Vergeet je geweten

Hoe kan een beschaafde maatschappij in barbarij vervallen? Ursula Hegi onderzoekt die vraag opnieuw, dit keer in een klas van aardige jongens en een onderwijzers die akelige zaken graag voor zich uit schuift.

Ursula Hegi: Jongens en vuur. Uit het Engels vertaald door Marga Blankestijn. De Arbeiderspers, 271 blz, €19,95.

Burgdorf. Voor Ursula Hegi is dat de microkosmos. Het fictieve stadje aan de Rijn staat in veel van haar romans model voor haar geboorteland Duitsland. Hegi woont in Amerika, maar de Duitse geschiedenis laat haar niet los. Steeds weer probeert ze te begrijpen waarom ogenschijnlijk lieflijke gemeenschappen de Jodenvervolging zomaar tolereerden. Die vraag stelde zij zich al in Stones From the River, haar bekendste boek. Ze stelt hem opnieuw in haar nieuwe roman Children and Fire.

Jongens en vuur, zoals de Nederlandse vertaling luidt, heeft een bijzondere opbouw. Haast alles speelt zich op één dag af, op 27 februari 1934. Het is dan precies een jaar geleden dat in Berlijn het gebouw van de Reichstag brandde. De brand was aangestoken dus werden er schuldigen aangewezen, zoals Marinus van der Lubbe en alle communisten. Waarna de grondwet buiten werking werd gesteld en vermeende tegenstanders van de NSDAP straffeloos mochten worden vervolgd.

Ook in Burgdorf, honderden kilometers van Berlijn vandaan, heeft de nationaal-socialistische dictatuur de bewoners al in haar greep. Op de katholieke jongensschool doen de nonnen hun best om Hitlers nieuwe regels uit te voeren. Ze sturen de joodse lerares Sonja Siderova de laan uit, al is zij zeer geliefd. De jonge juf Thekla Jansen neemt haar plaats gretig in.

En daarmee laadt zij meteen een schuld op zich, want haar geluk is het ongeluk van de ander. Thekla Jansen durft Fraülein Siderova niet eens te bezoeken. Maar haar angst toegeven, dat is ook weer niets voor haar. Liever schuift ze het bezoekje steeds weer voor zich uit, met behulp van gevoelige smoesjes.

Dit kwellende uitstel vormt de belangrijkste spanningsboog van Hegi’s roman. De heldin heeft trouwens geen slap karakter. Nee, Thekla is een prachtmens. Haar leerlingen adoreren haar, want Fraülein Jansen begrijpt hen. Niet met commando’s maar met inleving leidt zij haar klasje. Daar komt speelsheid aan te pas en oneindig geduld, zachtheid en verbeeldingskracht.

In alle toonaarden zingt Hegi een loflied op haar heldin en dat is een goede zet. Zo worden we gedwongen om mee te denken over de vraag hoe het mogelijk is dat een hoogstaande vrouw een laaghartig regime kan steunen. Of, om voor even het microniveau te verlaten: hoe kan een geciviliseerde maatschappij in barbarij vervallen?

Hitlerjugend

Ook de klas is voor Hegi Duitsland in het klein. De warme, lieve klas van Fraülein Jansen, zeventien fijne jongens van negen en tien jaar oud, die klas verandert snel. Wie niet bij de Hitlerjugend zit, valt uit de boot. Daarom maakt Thekla Jansen zich zorgen om haar leerling Bruno. Hij wordt toch al gepest omdat hij slimmer dan de anderen is en nou verbieden zijn ouders hem ook nog naar de jeugdbeweging te gaan.

Thekla neemt zich voor om zijn ouders te bepraten. En toont hetzelfde uitstelgedrag als bij Fraülein Siderova: steeds komt er iets tussen. Niet per ongeluk, want van Bruno weet ze dat zijn vader Hitler aan z’n ballen op wil hangen. Met zo’n gezin moet je uitkijken.

