ANC moet op zoek naar moreel kompas

Het Afrikaans Nationaal Congres bestaat dit weekend honderd jaar. De verdeeldheid is groot. Hoe lang nog zullen Zuid-Afrikanen de beweging trouw blijven die de apartheid bedwong? „Het ANC moet zijn bevrijdingsimago continue blijven oppoetsen.”

Pal achter het pastelgele gebouwtje dat ooit de Wesleyaans-methodistische kerk was van Waaihoek, een wijk in de Zuid-Afrikaanse stad Bloemfontein, rijzen vier betonnen koeltorens boven de bebouwing uit. De buurt rond de oude elektriciteitscentrale ademt verval. Dit laatste stukje Fort Street grossiert in autohandels, zaakjes die zich ‘discount king’ noemen en hotelkamers voor een uur of minder. Het methodistenkerkje zelf huisvestte tot enige maanden geleden een uitdeukbedrijf.

Maar na een razendsnelle verbouwing, betaald door het provinciebestuur van de Vrijstaat, komt hier dit weekend de complete politieke en bestuurlijke elite van Zuid-Afrika samen. Honderd jaar geleden werd in het lang verwaarloosde godshuis het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) opgericht. De oudste nog bestaande bevrijdingsbeweging van het continent, sinds 1994 de regerende partij van Zuid-Afrika, viert het hele jaar feest. Met de blik gericht op het verleden hoopt het voor even de aandacht af te leiden van de interne richtingenstrijd en conflicten.

Het ANC heeft Zuid-Afrika bevrijd van de witte dominantie, is de centrale boodschap. Weliswaar niet alleen – vanuit de kerken en andere organisaties die actief waren in de antiapartheidsstrijd is de laatste tijd kritiek op de monopolisering door het ANC – maar Zuid-Afrikanen zijn de opofferingen van partijiconen als Nelson Mandela, Oliver Tambo en Walter Sisulu niet vergeten. De vraag is wel hoe lang zij in verkiezingstijd hun dankbaarheid blijven tonen. Het ANC moet oppassen, zegt oud-minister Ronnie Kasrils. „Op een dag is het bevrijdingsdividend uitgewerkt. Dan kun je nog zo hard roepen dat je het land bevrijd hebt van een wreed regime, maar de mensen zullen je er niet meer voor belonen.”

Sinds de eerste vrije verkiezingen in 1994 heeft het ANC bij alle verkiezingen zo’n tweederde van de stemmen gekregen. Maar wie in Zuid-Afrika nu de krant opslaat, leest over corruptie en voortdurende protesten in de arme zwarte wijken tegen bestuurders die hun afspraken niet nakomen. Steeds weer duiken nieuwe zogenoemde ‘tenderpreneurs’ op: ondernemers die hun contacten bij het ANC gebruiken om met overheidsklussen snel geld te verdienen. „De partij is een magneet geworden voor opportunisten en gelukzoekers”, meent Pallo Jordan, die in de jaren zeventig het hoofd was van verzetszender Radio Freedom en na 1994 ministersposten bekleedde. „Een duidelijke visie ontbreekt.”

Toch blijven verreweg de meeste kiezers in Zuid-Afrika de beweging trouw. „Het ANC is gewoon een sterk merk, een geloofwaardig alternatief is er niet”, zegt Jordan, nog altijd lid van het ‘nationaal uitvoerend comité’, het partijbestuur. „Je kunt het slecht noemen voor de democratie, maar ik kan niet helpen dat die andere partijen geen stemmen krijgen.”

Zwarte aristocraten

De ongeveer zestig oprichters van wat op 8 januari 1912 het ‘Zuid-Afrikaans Inheems Congres’ heette, waren zwarte heren van stand, vaak opgeleid in het Westen en opgegroeid in families van traditionele leiders. Twee jaar eerder hadden Boer en Brit de ‘Unie van Zuid-Afrika’ gesticht, „een unie waarin wij geen stem hebben in het opstellen van de wetten, noch een aandeel in het landsbestuur”, preekte de jonge jurist Pixley Seme in het kerkje van Waaihoek. De zwarte aristocraten wilden samen een blok vormen „met het doel nationale eenheid te scheppen en onze rechten en privileges te verdedigen”.

Nationale eenheid wil het ANC nog steeds. Maar een gemeenschappelijk blok is de beweging niet meer. „Je kunt je zelfs afvragen of nog sprake is van één ANC”, zegt Ronnie Kasrils, die tijdens de strijd tegen de apartheid de Communistische Partij en de gewapende vleugel van het ANC diende voordat hij onder president Thabo Mbeki (1999-2008) minister werd. Volgens Kasrils hadden het jubileum op geen slechter moment kunnen komen. „Niet eerder sinds de partij in 1994 de macht kreeg, stonden we er zo slecht voor.”

