Weg met het weggooien

Het gemaksleven zit ons in de weg: we hechten niet aan onze spullen en vervangen alles zonder er bij na te denken.

Een ode aan hergebruik.

Met zwarte mutsen op en sjaals opgetrokken tot vlak onder hun ogen rijden de vijf jongeren op hun te kleine fietsen. Ze zien eruit of ze een overval gaan plegen. Toch stoppen ze niet bij een juwelierszaak of bij het tankstation – nee, ze rijden door tot achter de markt, een klein steegje in, en houden halt bij de afvalcontainers. Fietsen tegen de container, klein sprongetje, en hop: graaien maar. Twee pompoenen, wortels, een tomaat en een paprika komen tevoorschijn tussen de afvalzakken. En een oude wok. Alles gaat de rugtassen in en thuis wordt een maaltijd bereid.

Deze jongeren uit Montreal, Canada, zijn geen zwervers, maar dumpster divers. In de korte muzikale documentaire Surfing the Waste tonen zij aan de hand van zelfgeschreven liedjes hun levensstijl: al hun spullen, van slaapbank tot kruidenrekje en van koelkast tot stereo-installatie, hebben ze op straat gevonden. En niet alleen hun spullen, ook hun eten komt uit de vuilnisbakken. De één noemt het een „creatieve manier om je behoeftes te vervullen”, een ander omschrijft hoe gelukkig hij wordt van de wetenschap dat hij niet bijdraagt aan de enorme afvalberg die onze maatschappij produceert.

De methode van het groepje dumpster divers uit Montreal is nogal extreem. En het zijn stereotype activisten met ongekamd haar, een gat ter grote van een duim in één oor en broeken met handige grote zakken op elke mogelijke plek. Kriebels om in een vuilnisbak rond te snuffelen krijg je niet van de documentaire. Maar wel een ander soort kriebels. Kriebels van afkeer, tegen de overvloed waaraan we gewend zijn geraakt in de afgelopen decennia. En tegen het gemak waarmee we spullen weggooien die nog prima te gebruiken zijn.

Want dat is het. Gemak.

Het gemak van onwetendheid. Hoe verder ons leven zich heeft verwijderd van het productieproces, hoe gemakkelijker het is om iets weg te gooien. We hechten niet aan onze spullen, want we realiseren ons niet hoeveel handen er aan een sjaal hebben gebreid, hoeveel uren werk er in een mobieltje zitten, hoeveel energie het heeft gekost om de Billy in de Ikea te krijgen. Als je zelf een muts breit, gooi je die niet zomaar weg.

Dat is het volgende gemak: het gemak van het vervangen. We worden steeds rijker en hoe meer onze welvaart toeneemt, hoe meer de relatieve waarde van onze spullen afneemt. Een telefoon of een televisie, die twintig jaar geleden nog een paar maandsalarissen kostte, kunnen veel mensen nu zonder te sparen kopen. Zie de rijen voor de Apple Store als Jobs weer met een nieuw apparaatje kwam of voor de H&M als Viktor en Rolf een kledinglijn ontwerpen.

Bovendien heeft internet het steeds gemakkelijker gemaakt aan producten te komen. Niks geen woonboulevards aflopen, gewoon naar kijkenvergelijk.nl. Met drie muisklikken wordt het meubel de volgende dag bezorgd en nemen drie sterke mannen de oude meubelen meteen mee.

En dat brengt ons bij het laatste gemak: het gemak van het weggooien. Door de jaren heen is ons afvalverwerkingsysteem een geoliede machine geworden, waardoor we geen omkijken meer hebben naar ons afval. Waar nemen die drie sterke kerels je oude bank mee naar toe? Waar gaan die vuilniszakken heen die elke dinsdagochtend van de stoep verdwijnen? En waar eindigt dat gat in de grond waar we ons glas en papier in gooien? Het interesseert ons niet.

Opgeruimd staat netjes.

Natuurlijk weten we dat minder afval produceren beter is voor het milieu. En dat goedkope spullen vaak niet duurzaam zijn geproduceerd. Dat je beter geen aardbeien kunt eten in de winter. En dat je een trui aan moet doen in plaats van de verwarming een graadje hoger. Dat je je was op een rekje moet drogen. En dat je eigenlijk met de trein naar Londen moet in plaats van met het vliegtuig. Maar ja, uiteindelijk wint onze goede vriend Gemak het altijd van de nieuwe buurjongen die Duurzaamheid heet.

De oplossing ligt voor de hand: tweedehands spullen.

Tweedehands is tegenwoordig niet alleen meer voor artistieke veganisten of alleenstaande moeders die in de Wibra werken. Het is steeds hipper om te pronken met een tweedehands tasje – dat dan ineens vintage heet. Of om een Nokia 3310 op te nemen – die dan ineens retro is.

Bovendien voelt het goed om iets een nieuw leven te geven. Een beetje alsof je een zwerfkatje in huis haalt.

Het probleem met tweedehands is alleen wel dat je moet weten waar je het moet zoeken. Je wil geen kat met vlooien.

Daarom vandaag praktische tips om het meeste uit een tweedehands leven te halen. Gemakkelijk. Leuk. En – niet verder vertellen – goed voor het milieu.