Het moet sneller en korter. Anders verzuurt de sport

Twee schaatsers die 25 rondjes tegen de klok rijden met dweilorkestjes in veel te lange pauzes – het is niet meer van deze tijd. Volgens kenners, sponsors en marketeers kan het hardrijden alleen overleven als het zichzelf vernieuwt. Weg met de Hollandse folklore. „Je krijgt jongeren echt niet meer naar een schaatstoernooi. Dat vinden ze doodsaai.”

N atuurlijk, er kan altijd iemand vallen. En op het buitenbaantje van Boedapest kan een regenbui het klassement opschudden. Maar calamiteiten daargelaten zijn er uiteindelijk toch slechts twee of drie kandidaten voor de Europese titels: overwegend Nederlanders, een Noor, een Tsjechische en een vasthoudende Duitse op leeftijd.

Allroundtoernooien worden al sinds 1891 gehouden, maar verrassend zijn ze al jaren niet meer. Ook dit weekeinde zullen prachtige ritten worden gereden, maar ook lange en saaie. Het dweilorkest zal de pauzes opvrolijken – en er zullen zondagavond Nederlanders op het podium staan. Net als twintig jaar geleden. „Er is niks meer aan”, zegt voormalig bondscoach Henk Gemser, chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg tijdens de Winterspelen in Vancouver (2010). „De allroundtoernooien hebben zich de afgelopen jaren niet ontwikkeld.” Gemser is zelfs „schaatsmoe” geworden door de vele wedstrijden. „Sla eens een paar World Cups over, niet interessant meer. Je bent helemaal niet meer nieuwsgierig wie er wint.”

Van steeds meer kanten komt het schaatsen onder vuur te liggen. Volgens sponsors, buitenlandse televisiezenders en sportconsultants kan het hardrijden alleen overleven als het zichzelf drastisch vernieuwt. Waar andere sporten nieuw publiek lokken met snellere, minder voorspelbare wedstrijdvarianten, blijft het schaatsen steken in oubollige tradities en Hollandse folklore, vinden veel critici. Thialf bleef eind december leeg tijdens de Schaatsweek, terwijl een spectaculair evenement als Red Bull Crashed Ice op de Cauberg in Valkenburg vorig jaar 35.000 overwegend jonge kijkers trok.

Op veel plaatsen in Europa en Azië verrijzen hypermoderne, overdekte ijspaleizen, maar om die te kunnen exploiteren is het van levensbelang dat de sport zich vernieuwt. Juist zo’n kleine, maar dure sport moet het hebben van sponsorinkomsten. Het is een teken aan de wand dat de belangrijkste geldschieter van de internationale schaatsunie (ISU), Essent, ontevreden is over de manier waarop de sport zich presenteert. „De amusementswaarde van zo’n toernooi is niet geweldig, met zijn lange pauzes en zijn dweilorkesten”, zegt Dig Istha, directeur communicatie bij Essent. „Er mag wel wat meer schwung in komen. En in welke sport zie je B-sporters op tv? Bij elke schaatscompetitie zit de tweede garnituur in het hoofdprogramma, met de nummer drie van Polen. Mensen willen juist kortere toernooien; zaterdagmiddag van twee tot vier, zondag van twaalf tot drie. En de B-sporters naar de ochtend. Zo’n allroundtoernooi over drie dagen – er komt geen eind aan.”

Volgens de gerenommeerde sportmarketeer Frank van den Wall Bake, onder meer bekend door het bedenken van publiekstrekkers als het Holland Heineken House en promotie-dorpen bij sportevenementen, denkt dat het schaatsen te laat beseft dat het zich moet vernieuwen. „Als het een zomersport was geweest, was schaatsen al lang van de olympische agenda geschrapt”, denkt hij. „Er moet echt snel iets veranderen.”

Er zijn genoeg ideeën om de sport nieuw leven in te blazen. Ex-bondscoach Gemser bedacht zijn eigen plan om „het schaatslandschap” om te gooien, zodat zijn sport kan overleven. Zijn grootste zorg is het programma van de allroundtoernooien. Net als veel anderen vindt Gemser „het niet meer van deze tijd” vast te houden aan de tien kilometer bij de mannen, al sinds de negentiende eeuw de slotafstand bij de mannen. ‘Even interessant als kijken naar groeiend gras’, roepen Amerikanen.

„De tien kilometer is de nagel aan de doodskist van het langebaanschaatsen”, zegt Van den Wall Bake. „Het wordt absoluut niet begrepen in de meeste andere landen – 25 rondjes kijken naar twee schaatsers die vaak alleen maar tegen de klok rijden.” Gemser noemt het „mondentrekkend”, de langste afstand op een allroundtoernooi. „Met alle respect voor de winnaar in Boedapest, maar het aantal deelnemers dat potentieel hoog scoort is te gering.”

In 2004 stelde de Noorse bond voor de kleine vierkamp in te voeren, zodat meer rijders zich konden mengen in de strijd om het podium. De kleine vierkamp (500, 3.000, 1.500 en 5.000 meter) geeft ook kansen aan specialisten op de middenafstanden. Die groep is vele malen groter dan die van de stayers. Om dezelfde reden overwoog de ISU tien jaar geleden de kleine vierkamp in te voeren in het wereldbekercircuit.

Toch ontkomt het schaatsen er niet aan, vindt Gemser. Hij zou de kleine vierkamp invoeren op de EK en WK allround, maar ook op de Spelen. „Op de Zomerspelen heb je ook een zevenkamp en een tienkamp.” De moderne tijd eist nu eenmaal snelheid, afwisseling, dynamiek. Gemser: „Mensen volgen een allroundtoernooi al lang niet meer met de krant op tafel. Ze schakelen sneller door naar iets anders. We zijn veel vluchtiger in het beleven van onze genoegens.”

