De jongens van De Ven 'Ik had moeite met dat joch, met z'n houding'

Zes jongens zitten op afdeling De Ven van de justitiële jeugdinrichting Teylingereind. Ze worden geobserveerd, soms wordt jeugd-tbs geadviseerd aan de rechter. „Wat hij zegt, komt niet doorleefd over.”

Op het oog hoort Joeri het oordeel onbewogen aan. Hij kauwt op zijn lip en spant zich in de moeilijke woorden die over tafel vliegen tot zich door te laten dringen. „Hechtingsproblemen”, „gebrek aan empathie”, „lichte vorm van autisme”, „cognitieve therapie”. Joeri is klein, mager, bleek, in zwart gekleed. Zijn bruine haar is kortgeknipt aan de zijkant, bovenop is het iets langer. Zijn vlassige snorretje heeft hij vanochtend bij de les ‘Verzorging’ in de kapsalon afgeschoren. De jongens van afdeling De Ven in justitiële jeugdinrichting Teylingereind in Sassenheim wasten elkaars haar, epileerden hun wenkbrauwen of hingen boven een stoombad. Haren, jeugdpuistjes en huidverzorging stonden op het programma. Er werd vaak en langdurig in spiegels gekeken.

Vanavond zit Joeri (18) tegenover de psychiater en de psycholoog die vertellen dat ze de rechter gaan adviseren hem een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen. PIJ (plaatsing in een inrichting voor jeugdigen) wordt ook wel jeugdtbs genoemd. De jongens hebben er een hekel aan. Een gewone gevangenisstraf (jeugddetentie) duurt volgens het jeugdstrafrecht ten hoogste twee jaar. Een PIJ kan maximaal zeven jaar duren. Bovendien betekent het een gedwongen behandeling voor gedrags- of psychische stoornissen. Je krijgt een etiket. „Ik ben niet gek in mijn hoofd”, zoals een van de jongens op de Ven het uitdrukte.

De Ven wordt ook wel het mini-Pieter Baan Centrum genoemd. Op De Ven worden jongens die verdacht worden van ernstige delicten zeven weken intensief geobserveerd, om te beoordelen of er sprake is van gedrags- of persoonlijkheidsstoornissen. Ook het gezin wordt bij de observatie betrokken. Na zeven weken gaat een behandeladvies naar de rechter. De meeste adviezen worden door de rechter opgevolgd.

Psycholoog Mick Haveman en kinderpsychiater Dick Matser leggen Joeri uit waarom zij met dit zware advies naar de rechter gaan. Ze maken zich zorgen. Niet alleen om de ernstige delicten waarvan hij verdacht wordt, maar ook om de manier waarop hij onderscheid maakt tussen goed en kwaad. „Goed is voor jou als het je lukt niet gearresteerd te worden”, zegt psychiater Matser. „Kwaad is als je gepakt wordt. Je denkt geen moment aan je slachtoffer.” Joeri heeft geen vragen. Hij mag zijn moeder bellen om haar de uitslag te vertellen.

Ciske de Rat, zo typeert een van de observanten Joeri. Een grijnzend straatschoffie met een zeer bedenkelijk cv. „Zorgelijk”, noemen ze dat hier. Want het blijven kinderen, wier hersens nog niet zijn volgroeid. Hun persoonlijkheid is nog lang niet af. Joeri kwam zeven weken geleden angstig en timide binnen. Hij was bang voor de groep, die voortdurend van samenstelling verandert. Nu is hij rustiger en opener geworden.

Joeri, die net als de andere jongens niet met zijn eigen naam in de krant mag, heeft een track record van straatroof met geweld en zedendelicten met jonge meisjes. De gestolen spullen van zijn laatste diefstal zijn bij hem thuis gevonden. Maar van de aanranding van een jong meisje is geen spoor van bewijs, zegt hij zelf.

