Vaarwel noren van kangoeroeleer

Wat moet u weten als u schaatsen koopt? Tips over combinoren, klapschaatsen en thermoplastisch vervormbare schoenen. En trek nooit dikke sokken aan.

Op Marktplaats staan ze voor een paar tientjes: noren van het merk Viking, type Junior. Roestplekjes op de ijzers. Grijze vlekken op de slappe schaatsschoenen van zwart leer. Toen ik ze twee jaar geleden kocht voor mijn oudste dochter had zij ze de volgende ochtend vast in een omarming onder haar dekbed.

Klapschaatsen met carbon- of kevlarversterkte schoenen kosten duizend euro meer. Ze zijn gevormd naar de voet van de schaatser door opwarming van het thermoplastische materiaal. Na afkoeling harden ze uit in een perfecte pasvorm.

Tussen deze uitersten liggen voor de schaatsenkoper vele andere mogelijkheden. Hoe maak je een keuze?

Marathonschaatser en zelfverklaard materiaalfreak Jan-Maarten Heideman testte in zijn lange succesvolle carrière elke nieuwe schaatstechnologie die hij voorbij zag komen. De onversterkte schoen van de Viking Junior raadt hij niemand aan. „Een goede schaats moet stabiel zijn”, zegt hij.

Schaatskampioenen als Hein Vergeer en Leo Visser reden in de jaren tachtig met schoenen van soepel en sterk kangoeroeleer. Volgens Heideman zijn dat soort schaatsen zelfs voor de amateur van nu niet meer acceptabel. „Het rijdt gewoon niet fijn”, zegt hij.

Een betaalbare middenweg tussen slap leer en duur carbon is een schoen van hard plastic, makkelijk sluitbaar met clips op de wreef. „Als je jaarlijks een weekje op natuurijs rijdt, dan kun je voor 140 euro best een paar van deze combinoren kopen”, zegt Heideman. „Als je er in de winkel lekker stabiel op kunt staan, dan is het goed. Je moet een paar stappen op je schaatsen lopen. Het is niet fijn als je je wiebelig voelt en begint te zwikken. Op combinoren heb je dat niet zo snel.”

Stabiele enkel

De harde, hoge schoen van de combinoor geeft steun rond de enkels. (Bio)mechanicus en schaatsonderzoeker Arend Schwab ziet voordelen van zo’n stabiele enkel. Het lijkt erop dat die steun de efficiëntie van de afzet verhoogt. „Een student heeft bij ons aan de TU Delft een klein experiment gedaan dat hierop duidt”, zegt hij.

Trainer Henk Gemser heeft zijn twijfels. De beschrijving van zijn ideale schaatsslag duurt anderhalve minuut. Samengevat: inzetten op de buitenkant, het lichaamsgewicht langzaam boven de schaats brengen en eindigen met een afzet waarbij de schaats naar binnen helt. „Een gefixeerde enkel bemoeilijkt die beweging”, zegt Gemser. „Daar moet je dus mee oppassen.”

Jan-Maarten Heideman kan zich vinden in deze kritiek op de combinoor: „Als je elke week op kunstijs schaatst, dan wil je schoenen die om je voet sluiten en niet rond de enkel. Om in de buurt te komen van de beweging van wedstrijdschaatsers op televisie heb je in de enkels bewegingsvrijheid nodig. Alleen zo kun je het echte schaatsgevoel opzoeken en die mooie valbeweging maken.”

Bij zo’n schaats denkt Heideman aan de Viking Nagano Gold, een thermoplastisch vervormbare schoen van kevlarversterkt kangoeroeleer. „Daar zie je veel toppers op rijden”, zegt hij. Ook de merken Marchese, Maple, Raps en Cadomotus hebben dit soort schaatsen.

Experts zijn het erover eens dat er sinds de invoering van de klapschaats rond de voet van de schaatser geen spectaculaire verbeteringen meer waren. Zonder het klapmechanisme – een scharnier aan de voorkant tussen ijzer en schoen, een veer aan de achterkant – levert de schaatser snelheid in. Een hardloper strekt heup, knie en enkel, legt Schwab uit. In vergelijking daarmee is de schaatsbeweging onnatuurlijk. De klapschaats verhelpt dat probleem voor een deel, want nu is het ineens wél mogelijk om de enkel te strekken.

Tijdwinst

De tijdwinst die met de klapschaats valt te behalen is nog geen tien procent. Eén of twee seconden op een rondje van dertig, schat Heideman, die de vernieuwing medio jaren negentig meemaakte. Toch is het een wereld van verschil als je straks met de eerste vorst op natuurijs een groepje van tien personen net wel of net niet kunt bijhouden. „In een groepje rijd je lekker in het zog en kun je meedraaien”, zegt Heideman. „Zonder klapschaatsen rijd je misschien een kilometer verderop met je kop in de wind.”

De superioriteit van de klapschaats is onomstreden. TU Delft-wetenschapper Schwab vindt dat iedereen er van begin af aan op zou kunnen gaan rijden.

Van Heidemans’ drie dochters, 6, 11 en 12 jaar oud, rijdt alleen de oudste op klapschaatsen. „We hadden ze toevallig nog liggen”, zegt hij. „Er zijn trainers die zeggen dat je met een vaste schaats beter zijwaarts leert afzetten. Daar geloof ik niet in. Maar als kinderen trainen in een groepje van tien en iedereen heeft vaste schaatsen, dan moeten ze die zelf ook maar nemen. Met die klapschaatsen lijkt het alleen maar of je beter bent dan de rest. Als een jaar later iedereen overstapt, dan lig je in ene weer achter.”