Troetelchristen

Francis Collins is de troetelchristen van de wetenschap, omdat hij met zwier en vasthoudendheid zijn medechristenen poogt te winnen voor een gelukkig huwelijk tussen wetenschap en geloof. Het boek der natuur en het boek der boeken spreken elkaar niet tegen, vindt Collins. Darwin en big bang zijn in de Bijbel terug te vinden, als dat boek maar niet te letterlijk wordt genomen. Collins heeft unieke kwalificaties voor zijn zendingswerk. Hij schrijft goed, hij is een uitstekend onderzoeker en zelfs lid van de Amerikaanse National Academy of Sciences (NAS). Een lid van de NAS die in God gelooft, dat is een zeldzame combinatie. Zo’n onderzoeker heeft meer krediet bij de Godvrezenden dan een atheïst die poogt de evolutie door de strot van trouwe Bijbellezers te duwen.

In 2006 publiceerde Collins zijn boek: The Language of God: A Scientist Presents Evidence for Belief. Dat werd een bestseller. Collins kreeg zoveel vragen dat hij de BioLogos Foundation opzette met een website, www.biologos.org, waar de vragen werden beantwoord. Die antwoorden zijn vergaard in een tweede boek, The Language of Science and Faith, (InterVarsity Press, 2011). Omdat Collins in 2009 directeur van de National Institute of Health (NIH) is geworden vond hij het niet kies om door te schrijven aan een boek over geloof. Zijn maat Karl Giberson heeft het afgemaakt, maar Collins is wel co-auteur gebleven. De royalty’s zullen daar wel in hebben meegespeeld, maar verstandig is het niet. In de wetenschap zijn er veel sceptici die het geen goed idee vinden dat Collins directeur is van de NIH. Collins denkt niet alleen dat God bestaat en bestiert, maar dat deze God ook Zijn Zoon heeft gestuurd om onze zonden op zich te nemen. Zo iemand gelooft in sprookjes en hoort geen baas te zijn van de grootste wetenschappelijke instelling van de Amerikaanse overheid, vinden sceptici.

Ik ben het daar niet mee eens. Zolang iemand geen onzin over wetenschap verkoopt, zou geloof of politiek geen rol moeten spelen bij overheidsbenoemingen. En wetenschappelijke onzin verkoopt Collins niet. Zijn laatste boek is een elegante samenvatting van de stand van de wetenschap, gevolgd door een vriendelijke ontleding van alle waandenkbeelden, die door christenen naar voren zijn gebracht, van jonge aarde tot intelligent design. Ook Nederlandse christenen kunnen daar hun voordeel mee doen. Er zijn nog steeds Nederlandse professoren die moeite hebben met het ontstaan van nieuwe soorten (macro-evolutie) door mutatie en selectie. Collins maakt korte metten met zulk gepruttel.

Opmerkelijk is dat Giberson en Collins radicaal breken met de God van de gaten. Is er iets dat wij niet precies begrijpen, zoals het ontstaan van leven op aarde, dan presenteren ze dat als een probleem dat nog niet volledig is opgelost, maar dat zeker opgelost gaat worden. God mag niet misbruikt worden als duveltje uit een doosje, als de deus ex machina die de evolutie even een zetje geeft als er een paar fossielen missen. Wie beweert dat er aan evolutie nog te tornen valt, wordt koeltjes terecht gewezen: de auteurs kennen geen deskundige biologen die de evolutie volgens Darwin niet accepteren. Met bewonderenswaardige tact worden zulke twijfelaars in de hoek gezet bij mensen die niet accepteren dat aids door hiv wordt veroorzaakt of dat de aarde om de zon draait.

Op de wetenschap van Collins valt niets aan te merken. Hoe zit het met het geloof? Waar is God gebleven, nu de God van de gaten is doodverklaard? Bescherming tegen de ‘slings and arrows of outrageous fortune’ biedt de God van Collins echt niet meer. Wie denkt dat tsunami’s, langdurige droogte of epidemieën de straf van God zijn voor ons zondige gedrag, heeft het mis. De God van Collins leest voor uit het boek van de natuur, maar voegt er niets aan toe.

Ik zit daar niet mee, als heiden. Ik dank de hemel op mijn blote knieën dat ik atheïstisch ben opgevoed en mij nooit aan een godsdienst heb hoeven te ontworstelen. Maar kan de gemiddelde christen hiermee leven? De God van Collins is door al die natuurwetten wel aan handen en voeten gebonden. Bidden om interventie heeft niet veel zin als God geen engelenscharen meer heeft om Zijn volgelingen uit de penarie te helpen en Godloochenaars in elkaar te tremmen. Zo’n God is weinig meer dan een betekenisloze schaduw, schreef Sigmund Freud al in 1927.

Collins denkt daar anders over. God de schepper heeft toch maar die natuurwetten vastgesteld en zou best wel eens de baan van een elektron kunnen beïnvloeden zonder dat wij dat kunnen merken. Tja, big deal. Het doet mij denken aan de tv-aflevering van Koot en Bie, waarin Kees van Kooten ’s avonds aan het strand de zon helpt in zee te zinken: ‘Zakken maar’, zeggen Koot en God en zie, de zon zakt. Dat Koot hard werkt kunnen we zien, maar God, doet die nog mee?