Verschillende kampen rollen over straat over de vraag of de besluiteloze president Zuma wel kan aanblijven als ANC-leider of eind dit jaar, tijdens een partijconferentie, vervangen moet worden door vicepresident Kgalema Motlanthe. Zo’n conflict was er ook in 2007. Toen ging het tussen Zuma en zittend president Mbeki. Een afsplitsing van Mbeki-getrouwen in 2008, het Congress of the People, won een paar procent bij de laatste nationale verkiezingen maar viel daarna op spectaculaire wijze uit elkaar. Nog een afsplitsing wil het ANC tegen elke prijs te voorkomen. Thema van de festiviteiten in Bloemfontein? ‘Eenheid in diversiteit’.

Zuma dankte zijn verkiezing deels aan Julius Malema, de voorzitter van de ANC-jeugdliga. Nu steunt Malema (die onlangs werd geschorst wegens het ‘zaaien van tweespalt’, maar in beroep is gegaan) Motlanthe. De economische transformatie na de afschaffing van de apartheid gaat de jongerenleider niet snel genoeg. Hij wil af van de door de oude garde begin jaren negentig met de witte machthebbers gemaakte afspraken over landeigendom en nationalisering teneinde de zwarte massa te kunnen verheffen.

„Demagogie natuurlijk”, zegt Mac Maharaj, die twaalf jaar gevangen zat op Robbeneiland, minister was onder Nelson Mandela en onlangs tot ieders verrassing woordvoerder werd van Zuma. „Maar de woede over werkloosheid en te weinig verandering sinds 1994 is terecht. Ik kan verzachtende omstandigheden verzinnen, maar ook wij hebben fouten gemaakt. Zo besloten we miljoenen huizen te bouwen voor mensen die in krotten woonden. Zestien miljoen mensen ontvangen financiële uitkeringen van de staat. Dat is niet vol te houden. Bovendien creëerden we daarmee een cultuur van onmachtige mensen, een cultuur waarin mensen, zoals Malema, recht claimen op van alles en nog wat.”

„Natuurlijk kun je discussiëren over economische vrijheid”, zegt ook Pallo Jordan. Maar het is allemaal zo schreeuwerig en hysterisch geworden. Het niveau van de debatten in het ANC is tot een bedenkelijk peil gedaald. Mensen als Malema willen een groter stuk van de taart – en wel nu. Vroeger was het ANC een partij van ideeën, nu is de cultuur veel oppervlakkiger geworden.”

Laatste kans

Kasrils is 73 jaar oud, Jordan 69 en Maharaj zelfs 76. De drie veteranen van de strijd tegen de apartheid zijn alle drie nog actief in de partij. Ze maken zich, in verschillende gradaties, zorgen over de toekomst. „De jongeren zouden het moeten overnemen. Maar ze durven niet, ze spreken zich niet uit. Dan doe ik het maar weer”, schaterlacht Jordan aan zijn keukentafel in Kaapstad.

Maharaj wilde al in 1990 met pensioen gaan, zegt hij, thuis in Durban. „Maar de beweging deed nog een beroep op me.” En je doet wat de beweging je vraagt, zoals ook president Zuma altijd zegt. Dus werd Maharaj de rechterhand van de president. Het is zijn „laatste klus”. Zijn laatste kans, zeggen ingewijden, om het ANC van Mandela, Tambo en Sisulu te redden.

Maar volgens Kasrils – een ‘Mbeki-man’ – is juist Zuma het probleem. „Dat president Zuma in verband is gebracht met corruptie, gaf veel mensen het groene licht om zelf openlijk te graaien”, zegt Ronnie Kasrils in de lounge van een ‘countryclub’ in Johannesburg. Vlak voor zijn verkiezing werd Zuma op technische gronden ontslagen van rechtsvervolging. Hij zou hebben geprofiteerd van een grote wapenaankoop door Zuid-Afrika eind jaren negentig.

Het ANC is door Zuma zijn „morele kompas” kwijt, vindt Kasrils. Sinds zijn vertrek als minister, tegelijk met het terugtreden van Mbeki als president in 2008, is Kasrils vooral „kritisch lid”, zegt hij. Onlangs kwam hij in het nieuws met zware kritiek op een ANC-wetsvoorstel dat de omgang met geheime informatie moet regelen. De partijleiding gaf ‘comrade Ronnie’ in een drieste verklaring onder uit de zak. „Het ANC is nu een organisatie geworden waarin zakenmensen op zoek zijn naar een plekje bij de trog”, zegt hij nu weer.

