Liever knuffels dan stomme oude foto's

Kindermusea profiteerden van recessie en slecht weer deze kerstvakantie. De belangrijkste reden is een leuk dagje voor de kinderen, maar je fantasie prikkelen met kunst is ook best fijn.

„Dit is toch raar Flynn? Wat gebeurt hier?” Vader en zoon Van Herwijnen staan oog in oog met Bodies van Joep van Lieshout. Een apparaat spuwt een zwarte brij van lichamen uit. „Mensen worden vermalen... tot moes!”, zegt Flynn van een jaar zes monter. Ze staan op de eerste etage van de Rotterdamse ‘kinderkunsthal’ Villa Zebra. Het is druk. Villa Zebra spreekt van een topdag.

Zoals veel ouders zocht pa Van Herwijnen naarstig naar leuke gezinsactiviteiten voor in de kerstvakantie. „We waren eerst naar het Fotomuseum, naar een expositie van Eugène Atget.” Flynn vond het niks: „Alleen maar stomme oude foto’s!” Gelukkig was tijdens de zomervakantie de expositie Bouwwereld in Villa Zebra erg in de smaak gevallen, Flynn had het er nog vaak over. „Mijn doel is simpelweg om hem een leuke dag te bezorgen. Niet om Flynn op het kunstpad te zetten.”

Voor veel ouders is dat de hoofdreden om naar een museum te gaan: lol. Ook voor Robert Jongeling, vader van Chiara en Shenoa. Ze gingen voor het eerst samen naar een museum. „Ik doe elke dag wat leuks met ze. Morgen gaan we zwemmen.”

Met de tentoonstelling De Kannibaal wil Joep van Lieshout zijn zorgen wat betreft consumptie, productie en hergebruik delen met een jeugdig publiek. Er is een vragenboekje bij. Eerst buigen kinderen zich over feitelijkheden – zoals in het geval van Bodies – „Welke geluiden maakt de Vermaler? Maak deze geluiden.” Even later wordt een beroep gedaan op de fantasie. „Wat zou jij tegen deze mensen willen zeggen?” Flynn kijkt nog eens naar de mensenmoes en dan weer naar zijn pa. „Ja, fantasie, dat vindt hij moeilijk. Net als z’n vader overigens hoor, maar daarom zijn dit soort exposities zo leuk.”

Het slechte weer is goed voor Villa Zebra. „Wat ook meehelpt is dat mensen in recessietijd dichter bij huis blijven”, zegt een medewerker. Niet alleen Villa Zebra profiteert. Overal zijn de musea deze kerstvakantie overlopen door kinderen, zegt de Nederlandse Museumvereniging.

In Leiden, de tweede museumstad van Nederland, spant natuurhistorisch museum Naturalis duidelijk de kroon qua kinderdrukte. Dieren doen het goed bij de jeugd. „Naturalis heeft van alle musea het beste excuus om knuffelbeestjes te verkopen”, zegt een moeder. „Ik vermoed dat mijn kinderen de winkel nog het leukste gedeelte vinden. Daar woorden jullie hebberig van hè?” Haar kinderen hebben zojuist de brontosaurusmaskers en dino-bouwpakketten ontdekt.

Overal lopen kinderen met digitale camera’s, die alles vast willen leggen. Een meisje klaagt dat de opgezette grote renkoekoek toch niet zo lijkt op de beep, beep roadrunner van Looney Tunes. Een jongetje ligt languit naast een versteend stuk boom. „Lijkt wel een wiel! Alleen had het randje nog wat gladder gemoeten.” Elders bouwen kinderen aan hun eigen ‘superfikkie’; een chimaera van allerlei verschillende dieronderdelen. „Fikkie gaat verhuizen naar een ver land. Maar kan hij daar wel overleven? Zouden kikkerpoten of een schorpioenenstaart handig zijn?”

Michel Buchel, directeur van technologiemuseum Nemo, meldt dat het nog nooit zo druk is geweest als in deze kerstvakantie. Om de drukte door het museum te spreiden verzon Nemo meer dan twintig extra voorstellingen. Het Scheepvaartmuseum, iets verderop in Amsterdam, zag zich gedwongen extra vermaak te regelen voor mensen die in de rij stonden voor een attractie. Uit veiligheidsoverwegingen moest de deur zelfs af en toe een half uurtje dicht, zodat de mensen binnen niet in de verdrukking zouden raken.

Het was duidelijk drukker, zeggen de musea. Maar hoeveel drukker precies is niet te zeggen. „Het is heel lastig om zicht te krijgen op dat soort kwesties”, weet René Goudriaan van onderzoeksbureau Ape, die vorig jaar meewerkte aan een rapport voor de Museumvereniging en OCW over het stimuleren van kinderbezoek aan musea. „Musea zijn meer van de inhoud dan van het boekhouden. Toch zie ik een stijgende lijn in kinderbezoek aan musea.” Met de kosten van een kaartje heeft dat volgens Goudriaan weinig te maken. „Kinderen willen betrokken worden bij de expositie, op een interactieve manier.” Met de hausse aan speurtochten, puzzelboekjes en online games zijn musea volgens hem op de goede weg.

„In mijn tijd mocht je alleen maar overal stilletjes voorbij lopen”, zegt een moeder in Villa Zebra. Gefascineerd door kleuren, beweging en geluiden kruipt haar zwijgende dochtertje van vier in een holle schedel van Joep van Lieshout.