, zie je dat het Schmallenbergvirus al over heel Nederland is verspreid. Dat kan niet alleen door knutten zijn gekomen.”

Volgens entomoloog Willem Takken van de Wageningen Universiteit, is er op dit moment “absoluut geen bewijs” dat insecten het virus verspreiden. Dat zou alleen met een experimentele proef kunnen worden aangetoond. “Maar op dit moment is zo’n proef niet mogelijk,” zegt Takken, “omdat de wilde Nederlandse knuttensoorten niet te kweken zijn.”

Niettemin wil Van der Poel proberen het virus op te sporen in knutten die afgelopen zomer of eerder verzameld zijn in Nederland. “Die monsters komen uit allerlei verschillende projecten, waaronder studies naar blauwtong en onderzoek naar het voorkomen van verschillende soorten. Voor ons is het van belang dat de monsters zodanig zijn bewaard dat er nog virus uit te isoleren is. Dat kan alleen als ze ingevroren zijn of in chemische substanties zijn bewaard waarin het genetisch materiaal intact blijft. Ook is het de vraag of de monsters voor ons op het juiste moment zijn genomen.”

Ongemerkt

Van der Poel vermoedt dat het virus al langer aanwezig is, en domweg niet eerder is opgevallen. Geboortegebreken bij schapen komen wel vaker voor. Daardoor heeft de virusepidemie zich mogelijk al in voorgaande jaren ongemerkt kunnen uitbreiden.

Volgens Takken moeten we er rekening mee houden dat er in de komende jaren in Nederland meer nieuwe infectieziektes zullen opduiken. “Bijvoorbeeld het Usutuvirus dat wordt overgebracht door Culex pipiens-muggen en dat slachtoffers maakt onder merels in Oostenrijk en Duitsland. Ik denk dat het niet lang duurt voordat het zich naar ons land uitbreidt.”

Een van de belangrijke oorzaken voor het optreden van nieuwe virusziekten is volgens Takken de klimaatverandering. “Van de warmste jaren in de geschiedenis zijn de meesten in de afgelopen twaalf jaar te vinden. Daardoor zijn de insectenseizoenen verlengd, en dat betekent dat er meer generaties kunnen opgroeien, waardoor de aantallen aan het eind van het seizoen veel groter zijn, en met meer bijtende insecten is de kans op overdracht van virusziekten groter geworden. Wat dat betreft is het omineus dat het nu in januari zo warm is met temperaturen tegen de tien graden Celsius. Ook de grillige regenval die met de klimaatsverandering samenhangt, bevordert de aanwas van insecten die van water afhankelijk zijn. Knutten houden van vochtige weiden.”

Een andere belangrijke factor voor de verspreiding van nieuwe ziektes is volgens Takken “het gesleep met dieren”. Er bestaat een omvangrijke internationale handel in vee, die nog steeds niet goed aan banden gelegd kan worden. “En vergeet ons eigen intensieve reisverkeer niet”, zegt Takken.