Blanke zuiderling

Zes jongens zitten er op de Ven als ik er een week rondloop, ze zijn veertien tot achttien jaar oud. Twee Marokkaanse jongens (17 en 18) worden verdacht van een roofoverval bij een vrouw, die alleen thuis was. Een lange blanke jongen (17) zou hebben deelgenomen aan een groepsverkrachting. De jongste, een Antilliaan van 14 jaar, maakte filmopnames bij een groepsverkrachting en dreigde het slachtoffer daarmee te chanteren. Een Turkse jongen (18) wordt beschuldigd van gewelddadige overvallen. En een blanke zuiderling zegt zijn toekomst als gymleraar vergooid te hebben nu hij verdacht wordt van de zoveelste gewapende overval, op een benzinestation.

Veel jongens weigeren op advies van hun advocaat mee te werken aan gesprekken met de psycholoog en psychiater. Als ze een persoonlijkheidsonderzoek weigeren, kunnen ze hier toch geobserveerd worden. Je kunt geen zeven weken toneel spelen, is de gedachte. Je kunt altijd zien hoe ze zich gedragen in de groep, op school of bij de psychomotorische therapie. Soms vindt een ‘systeemobservatie’ plaats. Met ‘systeem’ bedoelt men het gezin, of, indien afwezig, een andere groep waarvan de jongen deel uitmaakt.

Aan tafel bij de lunch op De Ven gaat het gesprek vandaag over omgaan met boosheid. „Natuurlijk ben je woedend als je wordt aangehouden door de politie”, zegt magere Mo. Hij is slim en sociaal handig. „Maar je houdt je in, anders ben je de klos.” Waar gaat het je nu uiteindelijk om, zegt groepsleider Henk. „Om de consequenties van je handelen, of om moreel denken?”

Mo praat rap en weet altijd precies hoe het zit: „Vroeger werd je door de politie tegen de grond gewerkt, nu pakken ze het zogenaamd pedagogisch aan”, zegt hij. Hij krijgt bijval van de lange rossige Jonathan, in spijkerbroek en rood ruitjeshemd. Op papier klinkt het allemaal reuzemooi, zegt hij tegen Henk. „Jij hebt makkelijk praten, maar wij maken dingen mee in het echt. Als je met een mes bedreigd wordt, ga je niet nadenken.”

Aan het eind van de lunch zegt de Turkse Yasser: „Mag ik een momentje alsjeblieft?” Na een minuutje stilte zegt hij met een zachte g: „Goeie bekomst.” De jongens ruimen af en gaan afwassen in de keuken. Daarna roken ze een sigaretje op de binnenplaats en gaan ze naar school.

De jongens van De Ven worden dag en nacht geobserveerd. De observatie moet neutraal zijn, maar kennis van de, vaak zware, delicten is onvermijdelijk. De eerste dagen laten de groepsleiders het strafdossier liefst links liggen. „Ik zie alleen het kind in het hier en nu”, zegt groepsleider Henk, fors, stekeltjeshaar, vrolijke lach. „Ik behandel ze zoals ik zou willen dat mijn kinderen worden behandeld.” Hij vindt het prachtig werk. Op de andere groepen in een justitiële jeugdinrichting ben je aan het structureren en heropvoeden, maar op De Ven ga je anders te werk. „Wij proberen niks te veranderen. Wij vragen alleen: waarom vertoon je dit gedrag? Ons enige doel is een goed verslag schrijven.”

Op De Ven zal niet gauw een opstand uitbreken. Omdat de jongens weten dat ze geobserveerd worden, gedragen ze zich voorbeeldig. Tafeldekken, afwassen, dweilen, de was doen, het leidt niet tot gemopper. De leiding moet daar doorheen prikken. Dat doet ze door de jongens van tijd tot tijd te ‘triggeren’. Maar intelligente jongens trappen daar niet in. Op een quasi-naïeve vraag van groepsleider Mark over de verdeling van de huishoudelijke taken zegt Mo grijnzend: „Daar geef ik geen antwoord op, want dan ga jij straks rapporteren dat ik een leider ben”.

