Pijn van een oorlogsheld

Nadat hij in 2009 voor zijn leiderschap in Uruzgan de hoogste militaire onderscheiding had gekregen, bleek kapitein Marco Kroon niet de modelridder voor wie velen hem hielden. Uitvoerig kijkt hij terug op zijn proces, opgewekt, maar ook boos en gefrustreerd. „Mensen zien mij niet als een goede militair die door valse beschuldigingen en fouten van justitie heel veel pech heeft gehad.”

Marco Kroon is zo’n begrip in Den Bosch, dat er met carnaval mensen als hem verkleed gaan. In militair uniform, met een huidkleurige badmuts op en wat op het gezicht getekende beharing. Twee jaar geleden al, nadat hij als nationale held door koningin Beatrix geridderd was. „En afgelopen jaar, na dat cokeverhaal, liepen ze met poedersuiker rond hun neus”, vertelt Kroon. Hij kan er hartelijk om lachen. „Ik houd wel van dat soort zwarte humor.”

Het is de eerste keer dat de landmachtkapitein zich uitvoerig laat interviewen over de drugszaak waarin hij vorig jaar terecht stond. Aan tafel zit een opgewekte man. Veel slanker en gezonder dan toen hij zich in april voor de rechter moest verantwoorden. Klaar om in het nieuwe jaar zijn leven weer op te pakken.

Maar hij is ook nog steeds boos, gefrustreerd en verongelijkt.

Laten we eerlijk zijn. Als het niet over hemzelf ging, had hij zelf ook niet in zijn onschuld geloofd. „Ik heb natuurlijk best een aso-kop”, zegt Kroon (41). Hij strijkt met zijn duim en zijn wijsvinger langs het minuscule ringbaardje rond zijn mond. Dat, in combinatie met die kale kop. Een ondeugende boeventronie.

Tel daarbij op het vooroordeel dat militairen die terugkomen uit een oorlog hun kicks ergens anders moeten zoeken. En het feit dat hij de baas was van een kroeg die in Den Bosch bekend stond als een ‘cokehol’. Alle ingrediënten zijn er. „Ik zou ook zeggen, jaja, en wij moeten geloven dat hij er niets mee te maken had. Als je afgaat op wat er in de media is verschenen, zou ik ook denken: die Kroon is hartstikke schuldig.”

Had de rechter er ook zo over gedacht, dan was Kroon de ultieme gevallen held geweest. In 2009 onderscheiden met de militaire Willemsorde, de allerhoogste dapperheidonderscheiding, voor zijn leiderschap tijdens gevechten in Uruzgan. In 2011 vervolgd voor het bezit van cocaïne, xtc en stroomstootwapens.

Het was een genant proces. De enige ridder van na de Tweede Wereldoorlog vertelde voor de militaire rechtbank in Arnhem uitvoerig de intiemste details van zijn seksleven, om zijn onschuld te bewijzen. Afgetapt sms-verkeer tussen hem en zijn vriendin over „iets lekkers” zou daar over gaan, niet over harddrugs.

De defensieleiding zat zich ondertussen te verbijten. Het uitreiken van de Willemsorde aan Kroon had niet alleen hem, maar ook de landmacht nieuw aanzien gegeven. Nu sloeg die trots de organisatie als een boemerang in het gezicht. Schuldig of onschuldig, Kroon bleek niet bepaald een modelridder.

Maar uiteindelijk was het proces vooral beschamend voor het Openbaar Ministerie en het Nederlands Forensisch Instituut. Een Franse toxicoloog, dé autoriteit op het gebied van haaronderzoek, liet in de rechtszaal niets heel van het ‘bewijs’ dat er cocaïne in Kroons borsthaar was aangetroffen. „Maar daar lees je niks over: dat er helemaal geen antistoffen tegen cocaïne in mijn lijf zijn gevonden. Dat de drugs alleen óp mijn haar zat en niet erín. En dat dat nooit als bewijs had mogen dienen omdat het op de meest amateuristische manier was afgenomen.” Kroon had de zes onderzochte borstharen zelf uitgetrokken tijdens een verhoor door de marechaussee.

Hij begrijpt nog steeds niet hoe het OM zo’n zwakke zaak voor de rechter durfde te brengen. Een zaak die voor hem ronduit karaktermoord betekende. „Ik weet zeker dat het zonder die Willemsorde nooit zo hoog opgespeeld zou zijn.”

Kroon werd eind april vrijgesproken van de belangrijkste aanklacht die hem – vanwege het absolute verbod aan militairen om drugs te gebruiken – zijn baan zou hebben gekost. Zelf had hij voor de uitspraak gezworen bij een veroordeling ook zijn onderscheiding in te leveren. Voor het bezit van stroomstootwapens kreeg hij een boete.

