Geloven doe je maar thuis

Natiestaten hebben hun tijd gehad, constateert de Duitse schrijver en historicus Philipp Blom. „We moeten opgaan in een groter geheel.” Pleidooi voor een Nieuwe Verlichting en een passionele mens.

Neem Oldenburg. Met zo’n 160.000 inwoners is deze stad, een half uur rijden van Bad Nieuweschans in Groningen, de vijftigste stad van Duitsland. Dit Oldenburg was eeuwenlang een zelfstandig land. Voor de inwoners van het land Oldenburg was Beieren een ver buitenland. Nu maken beide voormalige landen deel uit van de Bondsrepubliek Duitsland. Hun munteenheid delen ze zelfs met grote delen van het continent.

Philipp Blom wil maar zeggen: grenzen zijn iets tijdelijks. Nu is het de beurt aan de Europese natiestaten om hun grenzen af te schaffen. „Natiestaten hebben hun uur gehad. Het was nuttig om Europa op deze manier in te delen, maar dit verhaal helpt ons niet meer. Laten we een ander, Europees verhaal verzinnen.”

Het zijn gedurfde uitspraken over een continent waarin nationale sentimenten steeds luider klinken. De Duitse historicus, romanschrijver, journalist en vertaler Blom, die deels opgroeide in Nederland en vloeiend de taal spreekt, schreef enthousiast ontvangen boeken over onderwerpen als verzamelen, de Verlichting, Oostenrijkse wijnen en de jaren tussen 1900 en 1914 in Europa. Hij woonde in Parijs en Londen, nu in Wenen. Onlangs was hij in Nederland om de Marchantlezing te houden, georganiseerd door de Mr. Hans van Mierlo Stichting, een denktank van D66.

Diverse Europese politici willen de euro afschaffen en terug naar munteenheden als de gulden en de D-mark. Wat vindt u hiervan?

„Als het goed gaat, is men graag Europeaan. Als het slecht gaat, wil men van Europa af. Dit duidt op intellectuele traagheid en op een zeker opportunisme. Als historicus denk je in decennia, eeuwen. Dan blijkt de Europese ontwikkeling erg snel te gaan.

„Dat er anti-Europese sentimenten bestaan, betekent overigens dat de Europese democratie faalt. Voorvechters van Europa zijn er niet in geslaagd om een Europese publieke sfeer te scheppen, om een journaal, een Europese soap of een Europese krant tot stand te brengen die Europeanen zich in hun dagelijks leven Europeaan laat voelen. Bij Europese verkiezingen doen geen Europese, maar nationale partijen mee. In 2005 moesten we ja of nee zeggen tegen een Grondwet van meer dan honderd bladzijden. Als je nee stemde, was je een slechte Europeaan. Dat kan niet. Dat is geen consultatie van het volk, maar marketing. De juiste volgorde zou zijn om eerst leden van een grondwetverzameling te kiezen en dan een Grondwet te maken. Over de voordelen en de noodzaak van Europa is slecht gecommuniceerd.”

Wat is dan die noodzaak?

„In 1900 besloeg Europa een kwart van de wereldbevolking. In 2050 is nog maar één op de twintig wereldburgers Europeaan. Wil Europa zijn stem behouden, dan moet het gezamenlijk optreden. Teruggaan naar nationale staten zou rampzalig zijn. De Europese paradox is dat je als land macht afgeeft om samen meer macht te hebben. Stel dat Denemarken bepaalde visserijrechten wil verwerven en in zijn eentje de strijd moet aangaan met India. Dat gaat niet.”

„Maar dat is niet de enige reden. Europa komt uit een traditie van Verlichting. In de internationale discussie met religieuze machten en utopieën moeten wij staan voor verlichte waarden.”

In uw lezing zei u dat wij een nieuwe Verlichting nodig hebben. Is er iets mis met onze verlichte waarden?

„Wij zien onszelf als verlichte maatschappijen, maar de waarden van de Verlichting zijn niets dan een cosmetische verbetering van christelijke reflexen, zoals schaamte voor het eigen lichaam. De moderne westerse mens noemt zichzelf een atheïst, maar is nog steeds doordrenkt van het christendom. Naar de toekomst kijken we in termen van apocalyps of paradijs, zoals in de Bijbel.

„Ook de behoefte aan religieuze verering is gebleven. Onze voorouders bewonderden iconen en voelden zich door die perfecte voorbeelden zwak of onvolkomen. Tegenwoordig kijken we naar Brad Pitt of Kate Moss en denken we: ik ben niet voldoende dun, rijk of cool. We voelen ons slecht omdat we nog steeds willen behoren tot een wereld die niet bestaat.”

Hoe verklaart u deze hang naar religiositeit?

„De behoefte aan zin en structuur, aan een groot verhaal, is een grondimpuls. We willen een patroon zien. Als we iets niet begrijpen, maken we er een mythe van. Eerst lag God ten grondslag aan onze mythen, daarna het volk, het vaderland en nu de markt. Mensen zien de markt als iets objectiefs, maar alle marktbewegingen zijn menselijke beslissingen. Net als concepten als ‘God’ of ‘het volk’ is ‘de markt’ een collectieve fictie. Deze collectieve fictie berust niet op feiten. Beurshandelaren reageren op geruchten, op verhalen. Bij voldoende gewicht, als voldoende handelaren kopen of verkopen, worden deze verhalen vanzelf realiteit. Daarom is het heel belangrijk welke verhalen een maatschappij over zichzelf vertelt.”

„We moeten ons bewust zijn van de invloed van het theologische denken, dus ook van de manier waarop we de markt zien. Nieuwsberichten die melding maken van de Dow Jones die een paar punten is gestegen of gezakt, zijn volkomen overbodig. Het is een religieuze gedachte dat de beurs een objectieve realiteit is achter het theater van de democratie.”

Wat moet er in de plaats komen van die christelijke reflexen?

„Wij laten ons beperken door een al te rationalistische opvatting van de Verlichting. De consequentie van het boven alles plaatsen van de rede is dat het lichaam, dat begeert en ziek wordt, moreel vies is. Het lichaam stoort de rede. Deze gematigde Verlichting heeft ons vooruitgeholpen, we hebben er onder meer de rechten van de mens aan te danken, maar het kleed past ons niet meer.

„We hebben meer aan de radicale Verlichting van een filosoof als Denis Diderot. In deze stroming wordt de mens niet gezien als rationeel, maar als passioneel. Diderot was een atheïst, maar uit nostalgische overwegingen had hij graag willen geloven. Hij wist dat het geloof niet waar was, maar vond het wel waardevol.”

Politici hoor je niet over de Verlichting. Die hebben het over onze ‘joods-christelijke wortels’.

„Het is maar hoe je het bekijkt met die joods-christelijke identiteit. Hoort de islam niet bij Duitsland, zoals de Duitse minister Friedrich (Binnenlandse Zaken, CDU) eerder dit jaar beweerde? Dan hoort voetbal ook niet bij Duitsland. Zowel de islam als voetbal is zo’n honderd jaar geleden het land binnengekomen.”

Een Nederlandse energieleverancier belooft mij ‘Hollandse wind’ als ik mijn energie bij hem afneem. Duidt dit soort commerciële uitingen niet eerder op een versterking van natiestaten dan op het afschaffen ervan?

„De nationale staat is nu eenmaal ons paradigma. Dit kan veranderd worden, maar het kost generaties. Zie maatschappijen met migratie: daar duurt het ook een paar generaties voordat de nieuwe situatie door iedereen wordt geaccepteerd.”