Dit is een slim groepje, zegt Mark later. Die zijn moeilijker te doorgronden. Op elke eerste teamvergadering over een nieuweling wordt het strafdossier besproken. Op basis van hypotheses van de psycholoog en psychiater krijgen de groepsleiders opdrachten, die ze ‘interventies’ noemen. Daarmee proberen ze bijvoorbeeld vast te stellen hoe jongens tegen vrouwen aankijken, of ze handtastelijk of afstandelijk zijn, of ze snel gefrustreerd zijn of agressief, of ze een leidersrol opeisen in de groep.

Testosteron

Mark, donkere krullen, blauwe ogen, voorheen beroepsmilitair, maakt graag grappen met de jongens. Dat maakt onderdeel uit van de observatie. Mo en hij zijn voortdurend aan het sparren. „Pubers zien geen risico, de bezinning komt pas als het te laat is”, zegt Mark. „Je ziet steeds snellere criminele carrières. Gewelddadige overvallen zijn nu de nieuwe hype. Eerst waren het sigarenboeren, toen benzinestations, toen juweliers. Nu die terugslaan, dringen ze woonhuizen binnen.”

Van dat laatste worden Mo en Hamid verdacht. Hamid trok een TNT-jas aan en belde aan met een postpakketje. Met drie man drongen ze binnen bij een vrouw, die ze tegen de grond werkten. De vrouw bleek zwanger. Een buurvrouw belde de politie, de drie werden klemgereden. Hamid heeft bekend, Mo zegt hem niet te kennen.

Vier jongens lopen met vaktherapeut Sander Fauth, slank, trainingspak, strakke bril, rondjes door de gymzaal. Denk na over de therapie, zegt Sander. Ben je tevreden? Heb je verbeterpunten? Yasser heeft pijn in zijn schouder. Hij maakt zich zorgen over de observatie vanavond. Zijn hele familie komt, met uitzondering van zijn vader. Ook Jonathan heeft „spanning over de uitkomst van dit hele gedoe”. Joeri noemt zichzelf vandaag lui. „Ik moet beter doorzetten. Mijn moeder heeft kanker en daar ben ik te veel met mijn hoofd bij. Ik moet afleiding zoeken.”

De oefening heet: Veel voeten. De opdracht luidt: ga met acht voeten naar de overkant. Jonathan komt met de oplossing: ze zijn met zijn vieren, dus acht voeten. De jongens kuieren naar de overkant van de zaal.

Nu gaan er steeds voeten af. Met zes voeten naar de overkant: een jongen neemt een ander op zijn rug. Vier voeten: twee jongens op de rug. Drie voeten: één hinkelt met één op de rug. Eén voet? Dat wordt een heel gepuzzel, maar ze komen er uit. De eerste legt zijn voeten in de nek van de volgende. Maar het lukt niet. De rups stort in. „Dat is keizwaar!”

Het doel van de oefening is duidelijk: kunnen ze nadenken, werken ze samen, durven ze elkaar aan te raken, hebben ze doorzettingsvermogen, wie haakt er af (niemand), wie neemt de leiding (Yasser). Na de nabespreking gaan ze woest apekooien. Ze stuiven door de zaal. Het testosteron spat tegen de muren.

Wat ziet vaktherapeut Sander dat ik niet zie? „Oplopende spanning, blikken, trekjes rond de mond. Ik heb verstand van bewegende mensen. Ik kan ze binnen 30 seconden inschatten.” Joeri heeft bijvoorbeeld een ‘agressieprobleem’. „Ik kijk of hij gevoelig is voor argumenten. Wij moeten hun persoonlijkheid in kaart brengen. Zijn ze hardleers, dan is er misschien sprake van een stoornis.” Met het ‘stuiterballetje’ gaat het vandaag beter, concludeert Sander. Joeri richt zijn woede deze keer op de muur, niet op zijn groepsgenoten.