Dat ging al fout na de omwenteling, in 1994. “We waren veel te optimistisch, misschien wel naïef. We kwamen met een linkse agenda aan de macht in een ultrakapitalistisch land. Het socialisme in Oost-Europa was net ingestort en wij hadden geen antwoord op de nieuwe verhoudingen. Onze mensen zwichtten voor het waardesysteem van de bestaande samenleving.” De communistische partij die, samen met de vakbondskoepel Cosatu, met het ANC een politieke alliantie vormt, had tegengas moeten geven, maar had geen antwoord op de nieuwe verhoudingen in de wereld, zegt Kasrils. “Alles draaide om de baantjes.”

Die baantjes trokken volgens Pallo Jordan de opportunisten aan. “Omdat het ANC al zo lang de enige dominante factor in de Zuid-Afrikaanse politiek is, hebben sommige mensen zich om de verkeerde redenen aangesloten. Je hoeft je niet meer op te offeren. Je wordt actief omdat het ANC goed kan zijn voor je bedrijf of voor je persoonlijke carrièrekansen.”

Maar, nuanceert hij, corruptie en vriendjespolitiek zijn nu eenmaal „endemisch” in Zuid-Afrika. „Ik wil niets goedpraten, maar Zuid-Afrika had altijd al een cultuur van corruptie en vriendjespolitiek. Toen de Nationale Partij in 1948 aan de macht kwam, besloten de nieuwe bestuurders, de Boeren, om niet langer zaken te doen met de Engelstalige Standard Bank maar met de Afrikaner Volkskas. Dat is precies wat die zogenaamde tenderpreneurs nu doen.”

Hadden mensen niet beter verwacht van juist het ANC? „Tijdens de strijd tegen de apartheid”, zegt wetenschapper en Mbeki-biograaf William Gumede, „dachten we in het ANC allemaal dat we anders waren dan de andere bevrijdingsbewegingen in Afrika. We wisten zeker dat het ANC niet ten prooi zou vallen aan corruptie en antidemocratische sentimenten zoals we die bij Frelimo in Mozambique en onder Mugabes ZANU-PF in Zimbabwe zagen. Nu zie je bij het ANC precies dezelfde dingen fout gaan als in die andere bewegingen kort na de onafhankelijkheid. ANC-structuren zijn patronagemachines geworden.”

Maharaj: „Zoals iedere bevrijdingsbeweging in Afrika hebben we moeite om een gewone politieke partij te worden. Van 1960 tot 1994 heb ik nooit voor een salaris gewerkt. Mijn eerste loonstrookje kreeg ik in 1994. Mijn kleren kwamen jarenlang van inzamelingen in Holland en Zweden. Het concept van een carrière was compleet vreemd voor ons. We waren onervaren.”

De electorale looptijd van een regerende bevrijdingsbeweging in Afrika, zeggen wetenschappers, is meestal zo’n twintig jaar. „Wat dat betreft komen de festiviteiten voor het eeuwfeest van het ANC als geroepen”, zegt hoogleraar bestuurskunde Susan Booysen van Wits University. Ze schreef een vuistdik boek over het ANC sinds 1990. „Om aan de macht te blijven moet het ANC het bevrijdingsimago continu oppoetsen. De partij kan niet achterover leunen, maar moet laten zien wat onder het ANC tot stand is gekomen en welke plannen er zijn om de kloof tussen rijk en arm te dichten.”

Want dat is, meent Jordan, de echte reden dat het ANC nog het vertrouwen van de bevolking geniet. „Je moet bij het ANC zijn voor aandacht voor armoede en emancipatie. Dat weten mensen, hoe hard ze ook klagen over misstanden. Niet alles werkt zoals zou moeten, maar we hebben de laatste achttien jaar huizen gebouwd, asfalt in de townships aangelegd en stroom en water verzorgd. Dat vergeten de mensen niet. Ook na achttien jaar macht zijn we nog een bevrijdingsbeweging.”

Kasrils hoopt dat het eeuwfeest wordt aangegrepen als een „nieuw begin”, als moment om „schoon schip te maken”. Maharaj is daar al mee begonnen. „Het jubileum geeft ons een kans om de strijd tegen apartheid weer onder de aandacht te brengen en te laten zien met welke waarden we die strijd gewonnen hebben. Zijn we een gewone politieke partij of een bevrijdingsbeweging? Als we nog een bevrijdingsbeweging zijn, wie zijn we dan aan het bevechten? Onszelf? De toekomst van Zuid-Afrika hangt af van de toekomst van het ANC.”