Column

Afgetuigde kerstboom

Maxime tuigt de kerstboom af. Het is laat. Mevrouw Verhagen slaapt al. Ze wilde niks meer met hem drinken. Ze was zijn chagrijn zat. Spuugzat zelfs.

Hij is boos. Boos en teleurgesteld. Vooral om de reacties. Dat een aantal columnisten hem tot op zijn veters af zou fikken, had hij wel verwacht. Eentje vergeleek hem zelfs met een rat. Riooljournalistiek noemt hij dat zelf. De pers heeft hem nooit gemoeten. Dat snapt hij wel.

Maar zijn partijgenoten. Daar baalt hij van. Die reacties zijn dodelijk. Geen enkele rechtstreekse reactie. Hij hoort ze op de radio, leest ze op internet. Iedereen vindt zijn beslissing om de lege kar niet te gaan trekken verstandig. Het woordje ‘ook’ valt steeds. Dat het ook voor hemzelf veel beter is. Dat impliceert dat het ook voor de partij beter is. Tenminste, wat er van de partij nog over is. Het is geen kwestie van lawine meer. Een malse regenbui kan de laatste restjes CDA het dal in spoelen.

Maxime neemt bal voor bal van de boom. Er zijn er pas twee gesneuveld. Eentje bij het aftuigen en eentje zomaar. Tussen Kerst en Oud & Nieuw. Ping! Bal op de grond. Bal stuk. Net op het moment dat hij het rapport-Deetman zat te lezen. Het Rijke Roomse Leven! Juist toen viel die bal. Metaalmoe haakje? Zuchtje tocht? Wie het weet, mag het zeggen. De piek stond ook zomaar scheef. Opeens. Uit zichzelf.

Hij vond het slimmer om het nu te zeggen dat hij het niet zou doen. Dan hoefden ze hem ook niet te vragen. Want dat zat er natuurlijk dik in. Dat hij niet gevraagd zou worden. Niemand wilde hem nog. Iedereen had dat al duidelijk laten merken.

De toon van de kerstkaarten was overduidelijk. Een voorgedrukt Zalig Kerstfeest en Gelukkig Nieuwjaar. Meer kon er dit jaar niet af. De kerstkaartenoogst was sowieso mager. Zijn vrouw weet dat aan internet. Veel wensen gaan tegenwoordig digitaal. Dat riep ze steeds. Tegen beter weten in. De schoorsteenmantel bij de buren stond overvol. Met handgeschreven wensen.

Maxime kijkt naar zijn telefoon. Geen oproepen gemist. Domweg omdat ze er niet waren. Blekertje houdt zich koest, Peetoom laat niets horen, Elco is te druk met zijn 341 bijbaantjes en Sybrand is waarschijnlijk skiën. Hirsch Ballin zwijgt, Lubbers zegt niks en de oude Hannie van Leeuwen neemt hij niets kwalijk. Zij heeft genoeg gezegd. Hij wilde niet luisteren. Maar waarom niks van Camiel? Zelfs geen sms’je. Die aanstellerige Camiel met zijn idiote uithaal toen op dat congres. Als een dronken prins Carnaval schreeuwde hij iets zogenaamd solidairs. Het ging meer om Camiel dan om hem. Hij had gedwee geknikt. Zich bewust van de camera’s. Soms moet je wel.

Hij is blij dat Matthijs, Pauw en Witteman met vakantie zijn. Dat is de laatste aandacht waar hij op zit te wachten. Het woordje ‘uitgekotst’ loopt door zijn hoofd. Het marcheert. Het stampvoet. Het doet pijn aan zijn wenkbrauwen. De kolencentrale meldt zich. Wordt dat zijn laatste wapenfeit? Een doorgedrukte kolencentrale in het Eemsdal? Doorgedramde viezigheid!

De boom is leeg. Nu het stalletje nog opruimen. Dat mag naar zolder. De boom naar buiten. De vuilnisman neemt hem morgen vroeg mee. Een uitgevallen, kale kerstboom leunt tegen de overvolle kliko. Met nog een stukje slinger. Slinger van de Hema.

Nog niks van Mark gehoord! En niks van Geert! Waar zijn jullie? Op tv ziet hij het noorden onder water lopen. Balgstuw! Mooi scrabblewoord.

Imago tegen! Dat waren de woorden tegen Elsevier. Ongelukkig gekozen. Kat in het nauw. Maar had hij dan ‘zelf verpest’ moeten zeggen? Of ‘in mijn eigenhandig gegraven kuil gelazerd’? Dat zeg je niet.

Hij surft nog wat over het net. Geen vrolijk woord. Niemand schaart zich achter hem.

Hij doet de lichten uit en gaat naar boven. Daar kiest hij voor het logeerbed. Het koude logeerbed.