Orbán rekent af met communisten

Volgens NRC Handelsblad is het erg gesteld met Hongarije onder premier Orbán. Toch heeft Orbán ook goede dingen gedaan, stelt Zsolt Szabo.

NRC Handelsblad opende afgelopen dinsdag met de kop ‘Hongaren: democratie is in gevaar’. Hierop volgde de constatering dat in dat land het verzet groeit tegen de eenpartijdictatuur van premier Orbán. In Hongarije demonstreerde de oppositie deze week voor de eerste keer echt serieus in de straten van Boedapest tegen de regering van Orbán, die sinds 2010 aan de macht is.

De vraag is evenwel waarom de demonstranten simpele leuzen gebruikten als ‘Orbán is een dictator’. Orbán kan er zelf ook niets aan doen dat hij tijdens de laatste parlementsverkiezingen de absolute meerderheid heeft behaald, met steun van het Hongaarse volk. Dit zou men zelfs een zegen voor het land kunnen noemen. Sinds de val van de muur in 1989 hield de communistische partij, getransformeerd in een socialistische partij, de touwtjes en daarmee alle belangrijke te vergeven posities in handen.

Orbán heeft zijn verkiezingsoverwinning in 2010 in hoge mate te danken aan zijn beheerste optreden als oppositieleider in 2006. Toen gaf de socialistische premier Gyurcsány toe dat hij bewust had gelogen over de economische situatie in Hongarije, om de verkiezingen te winnen. „We logen gedurende de afgelopen anderhalf of twee jaar. We logen in de ochtend, we logen in de avond en we logen ook ’s nachts”, zei Gyurcsány. In 2006, tijdens de heftigste demonstraties in Boedapest sinds de opstand van de Hongaren tegen de Russische onderdrukking in 1956, maande Orbán diverse malen tot rust. Hiermee voorkwam hij een ernstige escalatie van geweld en bloedvergieten.

De socialistische, communistische en links-liberale partijen hebben flink verloren bij de vorige verkiezingen. Dit zijn ook de partijen die in 1994 zonder commentaar toelieten dat Gyula Horn als premier aan de macht kwam. Deze partijen, gesteund door de bij ons bekende schrijver György Konrád en andere progressieve intellectuelen, wisten dat er serieuze verdenkingen bestonden over de rol van Horn in 1956, bij het bloedige neerslaan van de opstand tegen het stalinistische bewind in de Volksrepubliek Hongarije.

NRC Handelsblad schrijft, onder de kop ‘Omstreden wetten’, dat Orbán „mogelijk lastige rechters met vervroegd pensioen stuurt”. Dit zijn de rechters boven de 62 jaar die nog zijn benoemd door de communisten. Helaas wordt dit feit niet vermeld. Hadden wij het in Nederland geaccepteerd als door de NSB benoemde rechters in 1946 hadden mogen blijven zitten?

Het is goed om te zien dat Orbáns christen-democratische coalitie door de verkiezingszege niet afhankelijk is van de steun van extreme partijen in het parlement. Hij komt op voor de rechten van de miljoenen Hongaren die sinds de Eerste Wereldoorlog, dus al meer dan negentig jaar, ongevraagd buiten hun eigen landsgrenzen zijn geplaatst en nog dagelijks worden gediscrimineerd. De internationale gemeenschap sluit de ogen voor deze discriminatie – Orbán niet.

Er waait een nieuwe wind in Hongarije, net als in Nederland, met dit verschil dat Orbán een corrupt regime heeft afgelost. Hongarije moet zich vanzelfsprekend houden aan Europese regels, maar het is goed dat Orbán definitief een einde wil maken aan het communistische verleden van Hongarije, inclusief de wetgeving van het land. Schrijvers als Konrád hadden weinig moeite met dit verleden en ontleenden status aan hun banden met de opvolgers van de communisten: de socialisten na 1989.

Koppen in de krant bepalen in hoge mate de opinievorming, maar de feiten erachter zijn evenzo van waarde – helemaal als de politieke cultuur en historie in landen als Hongarije in hoge mate verschillen met die van de onze.

Zsolt Szabo is politicoloog en oud-Tweede Kamerlid voor de VVD.