Ook deze dichter was stellig interpassief

Elsbeth Etty neemt wekelijks de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Deze week over een nieuw woord, oude dichters en wereldgeschiedenis.

Wat interactiviteit betekent, lijkt me duidelijk. Maar wat is interpassiviteit? Filosoof Gijs van Oenen definieert dit verschijnsel als ‘het onvermogen om te handelen naar normen die men zelf onderschrijft’, waarmee hij doelt op de normen die bevochten zijn in de vorm van emancipatie en democratisering. In Nu even niet! Over de interpassieve samenleving (Van Gennep, 264 blz. € 22,50) betoogt Van Oenen dat het in de Verlichting begonnen filosofische proces van emancipatie in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw in maatschappelijke zin is ‘verwerkelijkt’. Het nam de vorm aan van interactiviteit. Maar daar zijn we nu moe van geworden. Het heeft geleid tot een nauwelijks te stillen honger naar ‘veiligheid’ en nieuwe vormen van narcistisch gedrag. De emancipatie is ons letterlijk te veel geworden. Emancipatie en democratie lopen tegen grenzen aan als gevolg van hun eigen succes. Het populisme is een vorm van ‘interpassieve protestpolitiek’ en wijst op zoeken naar nieuw gezag. ‘Meer democratie’ kan volgens hem het antwoord niet zijn. Maar wat dan wel? Minder democratie?

Interpassief, zo stel ik me de relaties voor die de grote dichter en classicus J.H. Leopold (1865-1925) met zijn medemensen onderhield. Hij woonde dertig jaar in zijn eentje op dezelfde kamer aan de Rotterdamse Van Oldenbarneveltstraat, waar hij mondjesmaat (oud)leerlingen van het Erasmiaans Gymnasium en soms collega-dichters als Gorter en A. Roland Holst ontving. Leopolds biograaf, Dick van Halsema, ontdekte onlangs een foto van dit vertrek, dat volgens een bezoeker ‘een verschrikkelijke eenzaamheid ademde’. Uit De kamer van Leopold. (Historische uitgeverij, 63 blz. € 15), rijst een genuanceerder beeld op. Ongetwijfeld was Leopold een ‘onzegbaar verlaten mens’, maar in die kamer, aan zijn bureau, achter de gehuurde piano, tussen zijn boeken, prenten en muziek zal hij zich veilig hebben gevoeld. Daar kwamen tenslotte zijn prachtige gedichten tot stand en Van Halsema zou Van Halsema niet zijn als hij niet Leopolds poëzie (‘O donker en grootmogend woord’) de hoofdrol in deze aanschouwelijke minibiografie had toebedeeld.

In Nederland verschijnen zelden publicaties waarin naar aanleiding van een deelaspect een heel kunstenaarsleven wordt opgeroepen. In de Angelsaksische traditie is dat gebruikelijker. Een recent voorbeeld is Naar de rivier. Een reis onder het oppervlak (De Bezige Bij, vert. Laura van Campenhout, 268 blz. € 22,50) van de Britse journaliste Olivia Laing. Na haar ontslag en een breuk met haar geliefde probeert ze zichzelf te hervinden tijdens een wandeling langs de Ouse, de rivier waarin Viginia Woolf zich in 1941 verdronk. De voetreis levert originele reflecties op over leven en werk van Virginia Woolf. De erudiete, poëtisch formulerende Laing baseert zich vooral op de uitstekende Woolf-biografie van Hermione Lee, maar laat ook zien dat oog voor details tot nieuwe ontdekkingen kan leiden.

Vanuit het detail de grote lijn zoeken, is bepaald niet de werkwijze van vertaalster Margreet den Buurman, die na een benedenmaatse biografie over Thomas Mann, nu het levensverhaal van diens broer te boek heeft gesteld. Heinrich Mann. Het goede in de mens. Een biografie (Aspekt, 260 blz. € 22,95) voegt niets toe aan de bestaande literatuur over de familie Mann en is in erbarmelijk Nederlands gesteld.

Een beschrijving van de wereldgeschiedenis van 1945 tot heden – van de atoombom op Hiroshima tot de Arabische lente en de euro-crisis – mag je rustig een gedurfd project noemen waar weinig Nederlandse historici zich aan wagen. Hun Belgische vakgenoot Hugo Van de Voorde schrok er niet voor terug in Mensen of barbaren? (Pelckmans, 560 blz. € 32,50). Duidelijker dan de titel is de ondertitel: ‘Een eigenzinnig perspectief op de wereldpolitiek na 1945’. Wat direct opvalt is de structuur van dit boek. Het geeft een in thematische en geografische aspecten geordende beschouwing over de oorsprong van actuele situaties. De teloorgang van de unilaterale machtspositie van de VS en de grensoverschrijdende problemen die de internationale politiek beheersen, worden in een historisch kader geplaatst. Door ze in navolging van Braudel op onderscheiden niveaus (evenement, korte termijn, lange termijn) te behandelen, ontstaat het ‘eigenzinnig perspectief’. De vorm (vraag-antwoord) doet echter nogal schools aan, alsof het een catechismus betreft.

Elsbeth Etty