De Eurocrisis in Vijf Misverstanden

De EU laat de financiering van overheidsschulden over aan ‘de markten’. Een unicum in de geschiedenis, die de crisis gaande houdt en veel geld kost, schrijft Dirk Bezemer.

1Misverstand: De eurocrisis is een crisis van onverantwoorde Europeseoverheidsbudgetten.

De eurocrisis komt door onverantwoorde deregulering. Na een door de EU gepropageerde financiële liberalisatie in Griekenland nam het aantal leningen door Noord-Europese banken exponentieel toe. De Griekse overheidsschuld steeg van ongeveer de helft van het Bruto Nationaal Product tot 1993 naar 170 procent in 2009. Kenneth Rogoff en Carmen Reinhart concluderen dat de grootste gemene deler van de financiële crises in afgelopen 800 jaar deregulering is. Die maakt overmatig lenen en ongezonde schuldopbouw (privaat of publiek) mogelijk – precies wat de euro bracht. We lossen dit niet op met beperking van de overheidsschuld. Private partijen lenen net zo goed, waarna de overheid ze moet redden om erger te voorkomen. Reguleer markten, niet overheden.

2 Misverstand: Overheden vragen de Europese Centrale Bank te gemakkelijk om geld.

Het Verdrag van Lissabon verbiedt de ECB juist obligaties van lidstaten te kopen. Dus zijn Europese overheden voor hun financiering afhankelijk van de kooplust van private investeerders (‘de markten’). We staan daarin alleen: zo gek vind je het in Engeland, Amerika, Japan of China niet. We zijn kwetsbaar voor speculatie tegen onze obligaties. Die drijven de rentes onnodig op, houden de crisis gaande en kosten overheden veel geld. Hoezo efficiënte markten? Het kan anders. De overheidsschulden van het Verenigd Koninkrijk zijn ongeveer even groot als die van Spanje, maar het betaalt slechts 2 procent rente op tienjaarsobligaties, niet de 5,6 procent die Spanje kwijt is. De markten weten dat de Bank of England zich als normale overheidsbankier gedraagt en eigen obligaties systematisch steunt. De ECB doet dit niet: een unicum in de geschiedenis.

3 Misverstand: Overheid, laat je disciplineren door de markt.

Omdat ‘de markten’ nu eenmaal niet het publieke belang op het oog hebben, ligt de beslissing tot financiering ervan (door het kopen van obligaties) in de verkeerde handen. We lezen in de krant welke bezuinigingen ‘de markten’ nodig achten, en onze politici nemen dit klakkeloos over, bang voor instabiliteit. Die angst is moeilijk te begrijpen. We zitten nu, met ons unieke ‘marktconforme’ systeem van overheidsfinanciering, in Europa’s grootste financiële crisis ooit. Hoeveel instabieler kan het worden?

4 Misverstand: Schulden moeten nu worden teruggedrongen doorbezuinigingen.

Waar zowel het buitenland als de private sector niet meer investeren en consumeren (zoals in Griekenland) zijn overheidsinvesteringen en – uitgaven even de enige groeimotor. Die uitzetten is de economie in een vrije val storten. Dat is precies wat er nu gebeurt: de eerste Griekse gastarbeiders zijn al gearriveerd. Bezuinigen moet de overheid doen als andere groeimotoren lekker draaien – niet nu.

Bezuinigen vermindert zowel de schuld als het BNP, zodat het maar afwachten is of die schuldenlast afneemt. En intussen leef je in een krimpende, niet een groeiende economie. Recent onderzoek laat ook zien dat uitgavenbeperking niet systematisch samenhangt met schuldverlaging. Door investeren daarentegen groeit het BNP en daalt dus de schuld/BNP verhouding. Premier Rutte sprak bij president Obama over ‘jobs, jobs, jobs’. Maar banen creëer je door te investeren. De resulterende groei zal de begroting verbeteren en de schuldenlast verkleinen. Keynes zei het al: „Look after unemployment, and the budget will look after itself.”

5 Misverstand: De eurocrisis was een nare verrassing.

De eurocrisis zat ingebakken in de opzet van de euro en dat is geen wijsheid achteraf. In maart 1992 zei Gerrit Zalm al: „De normen voor de overheidsfinanciën uit het EMU-verdrag ontberen een deugdelijke economische onderbouwing.” In 1997 waarschuwden 331 Europese economen in een open brief aan de Europese regeringsleiders „dat het grootste gevaar voor Europa schuilt in het ontwerp van deze EMU, dat er nu al toe heeft geleid dat miljoenen Europeanen de euro en Europa identificeren met afbraakbeleid en sociale ellende.” De tragiek is dat deze tekst in 2012 weer in de krant staat als een actuele en herkenbare realiteit.

Ze schreven ook: „Het is de hoogste tijd dat politici inzien dat de bevolking van Europa recht heeft op een economie die ten dienste staat van de mens.” Dit geldt nu, in 2012, vooral voor ons monetair systeem. We laten onze economieën krimpen om ‘de markten’ ter wille te zijn. Een andere opzet is mogelijk. Dienen wij het financiële systeem, of dient het ons?

Dirk Bezemer is universiteit hoofddocent aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.

De column van Juurd Eijsvoogel verhuist naar de nieuwe bijlage ‘De Wereld’, op maandag.