Tea Party wantrouwt elke politicus

In de voorverkiezingen voor de Republikeinse nominatie blijkt dat de Tea Party zijn aanhang niet kan verzilveren. De conservatieve populisten zien elke politicus als vijand, ook wie hun vriend wil zijn.

Eerst zag Brian Graffius wel wat in Herman Cain, die net als hij in Atlanta woont. Maar Cain trok zich terug. Hij overwoog een tijdje steun aan Michele Bachmann. Ook zij doet niet meer mee aan de voorverkiezingen voor de Republikeinse presidentskandidatuur. En nu weet de voorzitter van de Tea Party in Atlanta, in de staat Georgia, het niet meer.

Brian Graffius zegt: „Ik ben over niet één kandidaat tevreden, niemand in mijn afdeling eigenlijk. Ja, iedere kandidaat wil met ons op de foto, ze zeggen dat we fantastisch zijn. Maar diep van binnen worden we gehaat en zien de Republikeinen ons als een bedreiging.”

Het dilemma van Graffius typeert de spagaat van de Tea Party, de populistische conservatieve groep die sinds 2009 aan een opmars in de Republikeinse partij bezig is. De beweging groeit en is populair onder ontevreden Republikeinen. Maar nu de organisatie zelf de gevestigde orde aan het worden is, ontbreekt het de Tea Party aan leiders of plannen om die steun te verzilveren.

Ze voelen zich niet serieus genomen door de Republikeinse presidentskandidaten, van wie velen hengelen naar steun van Tea Party’ers als Graffius.

Computerprogrammeur Brian Graffius is een activist zoals de Tea Party er vele heeft. Hij heeft een hartgrondige hekel aan „Democraten, darwinisten, freudianen en communisten”. Hij zit veel achter de computer en kijkt naar documentaires over de opkomst van de islam in Amerika. De kerken zijn links geworden, zegt Graffius, zelf baptist. Op Disney Channel wordt milieupropaganda uitgezonden. „Ik moet alles opnemen en vooraf bekijken voordat ik het mijn kinderen laat zien.”

Zijn twee kinderen krijgen thuis les van zijn vrouw, hij vertrouwt niets waar de overheid zich mee bemoeit. „Ze willen me mijn pistool en geweer afpakken. Ik ben niet meer vrij in mijn eigen land. De Tea Party is voor mij een gevecht tegen de indoctrinatie van de overheid.”

Zijn afdeling werkt volgens het principe van de druppelende kraan. Zetel voor zetel probeert de Tea Party te „infiltreren” in schoolbesturen, districtsraden en de Senaat. Vorige week slaagde de actief door de Tea Party gesteunde Republikein Mike Crane erin een vrijgekomen zetel in de Senaat van Georgia te veroveren.

„Wij zijn beter georganiseerd dan de Republikeinen. Op slecht bezochte conventies komen wij met driehonderd man, zodat we iedereen eruit stemmen. We zitten in schoolbesturen, districten en de Senaat. Niemand kan meer om ons heen.”

Tea Party-activist Bonnie Willis uit Atlanta, moeder van vijf kinderen en zakenvrouw, stelde zich onlangs kandidaat voor het schoolbestuur. Ze voert campagne als een politicus. „Ik beloof ouders dat ik een einde zal maken aan de corrupte sfeer op school”, zegt ze. „Als ik in het bestuur kom, zal ik opkomen voor de Tea Partywaarden, zoals vrijheid voor individuele leerlingen.”

Het establishment van de Grand Old Party wordt op alle niveaus langzaam verdrongen. De verkiezingszege van de Republikeinen in het Congres, ruim een jaar geleden, was een gigantische overwinning voor de Tea Party. Tientallen kandidaten die tijdens hun campagne de steun van de conservatieve beweging kregen, veroverden een zetel. De stille revolutie van de beweging gaat vooral op lokaal en regionaal niveau verder.

Maar nu de Tea Party niet langer een buitenstaander is, komen ook de zwakke plekken van de beweging aan de oppervlakte. De beweging opereert zonder echte leiders. Dat was altijd een groot voordeel, zegt Brian Graffius. „Zodra de slang een kop krijgt, proberen onze tegenstanders de kop eraf te hakken. Wij zijn niet het vehikel van één persoon.”

Maar het ontbreken van leiding betekent ook dat het lastig is eenheid te brengen. Lokale groepen verschillen sterk van mening. De Republikeinse presidentskandidaat Ron Paul uit Texas was lange tijd het officieuze gezicht van de Tea Party, met zijn pleidooi voor een zo klein mogelijke overheid. Volgens Paul geldt dat ook voor Defensie: hij wil de Amerikaanse troepen uit Afghanistan terugtrekken en de financiële steun aan Israël stopzetten. Pauls standpunt leidde tot een schisma in de Tea Party tussen de libertaire en de meer neoconservatief ingestelde leden.

In Atlanta brak de Tea Party door verdeeldheid in tweeën. Brian Graffius’ afdeling vindt dat de beweging niet alleen voor klassieke thema’s als lage belastingen moet opkomen, maar heeft daar een punt aan toegevoegd: de Tea Party komt in Atlanta op voor het behoud van ‘judeo-christelijke waarden’. De andere tak is het daar mee oneens. Graffius: „Het is een schande dat ik mijn geloof moet verbergen. Mensen zeggen ‘happy holidays’ in plaats van ‘happy Christmas’. Alsof we geen christelijke natie zijn.”

De Republikeinse presidentskandidaten zijn op zoek naar de steun van de machtige Tea Party, en grijpen tijdens campagnebijeenkomsten typische Tea Party-onderwerpen aan. Rick Santorum, die verrassend sterk scoorde in Iowa met een conservatieve boodschap, lijkt de meeste sympathie te hebben. Maar tot dusverre is er geen heldere Tea Party-kandidaat.

Bonnie Willis: „Het is de schuld van de media. Zij presenteren Romney en Gingrich, de gevestigde orde, als onvermijdelijke kandidaten. Talentvolle Tea Party’ers hebben het niet eens geprobeerd.” Graffius: „Sommige leden zeggen dat we een onafhankelijke Tea Party-kandidaat naar voren moeten schuiven. Dat zou een ramp zijn, want dan breekt de Republikeinse partij. Dit is het dilemma waarin we gevangen zitten.”

De breuklijnen worden steeds zichtbaarder. Enkele weken geleden bijvoorbeeld, tijdens een politieke crisis in Washington die grote schade aanrichtte bij de Republikeinen.

Het Congres moest beslissen over verlaging van de loonbelasting met twee maanden – een Republikeins abc’tje. De Senaat ging akkoord, maar toen gingen de door de Tea Party gesteunde leden in het Huis van Afgevaardigden protesteren. De verlaging moest voor een jaar gelden, niet twee maanden.

Volgens president Obama was dat onmogelijk te regelen voor de deadline op 1 januari. Het Witte Huis stuurde een triomfantelijke e-mail rond over de ware aard van de Republikeinen: wel praten over belastingverlagingen, maar die niet steunen.

Republikein John Boehner, voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, moest hard werken om zijn opstandige partijgenoten in het gareel te krijgen. Dat lukte ternauwernood, maar de schade voor de Republikeinen was al geleden. Het vertrouwen van kiezers in het door Republikeinen gedomineerde Congres bereikte een nieuw historisch dieptepunt.

„Wij zijn nog mensen met principes”, zegt Brian Graffius. „We gaan de corruptie en rotzooi in Washington opruimen. Ook de Republikeinen moeten daar maar aan wennen.”