Tussen hoop en rancune

De uitgeverijen sturen hun nieuwjaarsgeschenken rond, variërend van een stuk of wat gedichten tot een perfect afgewerkte facsimile.

Kun je rancune cadeau geven, of is dat tegen de etiquette? Uitgeverij Wereldbibliotheek doet het. In een tegenstrijdig gebaar lijkt de uitgeverij met haar nieuwjaarsgeschenk haar gram te halen. Rancune staat er op dit geschenk ‘voor rancuneuze tijden’. Voorin de paar aaneengeknoopte kopietjes een uitleg van uitgever Koen van Gulik: ‘Dat heb je wanneer boekenkopers geen boeken meer aanschaffen, boekhandels geen boeken meer inkopen, boekenrecensenten geen Nederlandstalige boeken meer bespreken (wel Engelstalige) , boekenlezers geen boeken meer lezen en iedereen over alles een mening heeft.’ ‘We bedoelen natuurlijk niet u,’ schrijft hij erbij. Natuurlijk geeft het geen pas een geschenk te kritiseren, maar toch, wil je dit wel krijgen?

Heel anders pakt De Bezige Bij het aan. Merkvast profileert de uitgeverij zich als hoeder van het Nederlands literair erfgoed; vorig jaar kregen we nog een facsimile van Mulisch’ manuscript van de proloog van De ontdekking van de hemel voorgeschoteld. Dit jaar arriveerde een bruine envelop met alle afleveringen van Wouter Kamperts ‘Jagtlustkoerier’, vol zalige onzin over gasten en poezen op Jagtlust. Remco Campert schreef de Jagtlustkoerier in 1956 en ‘57 uit pure ‘jagtlust’ voor de slotvrouwe van deze buitenplaats, zijn toenmalige geliefde Fritzi ten Harmsen van der Beek. De liefde hield geen stand, Van der Beek scheurde de koeriers doormidden. Campert plakte ze weer en de gefacsimileerde bruine plakbandjes dragen bij aan het gevoel een schat in handen te hebben. Zoals Wouter Kampert schrijft in het eerste nummer.: ‘t’is een bar bestig eksemplaar en zijn wij ook niet ontevreden.’

Net zo intiem is het geschenk van uitgeverij Podium: Als je me maar blijft schrijven bevat de brieven van Manon Uphoff en Herman Franke, geschreven tijdens het laatste jaar van Frankes leven; hij overleed in 2010. De twee kenden een intense schrijversverwantschap, getuige vooral de hartstochtelijke brieven van Uphoff. Frankes antwoorden zijn allengs korter en elliptischer, maar hij blijft haar vragen om meer.

De Geus komt ook met iets intrigerends, een epiloog bij Camus’ De pest van de hand van Kristien Hemmerechts, getiteld Mijn man de schrijver. Hierin blijkt niet Bernard Rieux maar diens vrouw de chroniqueur van de pest te zijn, en de mens de mens een rat. Jammer alleen dat het verhaal al eens eerder verscheen.

Contact komt met nieuwe gedichten van Nachoem M. Wijnberg, De Arbeiderspers met gebundelde, recente Volkskrant-columns van Sylvia Witteman. Ambo verrast met een mooi verhaal van de Amerikaanse auteur Nathan Englander. Hoofdpersoon is ene ‘Auteur’ die op een voorleestournee nergens meer publiek treft, behalve dan die éne Lezer die een optreden eist. Auteur verzet zich, denkt dat het geen zin meer heeft, maar gaat uiteindelijk overstag. Zelfs één lezer blijkt dan genoeg. Een passend, hoopvol geschenk. Sans rancune, Wereldbibliotheek en niet genoemde uitgeverijen, en ook jullie een 2012 vol mooie boeken gewenst.