De eurocrisis beheerst in 2012 de wereldeconomie

De macro-economische voorspellingen van vermogensbeheerders en banken voor 2012 stemmen niet vrolijk. De eurocrisis zal ook nu hét thema zijn, verkiezingen in grote landen maken de situatie alleen maar onzekerder.

Droomt de Amerikaanse president Obama ’s nachts van Bismarck in North Dakota? Of ligt hij wakker van El Centro in Californië? In Bismarck zit, als gevolg van een oliegekte, slechts 2,8 procent van de beroepsbevolking zonder baan. In het afgelegen woestijnstadje El Centro is de werkloosheid opgelopen tot 27 procent.

En zijn Franse ambtgenoot Nicolas Sarkozy? Krijgt die nachtmerries van het departement Hérault (13 procent werkloosheid) aan de Middellandse Zee? Of grijnst de Franse president als hij denkt aan Lozère, een uiterst dunbevolkt berggebied, maar wel het departement met de laagste werkloosheid?

De zittende presidenten en andere regeringsleiders in landen die dit jaar naar de stembus gaan, zoals Obama en Sarkozy, hebben een probleem. Het gaat niet goed met de economie en de kans dat het dit jaar slechter wordt, is groter dan dat het beter gaat. Tot die conclusie komen verreweg de meeste economen van vermogensbeheerders en zakenbanken. De afgelopen weken verschenen hun rapporten en vooruitblikken voor dit jaar.

De banken zijn met hun macro-economische voorspellingen somberder dan het Internationaal Monetair Fonds. In september voorspelde het IMF dat de wereldeconomie dit jaar met 4,5 procent groeit. Rabobank is met een wereldwijde groeiverwachting van 4 procent bijzonder positief. De meeste bankeneconomen verwachten wereldwijd een groei van rond de 3,3 procent. Pimco is het meest negatief; de Amerikaanse obligatiebelegger verwacht een wereldwijde groei van slechts 1 tot 1,5 procent.

Het meest aannemelijke scenario is dat de eurozone in een milde recessie belandt en dat de VS economisch herstellen, zij het op een laag pitje. Belangrijke opkomende markten als China weten redelijk langs de eurocrisis te laveren en blijven stevig groeien, maar wel in een lager tempo dan de afgelopen jaren.

De economische breuklijnen tussen de landen met handelsoverschotten en -tekorten bestaan nog steeds. Terwijl het juist het doel van de regeringsleiders van de G20 was om deze onevenwichtigheden te bestrijden. De wereldeconomie zal pas met minder extreme schokken groeien als er een balans is tussen overschot- en tekortlanden. Landen die structureel een handelsoverschot hebben moeten hun munt sterker laten worden of hun interne vraag stimuleren. Landen met een structureel tekort moeten hervormen.

Op wereldschaal betekent het dat China sneller de waarde van de yuan moet verhogen en de binnenlandse consumptie moet stimuleren. Chinezen moeten meer spenderen en minder sparen. Tegelijkertijd moeten de VS de economie hervormen en minder op de pof kopen. In Europa moet Duitsland, dat tot nu toe vooral wil bezuinigen om de crisis te bestrijden, zorgen dat de binnenlandse consumptie stijgt. Spanje, Italië en ook het Verenigd Koninkrijk moeten minder afhankelijk worden van invoerproducten en meer zelf produceren. Hoewel financiële markten politici als onpeilbaar risico zien, zijn het uiteindelijk regeringsleiders die de wereldeconomie in rustiger vaarwater kunnen leiden.

Dit jaar zijn er verkiezingen in onder meer Frankrijk, Rusland en de Verenigde Staten. Ook China wisselt leiders. De grote vraag is of de verkiezingen kunnen bijdragen in het bestrijden van de economische onevenwichtigheden.

De voortekenen zijn niet gunstig. Niet alleen bestaan de breuklijnen van voor de crisis nog, er dreigen nieuwe bij te komen. De afgelopen maanden zijn de VS en Europa uit elkaar gegroeid. Vorig jaar hielden de twee economische machten elkaar nog in evenwicht. Als gevolg van de eurocrisis en de ophef over het verhogen van het Amerikaanse schuldplafond bleef de wisselkoers redelijk in balans. De eurozone maakte de diepste crisis in haar bestaan door, maar de munt zakte niet weg.

Hierdoor konden centralebankiers en politici verkondigen dat het geen crisis van de euro betrof, maar slechts een crisis in enkele eurolanden. De afgelopen weken is daar verandering in gekomen. Het Amerikaanse consumentenvertrouwen stijgt, de arbeidsmarkt trekt aan (zie inzet). In Europa gebeurt het tegenovergestelde. Statistisch bureau Eurostat maakte gisteren bekend dat de werkloosheid in de eurozone is opgelopen tot 10,3 procent. Nog nooit ontvingen zo veel inwoners in de eurozone een werkloosheidsuitkering. En de Europese Commissie kwam met het nieuws dat het consumentenvertrouwen in de eurozone op een dieptepunt zit. Het gevolg? De euro is sinds begin november gedaald van 1,40 dollar tot 1,27 gisteren. Dat is de laagste stand sinds september 2010.

De eurocrisis zal ook dit jaar hét thema zijn. Hoe langer Europese politici blijven voortmodderen, des te groter het risico dat de crisis overslaat naar de VS en Azië. Dat is het sombere scenario van de bankeconomen. Vermogensbeheerder BlackRock schrijft dat de eurocrisis het grootste risico vormt voor een wereldwijde recessie. Als de eurozone uiteenvalt zullen „banken wereldwijd massaal alle risicovolle bezittingen dumpen”. Ook Pimco waarschuwt voor de gevolgen van de schuldencrisis.

De obligatiebelegger meent dat de muntunie niet eens uiteen hoeft te vallen om de wereldeconomie een knauw te geven. Pimco vreest vooral de gevolgen van de huidige Europese bankencrisis. De Europese banksector is 2,5 keer groter dan de Amerikaanse en een onmisbare financier van economische activiteit wereldwijd. Als de banken op hun geld zitten in een poging schulden af te bouwen – daartoe gedwongen door markten en toezichthouders – treft dat automatisch de bedrijvigheid wereldwijd, aldus Pimco.

Verkiezingen in zo’n onstuimig macro-economisch klimaat kunnen voor nog meer onrust zorgen. De OESO, de club van geïndustrialiseerde landen, berekende vorige maand dat inkomensongelijkheid in OESO-landen toeneemt. „De sociale cohesie neemt af”, zei secretaris-generaal Angel Gurría in december bij de presentatie van het rapport. Vermogensbeheerder BlackRock concludeert dat dat een gevaarlijke situatie kan zijn. „De inkomensverschillen veroorzaken politieke stress en soul searching aan beide kanten van de Atlantische Oceaan. [...] Een serie verkiezingen kan risico’s vergroten of tot gevolgen leiden die wij nu nog niet hebben voorzien”, schrijft de vermogensbeheerder.

Omfloerst waarschuwt BlackRock voor verkiezingsuitslagen die de economische orde kunnen veranderen. Wat gebeurt er als Marine Le Pen van het extreemrechtse Front National de Franse verkiezingen zou winnen? Eerder beloofde zij Frankrijk uit de euro te halen en protectionistische barrières op te werpen. De kans dat zij daadwerkelijk wint is niet groot – in de peilingen staat ze achter Sarkozy en de socialistische kandidaat Hollande – maar het zijn dit soort politieke onzekerheden waar grote institutionele beleggers een hekel aan hebben. Terwijl juist het vertrouwen van dat soort beleggers onontbeerlijk is voor de eurozone.