We lijden aan obsessieve digitale verzamelwoede Als alles memorabel is, wordt alles gelijk aan niets

Foto’s, seksmomenten, internetberichten – alles slaan we digitaal op, maar we kunnen het niet selecteren, schrijven Anouk van Kampen en Jan Truijens Martinez.

Wanneer heb je voor het laatst seks gehad? En waar? Dit zijn geen vragen die op prijs zullen worden gesteld op de gebruikelijke Nieuwjaarsborrels. Ze gaan verder dan de ‘hoeveel verdien je’-categorie en een welgemeend ‘dat gaat je niets aan’ lijkt op zijn plaats. Toch is er voor de doorgewinterde exhibitionist nu hoop. Sinds kort is er de I Just Made Love App. „Vertel het aan de wereld en maak iedereen jaloers”, adverteert de bedenker. Via de app kun je op eenvoudige wijze op een digitale kaart markeren wanneer je waar en met wie de desbetreffende lakens hebt gedeeld.

Deze app staat in schril contrast met het pleidooi van privacyvoorvechters die zich zorgen maken over de digitale informatie die we (on)bewust vastleggen op internet. Zij vrezen dat databanken worden verzameld met iedere test, elke opmerking en elke foto die we online hebben gemaakt en geplaatst. De discussie die wordt gevoerd over de digitale sporen die we achterlaten, buigt zich echter enkel over de wenselijkheid en het gevaar ervan, niet over de vraag waar de behoefte vandaan komt om een dergelijk spoor te maken.

Onthoud mij

Voor elke Youp van ’t Hek die hoofdschuddend de alledaagse trivialiteit van statusupdates betreurt, zijn er tien die de onbedwingbare neiging voelen alles te delen. Minder dan zich zorgen maken over de digitale sporen die ze achterlaten en wat derden hiermee kunnen doen, willen ze juist zo veel mogelijk van zichzelf registreren. Van hen wordt geen online databank verzameld, die maken ze zelf aan.

De overgrote meerderheid zit ergens tussen die twee typeringen in. We ontsnappen aan de uiterste neiging om werkelijk alles te delen, maar laten steeds duidelijker een digitaal spoor achter. Of we dit nu doen door in 140 tekens te vertellen wat we van Griekenland vinden of omdat we simpelweg digitaal willen delen hoe onze kip smaakt, onze mededelingen fungeren steeds meer als een bewijs dat we bestaan en daarmee dat we belangrijk zijn. Althans, belangrijk genoeg om gezien en gelezen te kunnen worden. We hoeven geen boek te publiceren of een album uit te brengen om te laten zien dat we hebben bestaan. Integendeel, het is nu door het internet zelfs voor de meest talentlozen mogelijk om hun vingerafdrukken op de wereld achter te laten.

In deze tendens past ook een apparaat dat sinds 1999 bestaat en in eerste instantie bedoeld was voor mensen met geheugenverlies, net zoals een gehoorapparaat een slechthorende kan helpen: de SenseCam. De SenseCam is een kleine camera die aan een koord om de nek wordt gedragen. In tegenstelling tot een normale camera is hij geprogrammeerd om iedere paar minuten een foto te maken van wat de drager voor zich heeft. Herinneringen terughalen gebeurt wanneer we op onze computer de foto’s bekijken die de SenseCam heeft gemaakt. Geluid, gevoel, geur en smaak maken geen deel uit van het aangemaakte archief, maar via het visuele worden de vergeetachtigen naar de ervaring getrokken die ze eerder hadden. De zintuigen komen weer op alsof opnieuw, maar bewuster, het moment wordt beleefd dat bijna was vergeten.

Twee jaar geleden brachten Gordon Bell en Jim Gemmell, verbonden aan Microsoft Research, dat ook de SenseCam ontwierp, een boek uit over dit apparaat: Total Recall: How the E-Memory Revolution Will Change Everything. Het stelde dat de SenseCam niet alleen voor mensen met geheugenverlies is, maar voor iedereen. Door de initiatie van een Total Recall-revolutie zullen we binnenkort in staat zijn alles te onthouden door middel van volledige registratie. We staan, schrijven ze, aan de vooravond van een revolutie die de manier waarop mensen over de betekenis van hun leven denken grondig zal transformeren. De SenseCam wordt zo niet alleen een manier om herinneringen op te halen. Hij zorgt ervoor dat we ons bestaan eindeloos digitaal kunnen herhalen zonder dat we daar nog moeite voor hoeven te doen.

Hoewel de revolutie nog niet voltooid is, zijn we twee jaar later flink op weg. Onthouden, registreren en onthouden worden, zijn in toenemende mate belangrijk geworden voor de betekenis van onze levens: ik sla op, ik word onthouden, ik maak een spoor, dus ik ben.

Uitpuilende archiefkasten

Hoe bijzonder is het dat we al onze foto’s, mails of tweets opslaan? Een mooie brief of kaart bewaren we immers ook en onze vakantieherinneringen zijn netjes ingeplakt in de vakantiealbums die in onze kast staan. Maar wat opvalt aan deze ‘bewijzen’ van ons leven is de schaal waarop we dit nu doen. De techniek die ook de SenseCam mogelijk heeft gemaakt, staat ons nu toe om niets meer weg te hoeven gooien. Trots vermeldt mijn e-maildienst dat ik „nu nooit meer een e-mail hoef te verwijderen”.

Doordat we alles registeren en niet hoeven te verwijderen, naderen we het keerpunt, waarbij het bekijken van onze foto’s en het lezen van alle meningen die we op internet hebben achtergelaten meer tijd in beslag neemt dan het leven dat ons nog rest.

