Het CDA is de verbinding met het Nederland van vandaag kwijt

Het CDA moet een nieuwe taal leren, die van de Nederlandse samenleving van 2012. De partij heeft „ontdekkingsreizigers” nodig, zegt Pieter-Gerrit Kroeger, gezaghebbend CDA-lid.

PG Kroeger – hij heet Pieter-Gerrit, maar iedereen noemt hem PG – is lid van het CDA, bekleedt geen formele functies, maar is toch gezaghebbend. Onder meer als geschiedschrijver van de partij, als voormalig politiek adviseur van bewindslieden, en scherp denker. Hij is klankbord en soms speechschrijver voor bewindslieden.

Deze maand debatteert de partij over koers, organisatie en leiderschap. De basis voor de discussie legde een commissie onder leiding van Léon Frissen, die vorig jaar zomer de dramatische verkiezingsnederlaag analyseerde. Kroeger was lid van die commissie en samensteller van het eindverslag.

Het CDA is na anderhalf jaar nog steeds op zoek naar een verhaal, naar een leider en naar een structuur. Hoe kan dat?

„Mij verbaast dat niet. Het was geen verkiezingsnederlaag omdat er iets tegenviel, of doordat een lijsttrekker het niet zo goed deed. Zo’n soort tegenvallende uitslag heeft elke partij wel eens. Dat was dit niet. Dit was een cultuurbreuk. De Nederlandse politiek is in 2010 in relatie tot het CDA fundamenteel veranderd. Het vaste patroon van de grote consensuspartij van het midden, confessioneel van oorsprong, was de basis van waaruit in Nederland politiek werd bedreven: dan eens met die, dan eens met die. Er werd altijd rond het CDA gegroepeerd en geregeerd. Dat is voorbij. Het CDA is in één klap een kleinere partij geworden.”

Een cultuurbreuk. Volgens Kroeger is niet alleen de positie van het CDA in het partijenlandschap veranderd, ook de band tussen de partij en de samenleving. „Het Nederland van 2010 is niet het Nederland van 1975 of 1990. Het CDA heeft de verbinding met het Nederland van vandaag de dag verloren. Dat is de echte oorzaak van die grote nederlaag. De mensen herkennen de taal en de beelden van het CDA niet meer. Veel mensen in de partij, en zeker de leidende, hebben dat volstrekt niet gemerkt.”

De verbinding met Nederland verloren?

„Het CDA was de partij van de regio, van het maatschappelijk middenveld. Daar hing een geur van rurale rust omheen. Dat Nederland voor 70 procent in verstedelijkte gebieden woont, werd nauwelijks beleefd. Kijk waar de verliezen het grootst zijn: tweederde in Almere, in Amsterdam van 10 naar 3 procent. Twee steden met bij elkaar een miljoen inwoners. Dat is niet alleen maar een tegenvallende uitslag. Dat is een culturele tsunami.”

Hoe kan het dat niemand in het CDA dit heeft gezien?

„Goeie vraag. Ik heb zowel na de verkiezingen in 2006 als na de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2009 dit verhaal voor een aantal mensen in de CDA-top opgeschreven. Met de cijfers erbij. Men vond het buitengewoon interessant. Een dat-moet-je-lezen-rapport. Maar er gebeurde niets. Je hebt gelijk, zeiden ze, maar we moeten voorzichtig zijn.

„Dat element van risicomijding is cruciaal geweest. Als je die conclusies, die analyses deelt, dan moet je uit je comfort zone komen. Dan zul je dat andere, urbane Nederland moeten gaan ontdekken.”

Niet iedereen staat te trappelen. Jack de Vries, zo vertelt Kroeger in een anekdote, was ervan overtuigd dat de veertig grootste steden voor het CDA toch verloren waren. De campagne moest worden geconcentreerd in de rest van het land. „Maar als je dat doet, heb ik hem voorgerekend, moet je gemiddeld in die gemeenten 58 procent van de stemmen halen om op veertig Kamerzetels te komen. Zo’n percentage haalden we hooguit in twee gemeenten, iets als Tubbergen en Dinkelland. Daarmee kom je er dus niet.”

Nieuwe kiezers vergen een andere taal, meent Kroeger. Want de meeste kiezers begrijpen niet waar de woorden van het CDA over gaan.

„Tachtig procent van de bevolking weet niet wat Pinksteren is. Zeventig procent denkt dat Pasen iets met een haas en eieren is. Die mensen verstaan ons niet. Neem rentmeesterschap. Niemand komt op straat regelmatig een rentmeester tegen. Die notie van ‘we hebben de wereld niet als eigendom, maar we hebben hem om iets goeds mee te doen’. Maar als je vertelt: we hebben de wereld niet in eigendom, maar te leen van onze kinderen, dan snapt iedereen het.”

Het zoeken naar nieuwe woorden en beelden, dat is niet in anderhalf jaar klaar. „Vandaar dat ik zeg: logisch dat we anderhalf jaar na die verkiezingen niet terug zijn. Het zou slecht zijn als het CDA nu door een succesvolle minister of een vlammende fractievoorzitter in de peilingen weer op 33 zetels zou staan. Weet je wat er dan gebeurt? Dan krijgen we het R-woord weer: risicomijding. ‘Het gaat weer een stuk beter, we moeten onze positie bewaken!’ Als je in de peilingen staat waar het CDA nu staat, heb je niks te verliezen.”

CDA’ers schieten snel in een bestuurlijke reflex: als er iets moet worden opgelost, dan moeten zij dat oplossen. „Ze moeten loslaten dat je alleen succesvol kunt functioneren als je veertig of vijftig zetels hebt. We moeten vaker tegen de VVD zeggen: jullie zijn de grootste, kom maar met een oplossing, tot die tijd houden wij ons christen-democratisch verhaal. Jullie hebben nu de lead. Dat vinden CDA’ers erg moeilijk.”

Daarom is hij niet verbaasd dat de partij nog geen nieuwe koers, geen nieuwe leider en geen nieuwe structuur heeft. Dat komt wel.

„Anderhalf jaar na die enorme dreun is het toch volstrekt irreëel om te verwachten bewindslieden die soms in hun tweede kabinet zitten of fractievoorzitter zijn geweest, of partijvoorzitter, en hun hele leven hebben gewerkt voor die partij, even de knop omzetten.”

Vergt dat dan niet een heel nieuwe generatie politici?

„Het vergt ook nieuwe mensen. Het vergt vooral ook andere omgangsvormen in de partij. De discussie over de organisatie is om die reden, vanwege die cultuur, extreem belangrijk. Misschien nog wel belangrijker dan het debat over de koers.”

Wat voor leider heb je dan nodig?

„Iemand van het Nederland van vandaag. Het CDA moet Nederland weer ontdekken, opdat Nederland het CDA weer zal ontdekken, staat in ons rapport. Dus het CDA moet ontdekkingsreizigers aanwijzen.”