Tussen kuisheid en kansen

Hanaa Ben Addesslem en Hind Sahli zijn de eerste Arabische topmodellen.

Toen Hind Sahli – een lang, slank meisje van 21 met een donkere huid en zwart haar tot op de schouders – in Casablanca opgroeide, keek ze naar het tv-programma America’s Next Top Model en droomde ze van een toekomst als model.

Maar als Arabisch meisje en moslima hoorde ze kuis te zijn, heel iets anders dan het uitdagende gedrag dat in de modewereld de norm is.

In Marokko is een voluptueus figuur bovendien het schoonheidsideaal. Sahli werd daarom gepest en troostte zichzelf door in haar woonkamer te paraderen. Sahli’s moeder, een vrome huisvrouw met hoofddoek, vond de woonkamershows van haar dochter best grappig. Haar vader, een politieman, dacht daar anders over. Toch maakte hij geen bezwaar, het was ten slotte maar een spelletje.

In Nabeul, een toeristenstad in Tunesië, had een meisje met de trekken van Audrey Hepburn dezelfde wilde dromen. Hanaa Ben Abdesslem werd nagestaard omdat ze zo lang en onmogelijk slank was. De blikken maakten haar onzeker. Maar bladerend door modetijdschriften zag ze „lange, dunne, prachtige vrouwen”. Ze hoopte zich „ooit ook zo zelfverzekerd te voelen”.

Vijf jaar geleden waren er in de Arabische wereld amper serieuze modellenbureaus en geen internationale modebladen. Naar het buitenland reizen was voor vrouwen bovendien zowel logistiek als cultureel moeilijk. Maar Sahli en Ben Abdesslem hebben hun doel toch bereikt. Afgelopen jaar was hun grote doorbraak, met shows voor Givenchy, Ralph Lauren, Louis Vuitton, Jean Paul Gaultier, Vera Wang en Phillip Lim. Ze poseerden voor de Italiaanse en de Franse Vogue en doken op in advertenties van Topshop en Lancôme. Hoewel de twee vrouwen elkaars pad slechts af en toe kruisen, worden ze onlosmakelijk met elkaar verbonden door hun timing, hun cultuur, en hun verlangen om de Arabische vrouw van de 21ste eeuw aan de wereld te laten zien.

Vrouwen uit de Arabische wereld zijn al heel lang gretige modeconsumenten. De economie van de Franse haute couture is zelfs afhankelijk van klanten uit het Midden-Oosten. De industrie is op haar beurt dol op plaatsen als Marrakech als decor voor een exotische modereportage. Maar op de catwalk waren Arabische vrouwen tot nu toe de grote afwezigen.

De veranderingen die het succes van Sahli en Ben Abdesslem mogelijk hebben gemaakt, zijn een jaar of twee geleden ingezet toen de catwalks opeens werden beheerst door blonde modellen uit Oost-Europa. Onder druk van van de Afro-Amerikaanse Bethann Hardison, activiste en voormalig model, en Diane von Furstenberg, de voorzitter van de Council of Fashion Designers of America, werd diversiteit een actueel thema. Modellenbureaus werden aangespoord om hun zoektocht naar nieuwe gezichten te verruimen. Ze keken naar Noord-Afrika.

Toen Hanaa Ben Abdesslem op het punt stond om naar haar eerste fashion week in New York te vertrekken, was het al wekenlang onrustig in de straten van Tunis. Nadat de Tunesische straathandelaar Mohammed Bouazizi zich in brand had gestoken, uit protest tegen de inbeslagneming van zijn koopwaar, braken demonstraties uit die ook in andere Arabische landen gevolg kregen. Op 14 januari 2011 kwam Ben Abdesslem op de internationale luchthaven van Tunis-Carthago aan voor een vroege vlucht. Tegen de tijd dat zij in New York landde, was de luchthaven in Tunis gesloten en was Zine al-Abidine Ben Ali, de Tunesische president, gevlucht naar Saoedi-Arabië. Alles was veranderd. Toen ze enkele weken later terugkeerde naar Tunis, heerste er een postrevolutionaire stemming.

Graffiti

Wanneer ik haar in augustus opzoek, in de laatste dagen van de ramadan, zijn de sporen van de onlusten overal zichtbaar. Een landhuis dat eigendom is geweest van de familie van Ben Ali, tussen de luxehotels met hun roze bougainvilles en de met mozaïek beklede bogen van de oude stad, ligt er verlaten bij, besmeurd met graffiti. Een gebouw van het ministerie van Financiën is omgeven met prikkeldraad en wordt bewaakt door militairen.

