De zachte dood heeft zijn intrede ook bij NRC Handelsblad gedaan

Hoe gaat NRC Handelsblad om met de dood?

Of laat ik het eerst anders vragen: wie was Michael Dummett?

1. Een kenner van de geschiedenis van de Tarot

2. Een katholiek geïnspireerde activist tegen racisme

3. Een van de belangrijkste filosofen van de twintigste eeuw

4. Een gezinsman met gevoel voor humor, en voor Kerstmis.

Antwoord: alle vier goed. En wie de kolom korte berichten op de pagina Buitenland heeft gelezen vorige week donderdag (Britse filosoof Dummett is overleden, pagina 10) kan het weten. In zes korte zinnen worden daar zijn dood gemeld, zijn verdiensten voor de filosofie, en enkele andere wetenswaardigheden.

Maar tot een necrologie schopte Sir Michael het niet. Waarom niet? The Guardian herdacht hem al een dag na zijn dood, op 86-jarige leeftijd, met een lang in memoriam (‘Philosopher who focused on truth and falsehood in language’), The Telegraph idem. NRC Handelsblad hield het bij een berichtje. Andere Nederlandse kranten meldden niets.

De redactie Wetenschap vond meer aandacht niet nodig, aldus de chef, omdat Dummett in Nederland eigenlijk nauwelijks bekend was buiten vakkringen.

Dat klopt. Dummett was een echte filosoof, die wel eens commentaar leverde op de actualiteit, maar daar niet zijn boterham van maakte. Zijn denkwerk deed hij indoor. In Nederland kenden alleen filosofen hem, zoals ondergetekende (doctorandus sinds 1989). De tip dat hij was overleden kwam dan ook binnen via de ombudsman.

Toch vind ik het spijtig dat er geen ruimhartige necrologie is gekomen – al ben ik dan partijdig. Want nu heeft de krant een kans laten lopen om de lezers kennis te laten maken – zij het laat – met een erudiete, kleurrijke Brit. Maar ook om hen bij te praten over de moderne analytische filosofie, waarvan Dummett een kopstuk was.

Filosofie is een vak waar tegenwoordig brede belangstelling voor bestaat, maar waar kranten maar weinig aandacht aan besteden, zeker als het gat om recente inzichten en ontwikkelingen. Misschien dat de nieuwe bijlage Mens&, die binnenkort bij deze krant verschijnt, daar verandering in brengt.

Dus nu maar even zo. Michael Dummett was een analytisch filosoof uit Oxford, die naam maakte met zijn interpretatie van het werk van de Duitse logicus Frege (na wie de logica nooit meer dezelfde is geweest). Taalfilosofie was voor Dummett fundamenteel: filosofische problemen moeten worden opgehelderd door de taal te onderzoeken, met name de tweelingbegrippen ‘betekenis’ en ‘waarheid’.

Door zijn werk brak een heftig (en op den duur nogal scholastiek) debat uit tussen ‘realisten’, die menen dat uitspraken over de werkelijkheid waar of onwaar zijn, ongeacht of wij dat kunnen vaststellen, en ‘anti-realisten’, die betogen dat alleen die zinnen waar zijn waarvan wij in principe kunnen weten dat ze waar zijn, omdat we daar bewijs voor hebben. Het onderscheid lijkt simpel, maar heeft radicale gevolgen voor de filosofie van de wiskunde en de status van historische, morele en religieuze uitspraken.

Dat verhitte debat is inmiddels wel wat afgekoeld, maar Dummett bleef briljante, invloedrijke essays publiceren over waarheid en betekenis. Jammer dus dat een ander het na zijn dood nu niet beter heeft uitgelegd dan ik.

Een geslaagde necrologie maakt de balans op van een leven, maar geeft ook een tijdsbeeld, of een inkijkje in een vakgebied. Zo steekt de lezer iets op over personen en onderwerpen die anders misschien nooit de krant zouden halen.

Naast necrologieën in het nieuws heeft deze krant sinds enige tijd dan ook een rubriek (Overleden, op zaterdag), waarin het accent vooral ligt op ‘gewone’ mensen. Dat zijn vaak lezenswaardige stukken. Gijsbert van Es schrijft daarnaast op dezelfde pagina, de serie Het laatste woord, waarin oude of ongeneeslijk zieke mensen praten over hun leven en het naderende einde.

Die reeks is geliefd bij veel lezers, die het een aanwinst voor de krant vinden. Geen wonder, want de interviews van Van Es zijn respectvol, niet oordelend en gespeend van effectbejag. Al komen er – zeker naar mijn gereformeerde smaak – maar weinig mensen aan het woord die de dood zien als een onverteerbaar kwaad of razen tegen het doven van het licht; er is vooral veel berusting en zelfs blijmoedige acceptatie.

Dat is helemaal van deze tijd. Sterven wordt niet meer ontkend, maar getoond als ons laatste kunststukje. Iedereen heeft wel eens een reportage op televisie gezien waarin een kankerpatiënt tot het einde wordt gevolgd, of die huiveringwekkende documentaire over een Zwitsers sterfhotel, waar een cliënt in zijn bedje de gifdrank krijgt toegediend. In eigen land nam Frans Swarttouw al in 1997 publiekelijk afscheid; de ex-Fokker-topman liet zich kort voor zijn zelfgekozen dood ondervragen door Paul Witteman. Zulk sterven in het openbaar is nu gedemocratiseerd.

Er is niets tegen zulke ‘herkenningsjournalistiek’, een krant is er ook voor human interest. Maar behalve herkenning moet een krant ook tegenwicht en verrassing bieden, bijvoorbeeld door mensen aan het woord te laten die zich afzetten tegen de omarming van de dood.

Of door eer te bewijzen aan een belangrijke, maar niet-beroemde denker uit Oxford.

Sjoerd de jong