Schurk uit kredietcrisis wordt verbeteragent

Nederlandse particuliere beleggers zitten op hun handen, zo berichtte deze rubriek vorige week. Zij houden de aandelen en beleggingsfondsen die zij nog hebben, maar handelen zelf zo min mogelijk, in afwachting van betere tijden. Lachende derden aan de zijlijn van deze ‘kopersstaking’ zijn de bestuurders en commissarissen van matig presterende bedrijven. „Het old boys’ network is gewoon in stand gebleven”, constateert Daan van Vlaardingen. „Zo zitten er nog steeds veel te weinig vrouwen in de raden van bestuur.”

Eind 2006 stichtte Van Vlaardingen het beleggingsfonds Monolith, samen met oud-advocaat Dimitri Kaandorp. Monolith opereert in een universum van 350 kleinere Europese beursfondsen, met een marktkapitalisatie van maximaal 300 miljoen euro. „Wij richten ons juist op bedrijven waar het niet zo goed gaat.” Het fonds selecteert via eigen research een beperkt aantal deelnemingen – momenteel zeven – , stelt verbeterplannen op en zoekt vervolgens contact met de directies. Die reageren sterk wisselend.

„Amsterdam Commodities was enthousiast toen we ons in 2007 aandienden.” Destijds noteerde deze wereldmarktleider in de specerijenhandel 4 euro per aandeel. Inmiddels is dat 10 euro. Het bedrijf verkocht zijn rubberactiviteiten en breidde uit in voedingsingrediënten en nieuwe diensten. Met meer vreemd vermogen, waardoor de balans sterk verbeterde zonder al te hoge schulden: de verhouding tussen winst en rentelasten steeg van 9 naar 13. Want Monolith wil geen sprinkhaan zijn. „Activistische aandeelhouders opereerden vaak veel te opportunistisch. Dat zag je bijvoorbeeld bij Stork, een bedrijf dat het eigenlijk heel goed deed. Daardoor gingen zij tot de schurken van de kredietcrisis behoren.”

Ook Monolith heeft daar last van. In augustus stapte het fonds uit Holland Colours, na een machtsgreep door de familie-aandeelhouders. De kleurstoffenproducent speelde ongeveer quitte. Ook de technische groothandel Batenburg verzette zich tegen verandervoorstellen. Monolith stapte in Batenburg op een koers van 22 euro; nu ligt die op 15 euro. Wel werd een superdividend afgedwongen.

Toch won Monolith sinds de oprichting 43,18 procent aan waarde, een gemiddeld rendement van 8,6 procent per jaar. De benchmark van het fonds, de HSBC European Smaller Companies Index, verloor in die periode 3,8 procent per jaar. Fondsenvergelijker Morningstar riep Monolith in november uit tot de beste presteerder in een categorie met 84 mededingers.

Monolith telt slechts 41 participanten, merendeels institutionele beleggers. De minimale inleg – 25 mille – zal veel particulieren te hoog zijn. Voor hen heeft het fonds vooral een indirecte waarde: het laat zien wat aandeelhouders met constructieve kritiek nog altijd kunnen bereiken bij ondermaats presterende beursfondsen.

„Grote beleggers zijn daar minder vrij in, zij hebben teveel deelnemingen en moeten teveel belangen dienen. Wij fungeren als hun change agents”, zegt Van Vlaanderen.

Joost Ramaer