Maar het leven gaat verder. Gele taxi’s negeren de verkeerslichten, bij de bakker staan vrouwen in de rij. Bussen braken nog altijd met camera’s behangen Europeanen uit, alhoewel het toerisme, de economische motor van het land, sinds de revolutie met 70 procent is teruggevallen.

Voor Ben Abdesslem is Tunesië nog altijd haar thuis. Voor het interview is ze van Nabeul naar de hoofdstad gekomen, een uurtje rijden, in het gezelschap van haar oudere broer Walid.

Ben Abdesslem, 21 jaar, valt onmiddellijk op. Ze is zo dun als een rietje en haar donkere, golvende haar is in een jongenskopje geknipt. Ze draagt een kobaltblauwe satijnen broek en een strak strapless topje met een print van gouden bloemen. Ze lijkt zo uit een show van Dries van Noten gestapt.

Haar loopbaan begon met een modellenwedstrijd in Libanon. Ben Abdesslem won niet en keerde terug naar Nabeul om ingenieur te worden en in het bouwbedrijf van de familie te stappen. Niet veel later werd ze voorgesteld aan een Saoedi-Arabische talentscout die haar in contact bracht met het Amerikaanse agentschap IMG.

„Het was moeilijk om mijn familie te doen begrijpen waarom ik model wilde worden”, zegt Ben Abdesslem met de hulp van een Franse tolk. „Jongens kunnen doen wat ze willen, meisjes moeten bij hun moeder blijven en voor het huishouden zorgen. Mijn broer heeft me geholpen. Hij heeft het uitgelegd.”

Collega-modellen veronderstellen dat ze extreem conservatief is. „In New York denken een heleboel mensen dat ik een boerka draag, alles erop en eraan.” Ze vertelt dat ze zorgvuldig een middenweg zoekt tussen kuisheid en kansen. Ze wil bijvoorbeeld niet naakt poseren, maar showt wel badpakken. Dat hoort bij het werk, zegt ze. „Ik wil een goed voorbeeld van de Arabische vrouw zijn. Ik denk dat zij wensen dat ik voor hen spreek. En ik wil een rolmodel zijn, zodat andere vrouwen zien dat het kan.”

Ook Hind Sahli speelt die rol van opvoedster en diplomate. Niet omdat ze het wil, maar omdat het nodig is, zegt ze. Haar lachje en de manier waarop ze haar schouders ophaalt, suggereren zowel geduld als ergernis. „In Amerika denkt iedereen dat moslims gevaarlijk zijn. Maar dat is niet waar. Terroristen zijn gek, dat heeft niets te maken met godsdienst”, zegt ze. „Ik ben een moslimmeisje. Ik ben verdraagzaam. Mijn land is helemaal niet slecht.”

Sahli, net terug in New York na een bezoek aan Tanger, heeft restaurant Balthazar in Soho voorgesteld voor een ontbijtinterview. Ontbijt is een groot woord: ze houdt het bij een dubbele espresso, de universele modellenmaaltijd. Ze draagt een nauwsluitend zwart jurkje dat flonkert met zwarte lovertjes en een donkere bril met een kattenprofiel. Ze worstelt dapper met het Engels, een taal die ze nog maar net aan het leren is. Als een woord echt niet wil komen, helpt een tolk.

Als tiener besloot ze dat ze model wilde worden. Op haar zestiende stapte ze naar een plaatselijk modeblad. Ze werd doorverwezen naar Elite, het enige internationale modellenagentschap in Casablanca. Daar zagen ze wel wat in haar, op voorwaarde dat ze een beetje afviel. Elite was bereid om haar naar Parijs te sturen, maar ze kon geen visum krijgen en moest twee jaar wachten voor ze een nieuwe aanvraag kon doen. Op haar achttiende vertrok ze dan toch. Het idee dat ze naar het buitenland zou gaan, maakte haar moeder doodsbang. Haar vader was niet enthousiast, maar stond niet in de weg.

Als Hind Sahli al een rolmodel zou hebben, dan zou dat de Braziliaanse Adriana Lima zijn, die als Angel het lingeriemerk Victoria’s Secret vertegenwoordigt. Ze heeft ongeveer dezelfde teint als Sahli. „Verder zag ik maar weinig meisjes die mij de hoop gaven dat ik het zou kunnen maken.”

Ze kreeg haar grote kans in Parijs toen Steven Meisel haar in mei 2010 fotografeerde voor de Italiaanse Vogue. Marc Jacobs koos haar voor de show van Louis Vuitton in Parijs. Haar foto, zegt ze trots, heeft een ereplaats gekregen in haar oude middelbare school.

Copyright Newsweek