Wat te doen bij overpadsituaties

In een tweewekelijkse serie over boeken die bijna onopgemerkt bleven, nu een veldverkenning van het hoe, wat en waarom achter een verkeersbord.

Jelle Leenes (1950) deed iets wat veel mensen zich waarschijnlijk wel eens hebben voorgenomen, maar nog nooit hebben gedaan: artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht opzoeken. Het staat altijd op de bordjes ‘Verboden Toegang’, maar wat houdt het in?

Leenes zocht de tekst op. Hij is uit 1881, te vinden in een context van overtredingen betreffende de veldpolitie, het verbod op uitvliegend pluimgedierte en het laten rondlopen van vee in andermans tuinen, hakbossen en rijswaarden. Artikel 461: ‘Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, zich op een anders grond waarvan de toegang op een voor hem blijkbare wijze door de rechthebbende is verboden, bevindt of daar vee laat lopen, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.’

Leenes laat het daar niet bij. Hij wil ook weten of iedereen zomaar zo’n bordje mag neerzetten. En waar je zo’n bordje kan kopen. En of het bordje aan bepaalde afmetingen moet voldoen. En hoeveel het kost. En hoeveel van die bordjes er eigenlijk in heel Nederland zijn. En wat er gebeurt als je gewoon langs zo’n bordje loopt. En wat een terreinbezitter dan wel en vooral niet mag doen. En of zo’n bordje wel rechtsgeldig is als er sprake is van een overpadsituatie (zie ook ‘De rijdende rechter’ en ‘Bonje met de buren’). En hoe vaak het tot bekeuringen komt (2000 keer, meestal in natuurgebieden). En wat dan de hoogte is van de boete (meestal 20 euro). Achter het simpele bordopschrift ‘Art. 461 Wetb.v.Strafr.’ blijkt een hele geschiedenis, een rechtspraktijk en een socio-cultureel complex van gedragingen schuil te gaan.

Dit is maar een van de vele bordteksten die Leenes in zijn boek Verboden aan te plakken onderzoekt. Leenes is een borddeskundige. Hij is ook wel bordverslaafd. Het is niet vreemd dat iemand als hij, die ieder bord ziet, spreekt van een bombardement van boodschappen langs de openbare weg. Maar het is ook niet vreemd dat uit onderzoek blijkt dat de meeste mensen de meeste van die borden helemaal niet zien.

Leenes wil twee dingen weten. Wat staat erop? Maar ook; waar slaat het eigenlijk op? Hij laat zich niet gauw afschepen. ‘Wegsleepregeling’: wat, hoe, wie zegt dat? ‘Situatie gewijzigd’: voor wie, ten opzichte van wat? ‘Levensgevaarlijk terrein’: welk gevaar, waar?

Al die argwaan, en de bijbehorende ergernis, zwepen Leenes op tot diepgravend onderzoek.

Zijn hoofdstuk over het Zachte Berm-bordje is nu al een klassiek geval van bordenstudie. Het gaat hier niet alleen om vragen als: hoeveel Zachte Berm-bordjes staan er in Nederland? Maar ook: wat is een berm eigenlijk? Waar begint en eindigt een berm? Hoe moet een berm aansluiten op het wegdek? (Volgt een overzicht van de verschillende bermbedekkingen die er in de handel zijn.) Wanneer is een berm zacht, en wat is het gevaar ervan? Hoeveel kilometer berm telt Nederland? En: telt de middenberm ook mee? Zijn onderzoek brengt hem tot een conclusie die exemplarisch is voor de huidige stand van zaken in de bordologie: ‘Het is duidelijk: bij bermen komt meer kijken dan je op het eerste gezicht zou denken.’

Een uitputtende studie met tabellen en registers is het boek van Leenes niet geworden. Eerder een veldverkenning, in de vorm van twintig deelonderzoeken, met veel leerzame uitweidingen, en veel gemopper, maar ook met veel grappen.

En met toch ook maar even wat tips voor het stelen van een verkeersbord. Daar verraadt zich dan toch de liefhebber. (Engelse sleutel, nummer 13).

Jelle Leenes: Verboden aan te plakken. Bordenvol Nederland. Atlas, 172 blz. € 23,95.