In de televisieserie Help, Mijn Man Heeft Een Hobby! bezoekt John Williams mensen die er hobby’s op nahouden die een normaal leven onmogelijk maken. Zo bezocht hij dit jaar een man die niets meer wilde weggooien. Hij leed onder een verzamelwoede, ook bekend als hoarding, waarbij elk voorwerp en elke prul werden bewaard. Het obsessieve gedrag van deze mensen zorgt ervoor dat ze geïsoleerd raken van de buitenwereld en de dagen besteden aan het vinden van manieren om van de woonkamer naar de slaapkamer te komen. Het opzienbarende is dat deze verzamelaars zich niet realiseren wat de negatieve effecten zijn van hun dwangmatige behoefte om te verzamelen.

Ook wij vertonen de eerste kenmerken van verzamelwoede. Niet langer nemen we genoegen met het opslaan van de belangrijkste hoofdstukken van ons leven, maar nu moet elke pagina en elke zin van ons bestaan worden ondergebracht in uitpuilende archiefkasten. Niet om te herlezen, maar gewoonweg om te hebben. Evenals de hoarder zien we het probleem niet van onze behoefte om alles te bewaren. Nog minder zelfs, omdat we niet worden gehinderd door in de weg staande archiefkasten. Ze bevinden zich op een digitaal niveau waar schijnbaar eeuwig alles kan worden bewaard, met het SenseCam-archief als nieuwste eindpunt.

Als er al hinder ondervonden wordt, is het gerelateerd aan angsten over privacy of gebaseerd op irritatie over het overladen worden met onzinnige informatie. Deze problematiek miskent echter dat we niet bewaren omdat het gedenkwaardige momenten zijn, maar omdat we simpelweg geen moment meer durven te verliezen. We zijn steeds banger ons belang te verliezen wanneer we niet constant momenten beleven en dat aan anderen tonen.

Het laatste verzet

Terwijl we proberen steeds meer momenten te vinden en op te slaan, veranderen we in toeschouwers van ons eigen leven. We aanschouwen in plaats van dat we werkelijk (be)leven. We delen hoe heerlijk de kip is zonder hem nog te proeven en maken een ‘gezellige’ foto van een moment dat zonder die foto niet gezellig was geweest. De herinnering wordt belangrijker dan de werkelijke beleving van het moment, terwijl we digitale muren om ons heen bouwen. De nieuwe mens is niet langer de hoofdpersoon, maar een voyeur van zijn eigen leven.

Juist omdat we alles tot iets memorabels maken, wordt ieder moment echter minder waardevol dan het volgende. Steeds weer zoeken we de bevestiging van een moment dat nog mooier en belangrijker is dan het vorige. Maar als alles even belangrijk wordt, wordt alles langzaamaan gelijk aan niets. We proberen betekenis te geven aan momenten, maar creëren daardoor juist een leegte.

Sommigen verzetten zich nog hardnekkig. Hun goede voornemen is om nog een jaar dat Twitteraccount niet aan te maken, of om het Facebookaccount op te zeggen. Ze weigeren nog steeds pertinent een mailadres aan te maken en sturen ingezonden brieven nog gewoon met de post. Ze zijn bang dat al hun gegevens op internet komen te staan en houden hun privéleven ‘gewoon privé’. Maar wie besluit niet mee te willen doen aan Facebook of met een trotse glimlach zegt dat hij alleen maar kan bellen met zijn telefoon, begint zijn originaliteit te verliezen. Daarbij verwatert ongemerkt het verzet tegen nieuwe ontwikkelingen. Zij die zichzelf nu prijzen via de beperkingen van hun telefoon, vergeten dat zij de opvolgers zijn van degenen die tien jaar geleden verkondigden geen mobiele telefoon te hebben. In elke generatie bevindt zich een kern van verzet tegen nieuwe ontwikkelingen die kinderen al hebben omarmd. Hiermee wordt verzet tegen technologie vanuit een eigenzinnig standpunt ontmaskerd als een afschuw voor verandering die niet wordt begrepen.

De vraag is dan hoe we hiermee moeten omgaan. Jezelf ervan afsluiten is een even reële optie als alles willen bewaren. Het ideaal is het vinden van de middenweg, waarin we niet vergeten te beleven voordat we registreren, maar ook onszelf niet buitensluiten door ontkennend in een hoek te blijven staan. We moeten niet ons bestaan ontlenen aan een lading foto’s en berichten van 140 tekens, noch denken dat we ons hier zonder consequenties aan kunnen onttrekken. Maar misschien is het te laat.

Terwijl we van de ene indruk in de andere vallen en de gemiddelde twintiger in een quarterlife crisis raakt omdat er te veel keuzes zijn, hebben we juist een machine nodig die ons helpt te selecteren. Een machine die ons leert te bepalen wat het onthouden en beleven waard is. En dit is iets dat we minder dan ooit door lijken te hebben. Via internet worden we overladen met nieuws en opinies, terwijl de diepgravende analyse steeds verder weg raakt en het maken van een overwogen keuze bijna onmogelijk wordt. We hebben een filter nodig, maar ontvangen met open armen een trechter. Wellicht kan alleen de SenseCam onze verslaving nog enigszins voeden, door ons steeds weer de illusie te geven dat dit moment, nu, echt het beleven en registreren waard is. Meedoen lijkt steeds belangrijker in het streven om niet te worden vergeten, zelfs als dat betekent dat onze buurman weet dat wij vorige week dinsdag rond een uur of tien in onze slaapkamer hebben gecopuleerd met onze partner.

Anouk van Kampen is medewerker van NRC Handelsblad. Jan Truijens Martinez is student-medewerker op een advocatenkantoor.