De benzineoorlog is pas net begonnen

Tanken om de hoek, of omrijden naar een onbemand benzinestation? Elke regio kent een andere prijsbreker, de pompen bij België zijn het goedkoopst. De concurrentie neemt toe. Vergelijk die prijzen!

Een oudere, bijna kale man tankt diesel in een kleine, grijze Citroën. Hij noemt zichzelf een nonchalante autogebruiker. Hij let zelden op de brandstofprijzen, vertelt hij. „Dan tank ik hier, dan daar.” Dat hij nu bij dit onbemande Tango-station in Dieren staat is „puur toeval”.

Toch zou hij, blijkt uit onderzoek van inkoopcollectief Jip in opdracht van deze krant, veel geld kunnen besparen door de prijzen in de gaten te houden. Afgelopen jaar werden de actuele prijzen van nagenoeg alle tankstations in Nederland geïnventariseerd, en daaruit blijken opvallende verschillen.

Voor een tank van 50 liter Euro 95 bedraagt het prijsverschil tussen het duurste en het goedkoopste pompstation in Nederland 18,15 euro. Opvallend is dat beide stations in handen zijn van Texaco. Het dure staat in Alkmaar, het goedkope in Baarle-Hertog, precies op de grens met België. Waarom het station in Alkmaar zo duur is, wil de eigenaar niet zeggen. Dat ligt aan „bijzondere omstandigheden”.

De tankstations in het oosten en het zuiden van het land zijn beduidend goedkoper dan die in het westen. Terwijl in het westen de meeste liters worden verkocht. Daar wordt het meest gereden, daar is de concurrentie op prijs het grootst, zou je denken. Bovendien staan in Rotterdam de raffinaderijen die diesel en benzine aanvoeren. Hoe verder weg van deze bron, hoe hoger de transportkosten. Meerdere pomphouders denken dat het prijsverschil wordt veroorzaakt door de prijsdruk vanuit Duitsland en België. Daardoor blijven de de prijzen in de grensstreken in Nederland laag.

Onbemande stations

De allergoedkoopste stations in Nederland liggen aan de grens met België. In het Brabantse Hoogerheide staan twee tankstations die tot de toptien van goedkoopste tankstations van Nederland horen. Maar hier staat óók een van de tien duurste tankstations. Deze Texaco Van Dongen ligt buiten het dorp, vlakbij de snelweg. De eigenaar wil alleen kwijt dat hij „concurreert op service en kwaliteit”. Hij klaagt over kranten die „alsmaar schrijven over die benzineprijzen”. Mensen gaan er daardoor steeds meer op letten, moppert hij. „Daar werk ik niet aan mee.”

Wat verder opvalt: onbemande stations zijn niet per se goedkoper dan bemande. De prijzen bij onbemande stations lopen, net als voor bemande stations, sterk uiteen. Ook bij verschillende tankstations van hetzelfde merk is de variatie groot. Bij het duurste Shell-station betaalde een automobilist vorig jaar 6,75 euro meer voor 50 liter benzine dan bij het goedkoopste. Zelfs binnen één plaats variëren de prijzen soms flink. In Kampen rekenden twee tankstations van Tinq, dat 255 onbemande stations in Nederland telt, sterk uiteenlopende prijzen. „De goedkoopste is net een jaar open en moet nog marktaandeel winnen”, vertelt Peter Eilander van Gulf, dat eigenaar is van Tinq. „De ander ligt op een industrieterrein en moeten we verbouwen.”

Vaak blijkt de prijs sterk beïnvloed door de lokale concurrentie. Een goede pomphouder rijdt elke dag langs concurrenten in de buurt, peilt de prijsbewegingen en stemt zijn eigen prijs daar samen met zijn oliemaatschappij op af. Bij pomphouders die gebouw en installaties huren van de oliemaatschappij dicteert de laatste de prijs. Andere ondernemers hebben volgens een woordvoerder van Bovag, die optreedt als brancheorganisatie van tankstations, „afhankelijk van hun contract iets meer vrijheid om zelf hun prijs te bepalen, maar vaak ook niet heel veel”.