In mijn ogen neemt Yasser de leiding. Hij is sociaal, vriendelijk, behulpzaam. Vergis je niet, zegt Sander. „Yasser geeft je nooit gelijk. Hij heeft altijd een weerwoord. Zijn IQ is hoog, maar hij raakt snel in paniek. Als hij de situatie niet overziet, gaat hij gokken en haakt af. Hij wil niet falen.” Sander noemt Yasser „berekenend”. Dat zal ik vaker horen. Natuurlijk zetten de jongens hun beste beentje voor. Ze weten waarom ze hier zitten. Voor hen hangt er veel van af. „Maar het lichaam liegt nooit”, zegt Sander. „Bij handelen is het veel moeilijker je eerste impuls te beheersen.” Dit is een relaxte groep. De jongens hebben het gezellig met elkaar.

De volgende dag is Yasser stil tijdens de lunch. Komt het door de gezinsobservatie van gisteravond? Hij had er tegenop gezien. Ik vraag het hem na het eten. Nee, het was leerzaam en interessant, zegt Yasser. Hij was blij met het bezoek. Zijn moeder, zijn twee broers en een neef waren gekomen. Zijn oma kwam in plaats van zijn vader. Zij woont in Turkije. „Omdat zij bijna nooit hier is, was het belangrijker dat zij erbij was. Want mijn oma is de baas in huis.”

In een zaal werden bekertjes op de grond gezet. Yasser kreeg een donkere skibril op. Zijn moeder moest hem door de zaal leiden. „Dat laat zien hoe je moeder je door het leven leidt”, zegt Yasser. „Ze deed het goed, ze was fanatiek. Een botsing is dan een onprettig puntje in je leven.” Met zijn oudere broer en neef moest hij een wip in evenwicht houden. „Overleggen, kijken wie de baas is.”

Yasser wil geen PIJ. „Ik heb geen stoornis, ik sta sterk in mijn voeten. Ik heb geen behandeling nodig.” Hij werkt niet mee met de psycholoog en psychiater. „Die gaan je maar bang maken, dat het er niet goed voor je uitziet”.Yasser wordt verdacht van 4, 5 ernstige zaken. Hij zit acht maanden vast. „Overvallen en zo. De politie zegt dat ik leider ben van een criminele bende. Dat is onzin.” Hij heeft ook anderhalve maand in een justitiële jeugdinrichting in Vught gezeten, wegens poging tot moord. „Er was een vechtpartij met kampers en wij waren maar met zijn tweeën. Toen heb ik gestoken en zo.” Hij noemt zichzelf een „ontkennende verdachte”.

IQ-test

’s Middags wisselt de groepsleiding de ervaringen van afgelopen week uit. Over Joeri moeten ze definitief verslag uitbrengen. De communis opinio is dat Joeri de vrijheid niet aankan. Een gesloten setting lijkt voor hem het beste. Yasser heeft nog drie weken te gaan. Yasser is een harde noot. Mark was gisteren bij de systeemobservatie aanwezig en dat heeft hem aan het twijfelen gezet. „Yasser is een informele leider, geeft hoofdknikjes en aanwijzingen. Maar gisteravond gaf hij de leiding helemaal uit handen aan zijn broer en neef. Daar heeft hij duidelijk ontzag voor.” Neef en broer zijn al eens opgepakt voor drugshandel .

De steun uit ‘het systeem’ is bij Yasser onvoorwaardelijk. Dat is typisch Turks, zeggen de groepsleiders. „Zijn moeder staat vierkant achter hem”, zegt Mark. „Ze komt direct aan met complottheorieën. Ze is zijn verloving al aan het regelen. Daarom denkt hij dat hij ermee wegkomt.”

Yasser is moeilijk te peilen. De groepsleiding zou hem graag willen zien ontploffen, maar dat zal niet gebeuren. „Ik vind het heel eng dat hij goed en kwaad zo duidelijk kan scheiden”, zegt Henk. „Hij is slim en buiten kiest hij voor het kwade.” Yasser kan gevaarlijk agressief worden. „Er gaapt een groot gat tussen zijn gedrag binnen en de rapportages van buiten”, zegt Mark.

