Riemen vast voor de flitskrach van 2012

Als je, nog niet zo heel lang geleden, onder de motorkap van een auto keek, zag je het allemaal zitten: cilinderblok, bougies, verdeelkap. Wie nu de kap oplicht ziet alleen maar een stalen bonk. De onderdelen zijn er wel, maar alleen nog toegankelijk voor specialisten en andere vergevorderden. De diagnose van wat er mis zou kunnen zijn, gaat met een computer.

Die ontwikkeling heeft zich ook voorgedaan op de financiële markten, en zij gaat daar al veel verder. Zelfs de motorkap kan niet meer open. Ergens in het voertuig moet de krachtbron zitten, maar waar? En is het er wel één, of zijn het er meer, en herkennen we hem nog wel als we hem uiteindelijk zien?

Een auto is een systeem, de financiële markt ook. Maar de complexiteit is oneindig veel groter en neemt nog steeds toe. De kredietcrisis tilde al een categorie van nieuwe instrumenten boven water waarvan de buitenwereld niet wist wat ze waren en hoe ze werkten. En, verontrustender, de meeste professionals toen het er op aankwam óók niet.

Toen Jon Corzine, de baas van het onlangs omgevallen MF Global, vorige maand in een hoorzitting werd gevraagd waar 1,2 miljard dollar was die nog miste in de boeken van het beleggingsfonds, antwoordde hij: „Ik heb geen idee.” Waarschijnlijk meende hij het. Te complex, zelfs voor een oud-topman van Goldman Sachs.

Het wordt snel ingewikkelder, met de nadruk op ‘snel’. Afgelopen september concludeerde de Bank voor Internationale Betalingen (BIB) dat de opkomst van High Frequency Trading (HFT), waarin computergestuurde transacties in milliseconden worden gedaan, de ‘ecologie van de valutamarkt’ fundamenteel verandert.

Op de aandelenmarkten maakt HFT soms al meer dan de helft uit van de omzetten, met uitschieters tot 75 procent. En hoewel er iets voor te zeggen valt dat deze razendsnelle handel de liquiditeit van de markt bevordert, en het verschil tussen bied- en laatprijzen verkleint, is het maar de vraag hoe zij reageert op calamiteiten. Op 6 mei 2010 vond op Wall Street de zogenoemde flash crash plaats, waarin de aandelenkoersen gemiddeld meer dan 9 procent zakten in luttele minuten, om daarna weer goeddeels te herstellen. In een onderzoek concludeerden Amerikaanse toezichthouders dat HFT daar weliswaar niet de directe oorzaak van was (dat was een enorme computergestuurde order van 4 miljard aan termijncontracten op de beursindex), maar de zaken wel verergerden. De beloofde extra liquiditeit bleek het tegendeel: de markt droogde juist volledig op, waardoor extreme bied- en laatprijzen ontstonden.

Bij voorspellingen over calamiteiten in het komende jaar wordt High Frequency Trading steeds vaker aangewezen als kandidaat. Gillian Tett van de Financial Times, die er vaak vroeg bij is, wees deze week op een nieuw rapport van de Britse regering, waarin er voor wordt gepleit dat overheden grote, internationaal gekoppelde computersystemen opzetten om de financiële markten even goed te kunnen doorgronden als de meteorologische diensten dat doen met het weer (The global financial markets: an ultra-large-scale systems perspective).

Vorige maand waarschuwde de topman van het aan de Nasdaq genoteerde Progress Software dat een op hol geslagen computerhandel dit jaar ‘ongekende schade’ zal opleveren. Misschien heeft het bedrijf wat programmatuur te verkopen, maar toch. De markten kunnen inderdaad te snel, te complex en chaotisch worden om nog gekend te kunnen worden.

Eng? Ja. In dit theater in 2012? Hopelijk niet. Maar een zwarte zwaan zie je gek genoeg pas als hij héél dichtbij is.

Maarten Schinkel