VS gaan vaker beroep doen op coalitiepartners

De VS gaan vooral veel zwaar materieel én de bijbehorende bases schrappen. Het land moet in staat blijven op zee en in de lucht snel conflicten te beslechten. En diplomatie wordt belangrijker.

„Geen langdurige oorlogen meer, met grote militaire footprints.” President Obama vertelde gisteren in essentie dat de oorlogen in Irak en Afghanistan geen model zijn voor toekomstige conflictscenario’s. Daarmee nemen de VS niet alleen afscheid van dit type conflicten, maar ook van de doctrine die sinds begin jaren negentig van kracht was om tegelijkertijd twee regionale conflicten waar ook ter wereld te kunnen uitvechten – en winnen. De ingrijpende, nog niet gespecificeerde bezuinigingen op materieel en personeel van minstens 500 miljard dollar over tien jaar, zullen het Amerikaanse leger waarschijnlijk harder treffen dan de luchtmacht en de marine.

De Amerikaanse bezettingsmachten in Irak en Afghanistan eisten te veel van de Amerikaanse strijdkrachten. Sommige eenheden rouleerden vier, vijf keer achter elkaar, met nauwelijks adempauze. Economische tegenwind en een andere politieke wind hebben dat onmogelijk gemaakt. Zoals de voorgaande minister van Defensie Robert Gates vorig jaar vooruitlopend op deze strategische review – Sustaining US Global Leadership: priorities for 21st century defense – zei: „wie een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten voorstelt, moet zijn hoofd laten nakijken.”

Het simultaan uitvechten van twee lándoorlogen past dus voorlopig niet meer in de ambitie van het Pentagon. Dat is ook de reden dat, zoals al uitlekte, de Amerikaanse landmacht gaat inkrimpen met bijna honderdduizend en het Korps Mariniers met twintigduizend manschappen. Onder Bush waren beide, met dank aan Irak en Afghanistan gegroeid tot een grotere omvang dan ze tijdens de Koude Oorlog hadden.

Salarissen zijn duur, dus het opheffen van eenheden scheelt veel kosten. Ook veel materieel vervalt zo. Obama: „We gaan door met het lozen van systemen die dateren uit de Koude Oorlog.”

Dat voorspelt een aanzienlijke krimp van het aantal M-1 Abrams-tanks, waarvan er nu nog ruim zesduizend in dienst zijn. En dat geldt ook voor ander zwaar materieel én de bases waar ze zijn ondergebracht.

Een totale afschaffing van het tankwapen, waartoe de Nederlandse krijgsmacht door bezuinigingen werd gedwongen, is niet waarschijnlijk. Eén potentieel landconflict staat dat niet toe: een Noord-Koreaanse landinvasie van Zuid-Korea.

Overigens lijkt Obama’s opmerking ook het versneld afstoten aan te kondigen van oudere F-16 en F-15 jachtbommenwerpers die zouden moeten worden vervangen door het geplaagde JSF-program.

Die „afgeslankte krijgsmacht”, Joint Force 2020 gedoopt, moet uitdrukkelijk wel in staat blijven om een conflict op zee of in de lucht, of een combinatie daarvan, snel te kunnen beslechten. Dat het Pentagon hierbij Iran maar vooral China in het vizier heeft, maakt het beleidsrapport zonneklaar.

In het document figureert prominent de term anti-access/area denial, kortweg A2/AD, wat refereert aan de technologie die China ontwikkelt om bijvoorbeeld Amerikaanse vliegdekschepen te verhinderen om bondgenoot Taiwan te hulp te schieten. De Volksrepubliek heeft daartoe nieuwe generaties ballistische raketten ontwikkeld die deze drijvende vliegvelden kunnen treffen, maar ook Amerikaanse gevechtsvliegtuigen het gebruik kunnen ontzeggen van bases op eilandjes in de Stille Oceaan en in Japan.

De erkenning van het Pentagon dat deze „supercarriers” kwetsbaar worden, kan een afslanking van het aantal vliegdekschepen inluiden ten gunste van kleinere „platforms” en onderzeeboten die minder risico lopen. En dat is vooral ook goed nieuws voor de ontwikkeling van de „next-generation-bomber”, een voor radar lastig waarneembare bommenwerper die vanaf vliegbases in de VS zelf doelen overal ter wereld moet kunnen treffen.

Maar als die geplande bezuinigingsronde iets betekent, dan is het dat de VS met een kleinere krijgsmacht op het mondiale krijgstoneel eerder een beroep moeten doen op coalitiepartners. Voor diplomatie zal dan een belangrijker rol zijn weggelegd dan in het vorige decennium.