Docent Sandra heeft Yasser én Joeri overgehaald een IQ-test te doen. De jongens kunnen daar later hun voordeel mee doen. Maar het helpt de groepsleiding ook bij de observatie. Na de kappersles zegt Sandra: „Yasser snapt heel goed dat hij niet te slim moet overkomen, want dan concludeert men dat hij ook berekenend is in de misdaad. Tegelijkertijd heeft hij een enorme prestatiedrang. Ik zeg tegen hem: je wilt toch niet onder je niveau scoren? Yasser komt in de keuken heel sociaal over. Dat is de Turkse cultuur. Elkaar helpen wordt erin gestampt. Hij is een heel traditioneel opgevoede jongen. Maar dit soort jongens is vaak gevaarlijker dan jongens die exploderen.”

Makkelijke jongens kom je niet tegen op De Ven. Bij de teamvergadering over Jonathan legt forensisch milieuonderzoeker Leo Stroeve („ik noem mezelf liever maatschappelijk werker”) zijn aarzelingen op tafel. Hij heeft moeite met de jongen, en met zijn ouders. Jonathan zit hier voor een second opinion. Zijn ouders hadden bezwaar tegen een eerder psychiatrisch rapport. Daardoor zijn ze ook tegenover Stroeve erg argwanend. „Als je een rapport hebt gekregen waarin je kind wordt afgeschilderd als een psychopaat, dan kan ik me dat gevoel van wantrouwen wel voorstellen”, zegt psycholoog Mick Haveman.

Jonathan wordt verdacht van een groepsverkrachting bij hem thuis. Hij is zwaar aan cannabis verslaafd geweest en zat daarvoor in een psychiatrische inrichting. Zijn ouders zien hem als een zorgenkind, maar leggen weinig verantwoordelijkheid bij de jongen zelf. Met name zijn moeder is erg beschermend. Jonathan is bleek en heeft wallen onder zijn ogen. Hij is op school vaak gepest. Op een gegeven moment is hij gaan terugslaan. Dat hielp. Jonathan is groot, maar onzeker. Hij wil dolgraag aardig gevonden worden.

Ook docent Sandra vindt Jonathan moeilijk in te schatten. Hij komt uit een goed opgeleid gezin. „Hij ziet er slecht uit en viel bij mij in de les steeds in slaap. Als ik hem vraag of hij blowt, wordt hij kwaad. Hij lijkt overal schijt aan te hebben en wekt veel irritatie. Let eens op zijn taalgebruik: hij praat geen goed Nederlands. Hij woont op de rand van een zwarte wijk. Zelfs daarin past hij zich aan aan zijn omgeving.”

Bij Jonathan wordt, gezien zijn delict, extra gelet op zijn houding tegenover vrouwen. Bij de les burgerschapsvorming draaide Sandra de film Cool van Theo van Gogh, over twee jeugdbendes met jonge jongens die in een opvoedingskamp van Glenn Mills terechtkomen. Op de achtergrond zie je tijdens de film steeds een groot tv-scherm met pornobeelden. „Yasser kijkt weg”, zegt Sandra. „Die vindt dat genant voor mij, zo is hij opgevoed. Jonathan is geobsedeerd door die pornobeelden, maar het is niet bespreekbaar.”

Als ik milieuonderzoeker Leo Stroeve later vraag wat zijn probleem met Jonathan was, zegt hij: „Ik had moeite met dat joch. Het heeft niet te maken met de aard van het delict, al was het toevallig wel het vierde zedendelict op rij. Maar het was de ongenuanceerde houding van de jongen. Hij toonde geen enkele compassie. Zijn houding was: ‘Het was toch een sletje’. Ik heb in de groep gezegd dat ik daar last van had. Uiteindelijk is het me wel gelukt een zo objectief mogelijk rapport te schrijven.” Dat is de meerwaarde van het teamwerk, zegt Stroeve. Je kunt dit soort bedenkingen aan de orde stellen, omdat je steun hebt aan elkaar.

Doorleefd

Vanmiddag valt voor Joeri de beslissing. Het hele team, een man of tien, komt bijeen om de rechter te adviseren. Ook de reclasseerder en de jobcoach van Joeri zijn uitgenodigd. Omdat Joeri niet heeft willen praten met de psycholoog en psychiater is het verslag van de groep belangrijk.