Dat blijkt in Dieren. Het onbemande Tango-station werd in oktober geopend. Sindsdien heeft de concurrent aan de overkant van de straat, Auto Jurrius, zijn prijzen verlaagd. Niet alle pomphouders in het dorp zijn meegegaan met de prijsverlaging. Op een kleine kilometer ligt een Shell-tankstation. Hier zijn benzine en diesel per liter nog steeds een dubbeltje duurder dan bij Tango. Een medewerkster achter de balie vertelt dat een ander station van Shell in Dieren wel fors in prijs is gedaald. Dat tankstation is eigendom van Shell, terwijl ‘haar’ pomp een franchise is. „Eigenlijk hadden we met het andere Shell-station afgesproken dezelfde prijzen te zullen voeren, maar daar hebben zij zich niet aan gehouden”, zegt ze. „Wij hebben als franchisenemer geen poot om op te staan.”

Pasjes

Verderop bij het onbemande Tangostation blijven auto’s af- en aanrijden. Aan de overkant, bij concurrent Auto Jurrius, ook. Een vrouw zegt dat het haar is opgevallen dat Auto Jurrius sinds een paar maanden een paar cent in prijs is gezakt. Een oudere man met een groen bestelbusje beaamt dat. Volgens Theo Jurrius, die met broer Peter het bedrijf runt, is het sinds de komst van het Tangostation alleen maar drukker geworden. „Het werkt als een magneet, twee goedkope pompen bij elkaar”, zegt hij in het aanpalende kantoor. Hij kijkt voortdurend omhoog, naar een scherm dat weergeeft wat er bij de pompen gebeurt. „Je kunt niet wegkijken of er staan alweer nieuwe klanten.”

Buiten in de gure wind zegt de oudere man met het groene bestelbusje dat hij naar Jurrius komt, omdat die de goedkoopste is in de buurt. De man staat symbool voor meer consumenten. Nu het slecht gaat met de economie, letten ze beter op hun uitgaven.

Uit een recent onderzoek van onderzoeksbureau EIM blijkt dat de helft van de particuliere automobilisten nooit tankt langs de snelweg, waar de prijzen standaard 5 tot 6 cent hoger liggen en daarmee ongeveer op de adviesprijs. Zakelijke en leaserijders tanken hier vaak met korting, met een pasje.

EIM voerde, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, een breed onderzoek uit naar de werking van de benzinemarkt, en de opbouw van de brandstofprijs. Dit naar aanleiding van discussies in de Tweede Kamer over hoge prijzen, en mogelijke concurrentievervalsing.

EIM stelt vast dat er steeds meer concurrentie is op de benzinemarkt. De vijf grote oliemaatschappijen (Shell, Esso, Texaco, BP, Total) hebben onder druk van mededingingsautoriteit NMa pompstations verkocht. Hun aandeel slinkt. Verder heeft de komst van onbemande stations de druk op de prijzen verhoogd.

Volgens Theo Jurrius is de concurrentie moordend. Hij knipoogt. „Ik heb zo mijn tactieken”, zegt hij. Het bord aan de weg geeft precies dezelfde prijzen weer voor benzine en diesel als het bord van de concurrent aan de overkant van de straat. Maar aan de pomp blijken de brandstoffen toch een halve cent goedkoper. „En in het weekend ga ik er vaak een hele cent onder zitten”, zegt Jurrius. Volgens hem vertellen mensen dat door. Hij is ervan overtuigd dat het extra klandizie brengt. En extra mensen aan de pomp betekent ook dat er meer mensen de showroom binnenlopen, meer mensen die komen om een barstje in de ruit te laten repareren, of winterbanden te laten opleggen. Jurrius: „De omzet van onze werkplaats is omhooggeschoten.”