Verontrustend, zonder dat je weet hoe

Douglas Gordon excelleert in video’s en kunstwerken die de toeschouwer een onbestemd ongemakkelijk gevoel bezorgen. Je voelt je parasiet, of voyeur – steeds onmachtig tot interpretatie of ordening.

Van de badkamerspiegel verwacht je een zekere mate van betrouwbaarheid – ook al weet je dat je jezelf verkeerd om ziet, je gaat er toch van uit dat je een min of meer adequate indruk opdoet. Een bezoek aan de overzichtstentoonstelling van de Schotse kunstenaar Douglas Gordon (geboren 1966, Turner-prijs 1996) maakt een eind aan deze verwachting: zijn spiegels hebben steeds bijbedoelingen, van wrede aard.

Neem de serie kunstwerken die in het Museum für Moderne Kunst in Frankfurt (MMK) onder de titel Selfportrait of you+me te zien is. In de spiegels zijn portretten van coryfeeën als Elvis Presley, Marilyn Monroe of Jackie Kennedy aangebracht. Maar Gordon heeft met vuur delen van de portretten weg geschroeid, daarbij een bijzondere voorkeur tonend voor de ogen en hun omgeving.

De toeschouwer ziet zichzelf alleen weerspiegeld op de plekken waar Gordon het portret heeft weggebrand. Je voelt je een parasiet, iemand die alleen naar zichzelf kan kijken ten koste van een idool als Presley of Monroe.

In je jeugd, of eventueel ook later, hang je in je kamer portretten van idolen aan de muur om je aan hen te spiegelen: ik wil net zo sexy zijn als zij, of net zo’n dromerige indruk maken als hij, bijvoorbeeld. Als je dan jezelf in de badkamerspiegel bekijkt, ben je teleurgesteld: je haalt het niet bij je idool. De serie Selfportrait of you+me draait dit mentale procedé om: hier komt je zelfbeeld in de spiegel tot stand door de vernietiging van je idool.

De expositie in Frankfurt is opgebouwd rond het laatste werk van Gordon, de video Henry Rebel (2011), waarin een jongen zich onder het slaken van kreten aan zelfdestructie overgeeft. Pas als je de neiging om door te lopen hebt onderdrukt en blijft kijken, merk je dat het een symbolische zelfdestructie is: al dat gekwelde kronkelen en die nare geluiden gaan slechts gepaard met het met een rode viltstift aanbrengen van strepen op het naakte lichaam.

Henry Rebel is tot stand gekomen op initiatief van de Amerikaanse acteur/regisseur/kunstenaar James Franco, die aan vier kunstenaars (ook Ed Ruscha, Harmony Korine, Paul McCarthy en Aaron Young) heeft gevraagd om een scène uit het scenario van de film Rebel without a cause (1954, met James Dean) te verfilmen, die niet in de uiteindelijke film terecht is gekomen. Gordon koos een scène waarin een groep mannen een meisje mishandelt, en transformeerde die handeling dus tot een jongen die symbolisch zichzelf mutileert.

In de prima catalogus bij de tentoonstelling staat een chaotisch tweegesprek tussen Franco en Gordon, waarin ze het erover eens zijn dat Gordons kunst te maken heeft met het levensgevoel van pubers, die hun indrukken geweldig serieus nemen zonder dat ze in staat zijn ze al een plaats in hun opvattingen over de wereld of zichzelf te geven. Daar zit iets in: bijna elk werk van Gordon verontrust in hoge mate, zonder dat je kunt aangeven waarom precies. De spiegels in Selfportrait of you+me zijn ook bepaald geen lachspiegels.

Een grote verdienste van de expositie in het MMK in Frankfurt is de ruime opzet ervan: bijna elke video of kunstwerk staat in zijn eigen, soms suggestief verduisterde zaal. Dat geldt ook voor No way back (2011), een reusachtige houten kast met laden die deels open staan en waarin, op gebroken spiegels, allerlei voorwerpen liggen die de overblijfselen van een leven lijken: oude schoenen, bankbiljetten in minder courante valuta’s, schedels van dieren. De onmacht tot interpretatie en ordening, en de irritatie die je als volwassen toeschouwer daarbij bevangt, vinden hier hun hoogtepunt.

Henry Rebel doet, ook omdat deze video is opgenomen met een camera die voortdurend in een ellips om het onderwerp heen draait, denken aan een ouder werk van Gordon, dat tevens een van zijn bekendste is: de video Play dead; Real time uit 2003. Een circusolifant doet hierin een aangeleerd trucje: voor dood liggen. Hoewel het goed afloopt met de dood – je ziet de olifant niet gaan liggen maar wel opstaan – krijgt de toeschouwer onwillekeurig mededogen: zo’n prachtig dier en zo’n stom trucje! Naarmate je langer blijft kijken, wordt wat je ziet steeds wreder. Een olifant heeft veel moeite met opstaan als hij op zijn rug ligt en moet een aantal keren van links naar rechts rollen om het gebruik van zijn poten te hervinden. Ook ga je steeds meer slachtofferschap lezen in het grote oog waarmee de olifant naar de camera kijkt.

Niet alles is zo prachtig. In Frankfurt is Gordons bekende film Zidane, a 21st century portrait (2006, met Philippe Parreno) te zien, over de eenzaamheid van een voetbalster te midden van tienduizenden toeschouwers – maar dan in een minder werkzame versie op achttien verspreid opgestelde monitoren. Nogal pretentieus en vervelend is de lange video k.364 (2010) over een reis van twee Israëlische musici naar Polen. Maar het geeft niet: het is een avontuurlijke tentoonstelling.

Douglas Gordon in het Museum für Moderne Kunst in Frankfurt am Main. Tot 25 maart. Inlichtingen: mmk-frankfurt.de