Volgens groepsleider Angelique vraagt Joeri veel aandacht. Hij is erg ongeduldig als hij niet meteen zijn zin krijgt. Hij heeft contact met de andere jongens, maar ze staan hem niet bij. Hij doet erg zijn best niet buiten de boot te vallen. Hij is heel beleefd, maar de manier waarop hij over dingen praat noemt ze „zorgelijk”.

Als hij hoort dat zijn moeder kanker heeft, is hij geëmotioneerd, maar begint meteen plannen te maken voor na haar dood. „Wat hij zegt komt niet doorleefd over. Hij kan met een grijns vertellen dat hij zijn nichtje met een tennisracket op haar hoofd heeft geslagen. Als je vraagt waarom, heeft hij geen antwoord.”

Op school komt Joeri heel wat beter uit de verf. Docent Sandra noemt hem veel slimmer dan de IQ-test doet vermoeden. Hij is wel heel impulsief. „Wachten is lastig voor hem. Hij wil de hele tijd door.” Bij haar presteerde hij beter dan ze had verwacht.

De jobcoach uit Joeri’s woonplaats heeft hele andere ervaringen. Op school en in het werk viel Joeri steevast uit omdat hij de instructies niet snapte. „Elke keer begint hij met goede moed, maar hij kan niet voldoen aan het verwachtingspatroon. Hij vertrekt van huis naar werkplek, maar hij komt nooit aan. Hij raakt letterlijk het pad kwijt. En van alle cursussen die we geprobeerd hebben, bakt hij geen pepernoot. Er zit een hapering bij de vertaalslag tussen papier en praktijk.”

Dankzij de ‘interventie’ van docent Sandra, die Joeri overhaalde tot een IQ-test, heeft psycholoog Mick Haveman toch tests kunnen doen die een advies kunnen onderbouwen. Joeri viel uit op de onderdelen ‘begrijpen’ en ‘onvolledige tekeningen’. Dat verklaart volgens Haveman dat zijn gedrag op de groep zorgelijker is dan op school. Bij individuele begeleiding komt hij een eind, maar in de groep raakt hij het overzicht kwijt.

Een diagnose stellen is door zijn weigering om met de psychiater te praten onmogelijk, maar „bij dit strafdossier gaan alle alarmbellen rinkelen”, zegt Haveman. Hij somt op: „Weinig empathie, geen berouw of spijt, geen overzicht, directe behoeftebevrediging, lage organisatiegraad, antisociaal, gebrekkige ontwikkeling, jong, onrijp: het beeld is ernstig en de kans op recidive heel groot.” Hij vermoedt een vorm van autisme.

Het team deelt de conclusie: een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel met een batterij aan behandelingen. Joeri hoort niet thuis in een zedengroep, maar zedenexpertise moet wel „kunnen worden ingevlogen”.

Milieuonderzoeker Stroeve maakt een kanttekening: „Ik steun het advies, maar ik vind het onderzoek onbevredigend. Ik snap nog steeds niet hoe hij tot dit soort gewelddadige delicten komt.” De reclasseerder sluit zich hierbij aan. De jobcoach zegt „heel veel handvatten gekregen te hebben om het werk voor deze gasten op te pakken”.

Direct na de vergadering gaan de psycholoog en psychiater naar De Ven om Joeri de uitslag te vertellen. Hij reageert rustig. Hij had het verwacht, zegt groepsleider Mark.

Als ik de volgende dag binnenkom is Joeri al vertrokken, terug naar de justitiële jeugdinrichting in het zuiden des lands, waar hij op zijn proces moet wachten. Een nieuwe jongen nestelt zich in de groep.

Post scriptum: Yasser bleek een te harde noot om te kraken. Omdat hij medewerking weigerde, was er niet genoeg inzicht om een diagnose te bepalen. Teylingereind stuurt over hem geen advies naar de rechter. Jonathan kreeg, tot zijn opluchting, een advies voor ambulante behandeling met voorwaardelijke jeugd-tbs.