Van den Wall Bake vreest dat de afschaffing van de tien kilometer ver weg is. „Bij elke proefballon die de ISU oplaat, breekt de pleuris uit in Nederland. Als Nederlander waardeer ik die tien kilometer ook, maar als ik mijn marketingpet opzet moet de ISU hem toch afschaffen.”

Gemser wil niet helemaal af van de langste afstand. „Je kunt de tien kilometer behouden in de World Cups, op de WK afstanden en de Spelen. Daarmee is die afstand veiliggesteld en worden de specialisten bediend.”

Introductie van een kleine vierkamp op de Spelen zou wel ten koste gaan van een ander nummer, want uitbreiding van het programma is onbespreekbaar voor het IOC. Gemser: „Ik zou de 1.000 meter schrappen. Dat is inspanningsfysiologisch exact hetzelfde als de 1.500 meter.”

Bij de Nederlandse schaatsbond (KNSB) kennen ze de discussies, maar Nederland zal niet voorstellen het allroundschaatsen om te gooien, zegt directeur sport Arie Koops. „Wij vinden de EK en WK allround met de tien kilometer hartstikke goed. Als schaatsliefhebber vind ik dat een tien kilometer echt bij een allroundtoernooi hoort. Het is een mooie traditie, ik zie fantastische tien kilometers. Maar ik realiseer me dat dat internationaal anders gepercipieerd kan worden.”

Koops vindt het wel de moeite waard te experimenteren met een kleine vierkamp bij de mannen. „Ik kan me voorstellen dat je dan meer potentiële winnaars krijgt.”

Ook al spreken de Nederlanders nog van een ‘grote titel’ bij de allroundtoernooien, die zijn intussen volledig ondergesneeuwd door de WK afstanden: voorportaal van de Spelen. Dat betekent: specialiseren.

En je moet mee met de specialisten, zegt Jan Blokhuijsen, zo’n typische Hollandse allrounder – goed op alle afstanden. Maar hij trekt een vies gezicht als hij zijn toekomst moet spiegelen aan de carrière van Rintje Ritsma, één van de beste schaatsers aller tijden. Die werd vier keer wereldkampioen allround, won zes EK’s en zes olympische medailles. Maar nooit goud op de Spelen. Net als andere helden uit het vergeelde allrounderstijdperk: Hilbert van der Duim, Hein Vergeer, Falko Zandstra.

„Uiteindelijk gaat het om een olympische medaille”, zegt Blokhuijsen. „Je moet keuzes maken. Ik ga mij vanaf volgend seizoen ook specialiseren, net als mijn concurrenten. Als je je te breed blijft ontwikkelen, mis je op elke afstand de slag.” Het betekent niet dat Blokhuijsen stopt met allrounden. „Het blijft prachtig werk. Ik zie het liefst een allroundtoernooi op de Spelen.”

De KNSB is minder pessimistisch over de toekomst. Althans, in Nederland. „De kijkcijfers worden niet minder”, zegt bondsdirecteur Koops. Dat klopt als het gaat om de televisiekijkers, zegt Dig Istha van Essent. „Schaatsen is nog steeds de best bekeken sport in de winter. Maar de kijkers worden wel steeds ouder. De wereld om ons heen verandert heel snel. Overal veranderen sporten met hun tijd mee, er komen aantrekkelijker varianten, zoals twentytwenty-cricket en rugby-sevens. Op de Winterspelen zie je halfpipe snowboarden en snowcross: sporten die twintig jaar geleden niet eens bestonden. Je krijgt jongeren echt niet meer naar een schaatstoernooi. Dat vinden ze doodsaai. Ze kijken veel liever naar Crashed Ice. Misschien is dat wat voor de ISU.”

Ook Koops erkent de ontwikkelingen. „Het IOC kijkt vooral naar wat de jeugd aantrekkelijk vindt. Als je ziet hoe snel die nieuwe sporten een plaats hebben veroverd, moet je beseffen niet stil te kunnen staan.” Maar hij wijst op de experimenten die worden gedaan met twee nieuwe onderdelen: de teamsprint en de mass-start, een minimarathon met twintig schaatsers aan de start. Koops: „We kijken hoe het publiek reageert. Een compliment aan de ISU dat ze deze initiatieven zo snel in hun programma opneemt.”

Maar ISU-sponsor Essent denkt dat er meer nodig is om het hardrijden te revitaliseren, zoals muziek tijdens de wedstrijden, nieuwe cameraposities en beter herkenbare schaatsers. Istha: „Nu zie je pas als een schaatser de cap en de bril afzet: verrek, dat was Ireen Wüst.” Ook vindt hij de kalender heel onduidelijk. „De ene week een World Cup, dan een EK allround, een WK allround, een World Cup-finale en nog eens een WK afstanden, wat eigenlijk de World Cup-finale zou moeten zijn. Je wilt een serie wereldbekerwedstrijden waar je punten moet halen, waaraan iedereen meedoet. Dat moet leiden tot de apotheose van het seizoen, de WK afstanden.”

De schaatsers hebben ook hun verplichtingen, vindt Istha. Ze zeggen te makkelijk een wereldbekerwedstrijd af, als die niet in hun planning past. „Dat is ons een doorn in het oog. Ireen Wüst, één van de publiekstrekkers, zegde vorig jaar op het allerlaatste moment af voor de finale van de World Cup. Ivan Skobrev komt niet naar de EK allround, omdat hij kennelijk niet buiten wil rijden. Heel slecht, als je praat over het verkopen van je sport. Schaatsers zijn ook verantwoordelijk voor hun sport.”

EK: Pechstein aan kop; pagina 24