De VVD-CDA-ING-IMF-PvdA-consensus

Titel: Lessen uit de crash

Redactie: Frans Becker, Menno Hurenkamp en Paul Kalma

Uitgever: Bert Bakker

ISBN: 9789035137431, 296 blz, € 19,95

De crisis kwam van rechts, komen de oplossingen van links? Het Jaarboek van de Wiardi Beckman Stichting (WBS) presenteert: Lessen uit de crash. De WBS is een denktank, gelieerd aan de Partij van de Arbeid.

Vroeger financierden de banken de risico’s van anderen, zoals het bedrijfsleven, nu financieren zij ook hun eigen risico’s, zoals in de financiële handel, en daarin bleken zij amateurs. Regeringen en centrale banken moesten met duizenden miljarden bijspringen. Op onze kosten. Gevolg: schuldexplosies, bezuinigingen, krimp.

Dit jaarboek volgt in de voetsporen van de 20ste editie, getiteld Hedendaags Kapitalisme. Minister-president Wim Kok (PvdA) schetste toen, in 1999, onder meer zijn verhouding met bedrijven, beleggers en bonussen. Kok: „Mijn indruk is dat we in ons deel van de wereld op een soort vulkaan leven.”

Alleen grand old man Arie van der Zwan (oud-hoogleraar, oud-bankdirecteur) verwijst in zijn bijdrage nu naar Hedendaags Kapitalisme. Maar ja, Van der Zwan schreef ook daarin een bijdrage.

Laat ik meteen een eigen rol signaleren: bij de presentatie van het jaarboek heb ik een column uitgesproken. Mijn enige bijdrage.

Dit jaarboek biedt een rijke oogst. Van films over de kredietcrisis door Liesbeth Noordegraaf-Eelens en de lange mars door lobby’s en vergadergangen van het Europees Parlement door Ieke van den Burg (PvdA) tot een drieluik over de toekomst van de banken. Hoogleraar Arnoud Boot geeft een (te) voorzichtige aanzet tot een structuurwijziging in de sector, het duo Donald Kalff (ondernemer en publicist) en ex-ING-bestuurslid Hans Verkoren behandelt de toekomst van ABN Amro, en chef-econoom Wim Boonstra van de coöperatieve Rabobank trekt lessen voor politici. Ideaal voor Kamerleden die geen financieel woordvoerder zijn, maar wel willen meepraten over de bankencrisis.

Door de bundel heen lopen diverse rode draden, zoals het vertrouwen in meer en beter toezicht, zowel van de externe bureaucraten (De Nederlandsche Bank, Autoriteit Financiële Markten) als intern, van commissarissen. Het vertrouwen klinkt aandoenlijk. Het is een reflex bij elk debacle en elke crisis. Maar steeds blijkt het niet de verlossing te brengen. Inkapseling in groepsdenken is het lot van commissarissen en slechts weinigen blijken in staat zich daartegen te verzetten. Oog in oog met de krachten van het kapitalisme is het individu machteloos.

De tweede hoofdlijn is het pleidooi voor industriepolitiek als ‘tegengif’ tegen casinokapitalisme, het behagen van beleggers en hebzuchtcultuur. Dat past in de sociaal-democratische traditie die een hekel heeft aan couponknippers en financiers. Sociaal-democraten hebben, zo constateren de samenstellers, met alle tegenzin „meer waardering voor de risicodragende industriële ondernemer”.

Van der Zwan bepleit het industrieel perspectief vanwege de verschuivende economische machtsverhoudingen, waarin we met een omschakeling van een consumptieve naar een productieve maatschappij de exportkansen naar de ‘Aziatische massa’s’ moeten grijpen. Hoogleraar innovatiemanagement Ben Dankbaar ijvert met een verwijzing naar het Duitse industriële succes in Europa voor industriepolitiek om de winst van duurzaamheid te pakken.

De derde rode draad is het gemis, al klinkt dat paradoxaal. Het gemis van de radicale oplossingen waar je hier op rekent. Zoals: de voordelen van nationalisatie van meer consumentenbanken, zoals de ING en SNS Reaal. Of een aparte infrastructuurbank voor investeringen in energie, stadsvernieuwing en leervermogen. Nee, er is een VVD-CDA-ING-IMF-PvdA-Citibank consensus dat hogere kapitaaleisen, extra regels en wat meer belasting ons gaan redden. De discussie gaat over de invoering: een beetje meer of minder snel, meer of minder regels stapelen. Niet over wezenlijke herschepping.

menno tamminga