Het verschil tussen Maxime Verhagen en het Woudagemaal

Heeft u het Woudagemaal zien pompen in Nieuwsuur? Druppeltje olie erbij en het stoomgemaal bij Lemmer spuugt weer viereneenhalf miljoen liter water per minuut in het Ijsselmeer, om de Friese boezem vier centimeter te verlagen. En die ingenieuze balgstuw bij Kampen? Prachtig toch? Vastberaden en saamhorig tegen het wassende water – daar kan geen islamofobie

Heeft u het Woudagemaal zien pompen in Nieuwsuur? Druppeltje olie erbij en het stoomgemaal bij Lemmer spuugt weer viereneenhalf miljoen liter water per minuut in het Ijsselmeer, om de Friese boezem vier centimeter te verlagen. En die ingenieuze balgstuw bij Kampen? Prachtig toch? Vastberaden en saamhorig tegen het wassende water – daar kan geen islamofobie tegenop.

Dit is wat wij kunnen. Dit verbindt ons. De balgstuw als niet-Maxime. 130 kilometer, dat is consumptie-politiek. Heel veel water, dat zijn wij echt. Het is geen makkelijke nostalgie. Keiharde wind, immense regen en hoog water, dat is nu. Slim en verstandig dat Delta-commissaris Kuijken overal opdook op de dijk. Dit gaat over veel meer dan water. De politiek kan er van leren, in ieders voordeel.

De aankondiging van Maxime Verhagen dat hij niet de nieuwe leider van het CDA wil worden is met een bijna pijnlijk gebrek aan teleurstelling verwelkomd binnen zijn partij. Bekwame, loyale man. Hij heeft het krimpende CDA toch maar in het centrum van de macht weten te houden. Maar niet onze leider voor de dag van morgen. Zelfs niet voor de storm  van nu.

Niemand weet of de christendemocratie weer volop terugkomt, maar wat zich aftekent is een even dramatische als fascinerende zoektocht naar onloochenbare waarden. Dat zijn vaak oude waarden in nieuwe vertaling. Verhagen personifieerde het überpragmatische, bestuurlijke CDA dat ooit Limburg en Brabant bestuurde, waar de roomskatholieke kerk zaken kon laten seponeren. Ook het CDA dat lang door het midden het verzuilde land draaiend hield, de verzorgingsstaat mee opbouwde.

Teleurgestelden van die christendemocratie hebben intussen in groten getale hun toevlucht genomen tot SP, PVV en VVD. De PvdA kon hun niet blijvend een warm nest bieden. Door met de concurrenten PVV en VVD te gaan regeren hoopte Verhagen als partij ‘over rechts’ te overleven, liefst het Zuiden te heroveren. Uit de peilingen blijkt daar niets van. De twee conservatief-liberale aanbiedingen smaken authentieker dan het kleurloos gebleven CDA-product van Verhagen.

Zijn erkenning dat hij het CDA niet gaat redden markeert een omslagpunt. Onder regie van partijvoorzitter Ruth Peetoom werken commissies aan de contouren van een hernieuwd CDA. De groep van collega-dominee Jacobine Geel heeft al een nieuw vocabulaire aangereikt – als niet-partijlid wordt zij niet overal vertrouwd. De meer fundamentele uitgangspunten worden door een groep onder voorzitterschap van oud-minister De Geus uitgebroed. Het CDA-congres buigt zich daar 21 januari over.

Waar dit Strategisch Beraad mee komt is nog geheim. Het zal geen wilde boel worden. Het CDA herbergt nu eenmaal katholieken en protestanten, buitenmensen en (steeds minder) stedelingen. Het zou niet verbazen als het nu tijd is voor wat meer Noordelijke dan Zuidelijke instincten – meer balgstuw en minder Rolduc. Welke ruimte heeft het CDA nog in 2012? Genoeg, als je het wil zien.

Kortgeleden publiceerde Gabriël van den Brink van de Universiteit Tilburg een handreiking waar het CDA, en eigenlijk iedere andere politieke partij inspiratie uit zou kunnen putten. Eigentijds Idealisme – Een afrekening met het cynisme in Nederland bundelt de uitkomsten van een onderzoek naar de omgang van Nederlanders met ‘het hogere’.

Die zoekopdracht suggereert dat het land via onze lieve heer moet worden gered, maar zo eenvoudig maakt Van den Brink het zich niet. Zijn verkenning van wat Nederlanders graag doen buiten hun directe eigenbelang is tegelijk hartstochtelijk en staat open voor de werkelijkheid. Wat blijkt? Wij zijn niet zo cynisch en negatief, zo vijandig tegen alles wat anders is. Vergeleken met andere Europese landen scoort God heel laag, maar op acht andere vormen van mogelijke inzet zijn Nederlanders feller dan wie ook.

Van den Brink pluist uit hoe de Nederlandse gelovigheid zich steeds meer heeft vertaald in een hang naar vitaliteit, sport, vrijwilligerswerk, natuurbehoud, liefde en andere ‘zintuigelijke genietingen’, ja zelfs ontwikkelingssamenwerking. Velen doen heel graag goed, misschien onhandig, maar met een vanzelfsprekende zelfopoffering voor  buren, naasten en verren.

Met andere woorden, concludeert Van den Brink: ,,Het Hogere is hier niet zoeer verdwenen maar het heeft zich op een wonderlijke wijze in alle richtingen verspreid. Bezien vanuit het oude geloof mag het dan lijken of Nederland een geseculariseerde samenleving is geworden, maar historisch en sociologisch bezien kunnen we beter zeggen dat het engagement met hogere waarden en geestelijke beginselen juist bloeit.’’

Zo, dat is heel wat anders dan al dat geschamper. De omgangsvormen zijn soms erg vitaal geworden, maar eronder bruist betrokkenheid bij van alles dat iedereen aangaat. De grote uitdaging voor politici en politieke partijen is die stromen van bereidwilligheid  stem en vorm te geven. Ook al klinkt die goede wil soms als verontwaardiging.

De afkeer van banken die als dolgedraaide robots hun eigenbelang nastreven met andermans geld is authentiek, en breed gevoeld. Dat de politiek zulke onderwerpen niet weet te vertalen is een gemiste kans. Zoals het toegeven aan de rooklobby een voorbeeld is van verkeerd begrepen volkswil, nep-VOC. Het onderwijs wordt met ophokuren en streber-beloningen nog steeds niet gered van Babbelonië.

Samen tegen het woeste water. Dat vakmanschap is er nog. Iedereen weet zijn taak en plaats op de dijk. Een schoolvoorbeeld van eigentijds idealisme.