Een blik in de glazen bol

Toekomst Het jaar 2012 wordt mooi voor de wetenschap, leert een rondgang. Maar wat betekent de crisis?

Karel Berkhout

Margriet van der Heijden

Wat brengt de wetenschap ons in 2012? En moeten wetenschappers zich iets van de economische crisis aantrekken? Dat vroegen we aan een tiental vooraanstaande Nederlandse onderzoekers, uit verschillende vakgebieden en van verschillende leeftijden, met een lichte voorkeur voor aanstormend boven gearriveerd talent.

De vraag welke doorbraak op hun vakgebied is te verwachten, stuitte op enige reserves. “Echte doorbraken hebben de neiging zeldzaam én onvoorspelbaar te zijn”, zegt bijvoorbeeld wiskundige Ronald Cramer. “Doorbraak? Bij alles wat we bedenken staan we op de schouders van onze voorgangers”, zegt aardwetenschapper Maarten Kleinhans.

Maar daarna lieten de wetenschappers hun enthousiasme de vrije loop. Over prachtige publicaties die eraan komen, over het talent in Nederland en over de vooraanstaande positie van Nederland. Sommigen wezen ook op de hoge plek (derde of vierde, afhankelijk van het jaar) van Nederland op de internationale ranglijsten voor citatiescores, productiviteit per onderzoeker en impact.

Maar hoe lang houdt Nederland die plek vast? Chemicus Maaike Kroon denkt dat in haar vakgebied het onderzoeksniveau hoog blijft. “We zullen wel dalen op de ranglijsten, maar dat komt doordat opkomende grote economieën heel veel geld en middelen in onderzoek steken. Daar kunnen wij niet tegenop.”

In Nederland geeft de overheid juist minder geld uit aan wetenschappelijk onderzoek en dat is nu al voelbaar. “De universiteit heeft minder geld voor ondersteunend personeel voor bijvoorbeeld het onderhoud van computers”, zegt astronoom Amina Helmi. Doordat de Nederlandse sterrenkunde internationaal zo’n goede naam heeft en Nederlandse astronomen veel Europees geld binnenslepen blijft het sterrenkundig onderzoek toch op peil, verwacht zij.

De wetenschappers maken zich vooral zorgen over de nadruk die de overheid legt op het economisch nut van onderzoek. De subsidiegelden die de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (NWO) nu nog aan fundamenteel onderzoek toebedeelt, gaan voortaan deels naar onderzoek dat valt onder negen ‘topsectoren’ waarvan economisch rendement wordt verwacht.

“De verdeling van de NWO-subsidies was altijd transparant”, zegt Kleinhans, “maar nu is de subsidietoewijzing in bijvoorbeeld ‘mijn’ topsector – water – niet helder.” De van oorsprong Duitse antropoloog Birgit Meyer vindt dat Nederland nationalistischer wordt met de ‘topsectoren’: “De academische wereld in Duitsland probeert al decennia net zo internationaal te worden als die in Nederland. Nu wordt Nederland minder internationaal, helaas.” Fysici Marjolein Dijkstra en Lieven Vandersypen zeggen naar het buitenland te willen vertrekken, als de trend doorzet.

Maar het is te makkelijk om alleen te klagen nu de wereld in een crisis verkeert, betoogde columnist Colin Macilwain onlangs in Nature. Wetenschappers moeten hun ivoren toren uit, schreef hij, en meedenken over oplossingen voor maatschappelijke problemen. Dat doen we al, zeggen de ondervraagde wetenschappers, maar ja, de vruchten van ons werk kunnen pas na decennia worden geplukt.