Vlak voor de nationale dodenherdenking maakte het OM bekend niet tegen het vonnis in hoger beroep te gaan. Toen kon Kroon weer met opgeheven hoofd op de Dam naast koningin Beatrix staan. Hij heeft veel steun gehad aan zijn familie, zijn goede vrienden en zijn werkgever, zegt hij, maar ook aan Beatrix. „Ik heb haar altijd in de ogen kunnen kijken en kunnen zeggen: ‘majesteit, ik word genaaid hier’.”

Zo praat Marco Kroon en daar brengt geen onderscheiding of koningin verandering in. Maar hij is wel veranderd door de vervolging. Gefrustreerd met name. „Mijn leven is kapot. Ik ben vrijgesproken, maar word niet geloofd.”

Tien keer is hij als militair uitgezonden en nooit is hij getraumatiseerd teruggekomen, maar na deze zaak hadden hij en zijn vriendin psychische hulp nodig. „Dat mijn relatie dit overleefd heeft is een klein wonder.” De kroeg waar de Bossche drugszaak om draaide, is hij wel kwijt. „Toen ik die overnam, heb ik al het doorgesnoven gajus dat er kwam eruitgewerkt en kwam er een totaal ander publiek. Maar dat is verdwenen, het is door alle publiciteit helemaal doodgebloed.” Kroon heeft het café met een verlies van bijna een ton moeten verkopen. „Ik ben blij dat ik er vanaf ben, maar het is toch een stukje trots dat ik kwijt ben.”

Uiteindelijk was het natuurlijk onverstandig van hem om die kroeg te kopen, maar toen hij nog een onbekende militair was zonder riddertitel, was het voor hem en voor defensie geen probleem om die baan erbij te nemen.

De kroeg kwam de imagoschade niet te boven en het is de vraag in hoeverre het stigma aan Kroon blijft kleven. Hij voelt zich toch veroordeeld, vooral door de lokale media, die hem als drugsdealer blijven wegzetten.

„Door die eenzijdige beeldvorming denken de meeste mensen toch dat ik een crimineel ben die door zijn status en een hele goede advocaat het geluk heeft gehad dat hij werd vrijgesproken. Mensen zien mij niet als een goede militair die door valse beschuldigingen en fouten van justitie heel veel pech heeft gehad.”

Maar er zijn details uit de rechtszaak die de verdenkingen blijven voeden. Vooral dat Kroon zijn borsthaar schoor nadat hij was verhoord, wordt door sommigen verdacht gevonden. „Heel veel mensen trimmen hun lichaamshaar en ik had aan mijn advocaat, Geert-Jan Knoops, gevraagd of het OM nog meer haar nodig was. Dat was niet zo, dus kon ik mijn gang gaan. Vervolgens is dat in de media tegen me gebruikt.”

En hoe kan hij niet hebben geweten dat zijn vriendin in 2009 wel eens cocaïne gebruikte? Kroon kan het niet uitleggen. Hij was er niet bedacht op en heeft het niet gezien. Het gebruik van zijn vriendin kan wel de sporen van drugs in zijn auto en op zijn lijf verklaren. „We hebben het over nanogrammen hè. Op elk briefje van vijftig euro zit vele malen meer. Zelfs bij baby’s wordt meer aangetroffen. Dat spul is overal.”

Ondertussen gaat het leven door. Daarvoor is de vrijspraak nog niet eens zijn belangrijkste moment van 2011 geweest. „Ik heb altijd vertrouwen gehouden in de rechterlijke macht.” Het belangrijkste is dat hij bij defensie in april weer een nieuwe functie krijgt. Kroon had de laatste jaren een bureaubaan. Nu gaat hij als compagniescommandant tweehonderd operationele militairen aansturen. Bijna verlekkerd volgt hij het nieuws over de mogelijke Iraanse blokkade van de Straat van Hormuz. Voor je het weet is er ergens ter wereld weer een missie waarvoor hij mag uitrukken.

Dat hij de gedroomde baan heeft gekregen, ontkracht zijn angst dat defensie hem na de vervolging misschien toch als beschadigd zou zien. Dat zijn maatschappelijke schande hem ook professioneel zou worden nagedragen.

„Een simpel voorbeeld waaraan ik merk dat ik echt een kras heb: ik sta ingeschreven bij zo’n bureau om in het bedrijfsleven presentaties te geven over leiderschap. Ik zou het daar helemaal gaan maken. Ik weet wel dat op dit soort luxe producten in tijden van crisis wordt bezuinigd, maar ik moet de eerste lezing nog geven. Het doet heel erg veel pijn dat mijn imago zo’n klap heeft gehad.”

Emilie van outeren