Het rode boekje van de Europareiziger

Aflevering 19: over de reisgidsen, van Baedeker tot de Rough Guide.

©

Reisgidsen zijn zo oud als de weg naar Rome. De Griek Pausanias beschreef Griekenland voor Romeinse toeristen in de tweede eeuw na Christus. De Gallische non Egeria publiceerde tweehonderd jaar later een veelgebruikte pelgrimsgids voor het Heilige Land. De Italiaanse dichter Petrarca schreef 560 jaar vóór de Tour de France een populair verslag van zijn beklimming van de Mont Ventoux, en toen Goethe in 1786 aan zijn Italienische Reise begon, zal hij net als andere reizigers op de ‘Grand Tour’ de informatiepapieren van een touroperatorpionier als Cox & Kings hebben meegedragen.

Toch duurde het nog tot het begin van de negentiende eeuw voordat toeristen aller landen konden kennismaken met de eerste moderne reisgidsen – handzame boekjes waarin behalve aangeraden routes ook leuke hotels en starredattractions waren aangegeven. De eerste die daar naam mee wist te maken was Karl Baedeker, een uitgever uit het land dat begrippen als Wanderlust en Fernweh over de wereld exporteerde.

©

Baedeker was gevestigd in Koblenz, in het hart van het Rijnland. Geen wonder dat zijn eerste gids de Rheinreise von Mainz bis Cöln (1835) was – geschreven door een zekere J.A. Klein en afkomstig uit de boedel van een uitgeverij die door Baedeker was overgenomen. De Rheinreise was meteen populair, omdat de geboden informatie een dure gids van vlees en bloed overbodig maakte. In hoog tempo ging Baedeker over tot het publiceren van nieuwe reisgidsen, maar nooit zonder dat hij zélf alle bezienswaardigheden en reisinformatie had gecontroleerd. Holland kreeg zijn gids in 1839 (net als België), Oostenrijk-Hongarije in 1842, Zwitserland in 1844 (inclusief adviezen voor de dikte van je tweedkleding bij het beklimmen van de bergen), Paris und Umgebung in 1855 (met de eerste plattegrond van de graven op Père Lachaise). Land voor land werd heel Europa klaargestoomd voor het toerisme, of zoals het al snel zou worden genoemd: ‘gebaedekerd’. Het internationale succes kwam vanaf 1861, toen de eerste gidsen in het Engels en het Frans verschenen; maar toen was Karl Baedeker al twee jaar dood, op 48-jarige leeftijd overleden aan een hartaanval.

De gidsen van Baedeker waren beroemd om hun chique dundruk en economische typografie, hun uitvoerigheid, hun glasheldere kaarten, hun duidelijke index, hun typerende rode bandjes met gepreegde gouden letters, hun handige adviezen (‘loop niet oververhit een kathedraal in’) en hun betrouwbaarheid en nauwkeurigheid – deutsche Gründlichkeit zou je bijna zeggen. ‘Kings and governments may err, / but never Mr. Baedeker’ dichtte A.P. Herbert in zijn vrije bewerking van het libretto van La vie Parisienne van Jacques Offenbach.

16134372136

En dus had Lawrence of Arabia het deeltje Palestine and Syria (1876) in zijn zak toen hij in de Eerste Wereldoorlog voor de onafhankelijkheid van de Arabieren vocht; en maakten schrijvers van E.M. Forster tot Thomas Pynchon gebruik van de Baedeker-gidsen in een tijd dat er nog geen Google Earth was. Een beroemde anekdote vertelt dat keizer Wilhelm I zijn vergaderingen in zijn Paleis aan Unter den Linden in Berlijn onderbrak om naar een raam te lopen waarover Baedeker had geschreven dat Der Kaiser daar elke dag om twaalf uur naar de wisseling van de wacht keek. ‘We moeten de lezers van Baedeker niet teleurstellen.’

De invloed van Baedeker valt nauwelijks te overschatten. Op de toeristische infrastructuur in de door de auteurs bezochte landen. Op de verwachtingen van de reizigers die bij hun rode boekje zwoeren. En op de reisgidsseries die erna kwamen: van The Blue Guides en Michelin (die in de ‘Groene Gidsen’ vanaf 1926 het fameuze driesterrensysteem van de rode restaurantgids – intéressant, vaut le détour, vaut le voyage – toepaste op toeristische attracties) tot moderne nazaten als Lonely Planet, The Rough Guides en Eye Witness (in Nederland beter bekend als Capitool).

Uitgeverij Baedeker, die in 1872 verhuisde naar Leipzig (en tot op de dag van vandaag reisgidsen in samenwerking met Allianz maakt) heeft zelfs de loop van de Tweede Wereldoorlog beïnvloed. Nadat de Royal Air Force, onder commando van Arthur ‘Bomber’ Harris, in maart 1942 het historische centrum van Lübeck had platgegooid om de Duitsers te demoraliseren, besloot de Luftwaffe ook het aanvallen van niet-militaire doelen te intensiveren. „We zullen ieder gebouw in Engeland bombarderen dat drie sterren heeft in de Baedekergids,” zei Oberleutnant Gustav Baron von Sturm; en tussen april en juni 1942 werden zware luchtaanvallen uitgevoerd op Exeter (zelfs nu nog pronkend met twee sterren in de Groene Michelin), Bath (drie sterren), Norwich (twee), York (drie) en Canterbury (drie).

Volgens het principe ‘tit for tat’ bombardeerden vervolgens de Engelsen weer historische steden, met als dieptepunt de verwoesting van het strategisch volstrekt onbelangrijke Dresden in februari 1945. Anderhalf jaar eerder was bij een bombardement op Leipzig de hele uitgeverij Baedeker in vlammen opgegaan – wat in Groot-Brittannië als hemelse gerechtigheid werd gezien.

Geen reclame voor de rood-gouden gidsen, deze ‘Baedeker Raids’. Net zo min als de speciale reisboekjes die tijdens de oorlog voor het oostelijk front werden samengesteld voor de leden van de paramilitaire Organisation Todt. Maar natuurlijk valt dat de oude Karl niet aan te rekenen. Die gaat de geschiedenis in als de man die Europa leerde reizen.