De anti-Italiaan die land een spiegel voorhield

Wie gaat ons nu de waarheid vertellen?” Het was de vertwijfelde vraag van een bloggende journalist op het nieuws dat een van de grootste Italiaanse journalisten is overleden: Giorgio Bocca, een vlijmscherpe, compromisloze chroniqueur van het veranderende Italië die prat ging op zijn on-Italiaanse benadering van de journalistiek.

Net als die twee andere groten van de naoorlogse journalistiek, Indro Montanelli en Enzo Biagi, is Bocca tot aan zijn dood een stem gebleven waar naar geluisterd werd. Ook na zijn 65ste bleef hij het land doorkruisen en boeken schrijven, ongeveer één per jaar – het totaal komt op zestig. Volgend jaar komt postuum een boek van hem uit met de titel Grazie no (Nee, bedankt). Met geliefde thema’s van Bocca: de corruptie; het idee van alles draait om geld; groei en productie; onzuiver taalgebruik; en het waanidee dat Italië een hopeloos land is.

Bocca komt uit Piemonte. In die regio in het noordwesten wortelt zijn wat norse, rechtlijnige opstelling, wars van het melodrama waarin veel Italianen zich verliezen. Hier deed hij ook het gevoel voor rechtschapenheid op en fatsoenlijk burgerschap dat mede door het Verzet in zijn karakter is verankerd.

In de eerste decennia na de oorlog beschreef hij gedetailleerd en zonder opsmuk hoe Italië veranderde van een agrarisch land in een industriële mogendheid en later in een postindustriële samenleving. Hij deed dat zonder de barokke tierelantijnen die zo populair zijn onder Italiaanse journalisten. En met onbevangen blik, ook zeldzaam in een land dat nog steeds denkt in termen van politieke kampen en groepen.

Hij wilde Italië een spiegel voorhouden, maar bleef sceptisch. Vier jaar geleden zei hij: „Ik ben ervan overtuigd dat ik, als ik doodga, heb gefaald in het doel van mijn leven: ik zal de civiele emancipatie van Italië niet meemaken.’’ Verbitterd beschreef hij hoe Berlusconi zijn stempel op het land wist te drukken. „Tegenwoordig interesseert de waarheid niemand meer.’’

Zijn column in het weekblad l´Espresso heette: de anti-Italiaan. Daarachter school een programma. Bocca heeft nooit vergoelijkend gedaan over Italiaanse ondeugden, hoe charmant soms ook. Zo was hij fel en kritisch over Zuid-Italianen die hebben gekozen voor een vorm van samenleven met de maffia. Dat leverde na zijn dood ook tweets op waarin hij werd uitgemaakt voor racist. Roberto Saviano, de Napolitaan achter de bestseller Gomorra, nam daar afstand van. Bocca heeft mij geleerd, zei Saviano „zonder scrupules mijn verhaal te doen, maar ook zonder me een verrader te voelen’’. Hij zei dat Bocca in zijn werk werd gedreven door liefde voor Italië, ook als hij misstanden beschreef. Daarom werd het vanzelf „een aanklacht, een systematische analyse hoe diep het kwaad is doorgedrongen in het leven van de mensen die niet in verzet wilden of konden komen.’’

Giorgio Bocca stierf op Eerste Kerstdag. Hij is 91 jaar geworden.

Marc Leijendekker