Het gesprek voert zij dus alleen in gedachten. Ze zal Bruno’s ouders zeggen dat rond een kampvuur zitten iets heel moois is, iets dat saamhorigheid kweekt. Thekla gelóóft in saamhorigheid. Ze denkt echt dat de nationaal-socialisten daarvoor zorgen. Dankzij een nauwkeurig systeem van uitsluiting. Zodra Thekla die laatste gedachte toelaat betrekt haar gemoed. Ze wil niet dat men lelijk tegen communisten of joden doet. Zo laveert ze tussen de obstakels door, hopende dat ‘het’ snel ‘overwaait’. Tijdens die ene beschreven dag toont Hegi hoe Fraülein Jansen almaar verder van haar geweten afdrijft. Hoeveel is het geweten waard? Zijn goed en kwaad niet afhankelijk van politieke grillen en stemmen wij ons morele kompas niet willoos daarop af?

Hegi haalt goede voorbeelden van alledaagse aanpassing uit de kast. Haar heldin vindt het jammer dat de gedichten van Heinrich Heine ineens verboden zijn, maar met Goethe in de klas neemt zij ook genoegen. Ze houdt niet van Hitlers gedweep met het moederschap, maar als Moederdag dan toch gevierd moet worden, dan maar met mooie bloemen. De schoonheid van de natuur biedt haar valse troost.

Niet alle hoofdstukken zijn aan die ene dag in het jaar 1934 gewijd. Ze worden afgewisseld met hoofdstukken uit vroeger tijden. Zo komen we iets over Thekla’s voorgeschiedenis te weten. Die ook in de tegenwoordige tijd opgeschreven is. Haar moeder baart haar in het diepste geheim, want met Michel Abramowitz, Thekla’s verwekker, is Almut niet getrouwd. Op die geheime plek ontmoet zij Wilhelm Jansen, die wél met haar trouwt. De lezer weet al snel wat Thekla niet weten wíl: zij is half joods. De Abramowitzen hebben haar zelfs opgevoed. Thekla kan niet meer om haar roots heen – maar eerst moet er een ongeluk gebeuren.

Keerpunt

De zelfmoord van haar leerling Bruno vormt het keerpunt. Dan pas zoekt Thekla haar toevlucht bij Sonja Siderova, die haar alles vertelt. Ineens staat Thekla aan de kant van de vervolgden. En dat niet alleen: ze heeft ook gezien dat haar klas in een gevaarlijke meute kan muteren. De propagandamachine heeft haar werk gedaan. Thekla zal haar jongens voortaan op bedekte wijze tegengif toedienen – ziedaar het voorzichtige happy end.

Ursula Hegi werd vlak na de oorlog in Duitsland geboren. Om haar heen ruïnes, vaderloze kinderen, mannen zonder armen of benen. De gevolgen van de oorlog drongen zich overal op en toch werd die oorlog ontkend. De Holocaust nog meer. Ursula vluchtte naar de Verenigde Staten, op haar achttiende. En begon te schrijven. In het Engels, voor een Amerikaans publiek. Toen de televisiester Oprah Winfrey Stones from the River in 1997 voor haar leesclub uitkoos, moest de uitgever anderhalf miljoen exemplaren van het boek erbij laten drukken. Ineens was de schuchtere Hegi een bestsellerschrijfster.

Figuren uit Stones from The River duiken ook in Jongens en vuur weer op. Trudi Montag bijvoorbeeld, de merkwaardige dwerg. Nooit kijkt Hegi op haar personages neer. Over alle inwoners van Burgdorf schrijft ze met compassie. Haar voorliefde voor dramatische contrasten heeft ze van haar favoriete auteur Isabel Allende, maar haar dromerige subtiliteit doet eerder denken aan het werk van Janet Frame, haar andere lievelingsschrijver. De combinatie van ernst en elegantie maakt Jongens en vuur tot wat het domweg is: een prachtige roman.