Vaarwel, onafhankelijke Nederlandsche Bank

De Duitse bondskanselier Merkel en de Nederlandse premier Rutte hebben bij de centrale banken politieke benoemingen doorgedrukt. Dat is principieel verkeerd, vindt Edin Mujagic.

NRC Handelsblad publiceerde onlangs een reconstructie van de benoeming van de nieuwe president van De Nederlandsche Bank (DNB) in de zomer van vorig jaar. Hieruit bleek dat premier Rutte hoogstpersoonlijk de benoeming had geblokkeerd van Lex Hoogduin, de gedoodverfde opvolger van Nout Wellink.

Als we geen euro, maar nog steeds de gulden hadden gehad, had deze reconstructie ongetwijfeld geleid tot een zwakkere gulden ten opzichte van de mark. Met de euro is de schade niet direct zichtbaar. Maar de aangerichte schade kan op termijn wel eens groter zijn dan de schade van de huidige crisis.

Het veto van Rutte past in een zorgwekkende trend in de eurozone. Neem de benoeming van het nieuwe hoofd van de Duitse Bundesbank vorig jaar. Dat nieuwe hoofd, Jens Weidmann, zat voorheen één deur bij bondskanselier Merkel vandaan. Hij was haar belangrijkste adviseur.

Het nieuwe bestuurslid Jorg Asmussen van de Europese Centrale Bank (ECB), ook een Duitser, is een carrièreambtenaar zonder enig verleden bij de Bundesbank. Voordat hij ECB-bestuurder zou worden, was hij staatssecretaris van Financiën. Traditioneel waren Duitse centralebankiers onafhankelijke mensen.

In Nederland en Duitsland, van oudsher bastions van onafhankelijke centrale banken, is deze onafhankelijkheid nu zwaar beschadigd. Dit geeft het signaal af dat de politiek de centrale banken best onder haar vleugels kan brengen. Het is geen wonder dat Hongarije de centrale bank zelfs bij wet ondergeschikt maakt aan de regering.

Ook bij de ECB, de bank die net zo onafhankelijk had moeten zijn als de Bundesbank en DNB vroeger, is heel wat aan de hand. Vertrekkend ECB-bestuurslid Lorenzo Bini Smaghi zei onlangs dat de ECB de geldpersen moet aanzetten. Als hij dit bij zijn vertrek openlijk zegt, is dat uiteraard ook wat hij al die jaren heeft geroepen in de voor de buitenwereld gesloten bestuursvergaderingen van de ECB. Hij was niet als enige, getuige de daden van de ECB zelf.

De bank verlaagt de rente fors terwijl de inflatie aan de hoge kant is, koopt voor honderden miljarden euro’s staatsobligaties van de zwakke eurolanden en leent zelfs drie jaar lang onbeperkt geld aan Europese banken. Bovendien roept de president van de ECB de banken openlijk op dat geld te gebruiken om staatsobligaties te kopen. Noem het zoals je wilt, maar dit is je reinste monetaire financiering van schulden door de ECB, dé hoofdzonde voor een centrale bank. Steeds minder ECB-bestuurders hebben hier moeite mee. Het kersverse Franse bestuurslid, Benoît Cœuré, sprak vlak voor zijn benoeming uit dat de ECB meer staatsobligaties moet opkopen en de rente verder moet verlagen.

Een cynicus zou zeggen dat Cœuré dankzij deze uitspraak is benoemd in het ECB-bestuur. Deze cynicus zit waarschijnlijk niet eens zo ver bezijden de waarheid.

Bijna onopgemerkt, vooral door de crisis waarnaar alle aandacht uitgaat, verandert de ECB van een centrale bank zoals die had moeten zijn naar eentje waarvan we dachten dat ze uitgestorven was – een politieke instelling. Dit is een zeer slechte ontwikkeling met het oog op de lange termijn. De crisis waait vroeg of laat over. Daarna is er weer een ECB nodig die de inflatie in de eurozone laag moet houden. Dit gaat zeker niet lukken met een sterk gepolitiseerde ECB en haar aandeelhouders, zoals DNB.

Premier Rutte moet zich zo snel mogelijk laten bijpraten over het belang van een onafhankelijke centrale bank en het tij proberen te keren in Europa. Anders zal men zich hem nog lang herinneren als de man die de onafhankelijkheid van DNB en de ECB heeft afgeschaft. Deze schade kan hij onmogelijk compenseren met iets anders.

Edin Mujagic is monetair econoom aan de Universiteit van Tilburg en zelfstandig macro-economisch consultant.