Obama paait kiezers met belofte van minder oorlog

President Obama presenteerde gisteren ingrijpende bezuinigingen op defensie. De VS stappen af van de doctrine dat het land twee grote regionale oorlogen tegelijk aan moet kunnen. Obama gelooft, in tegenstelling tot zijn voorgangers, niet langer dat Amerika een leger heeft om de wereld te veranderen. Electoraal komt het goed uit: de crisis maakt bezuinigingen noodzakelijk en de Amerikaanse kiezers zijn moe van de oorlogen.

De regering van Barack Obama „slaat een bladzijde om na een periode van tien jaar oorlog”, zei de president zelf toen hij gisteren een zeldzame toespraak op het Pentagon hield. „Ons leger zal daarom afslanken. Maar de wereld moet weten dat de Verenigde Staten militair superieur zullen blijven.”

Een breuk met het tijdperk-Bush, zo wil Obama dat Amerikanen zijn gisteren aangekondigde bezuinigingsoperatie bij defensie zien.

Tussen 2003 en, formeel, Oudjaarsdag 2011 voerden de Verenigde Staten twee oorlogen tegelijk, in Afghanistan en Irak.

Obama breekt met de door Bill Clinton bedachte en door Bush uitgevoerde doctrine en vindt dat Amerika niet langer twee, maar nog maar één grote regionale oorlog tegelijk aankan.

Wat meespeelt in Obama’s bezuiniging is dat hij dit jaar bij verkiezingen zal worden afgerekend door een bevolking die moe is van twee dingen: oorlog, en de slechte staat van de economie.

Terwijl de tekorten uit de hand lopen en de werkloosheid stijgt, besteedt de Amerikaanse overheid ruim een biljoen dollar per jaar aan defensie en aanverwante activiteiten. Dat bedrag groeit ieder jaar.

Obama wil 450 miljard bezuinigen in de komende tien jaar, mogelijk een krimp van 10 tot 15 procent van het leger. Daar bovenop volgen waarschijnlijk nog bezuinigingen van circa 500 miljard die het Congres vanaf 2013 heeft aangekondigd.

De achtergrond van Obama’s plannen is voor een deel ook ideologisch. Obama erfde twee oorlogen van een Republikeinse regering die geloofde dat Amerika een leger had om de wereld te veranderen. Democratieën konden worden gesticht, dictators verdreven.

De neoconservatieve kijk op buitenlandse politiek was veel actiever dan die van Obama, die in 2010 tegen journalist Bob Woodward zei: „Oorlog is hel. Zodra je de honden van de oorlog hebt vrijgelaten, weet je niet meer wat er kan gebeuren.”

Maar Obama is zeker ook geen pacifist. Onduidelijk is wat de aangekondigde bezuiniging betekent voor de nog lopende oorlog in Afghanistan, de langste oorlog die Amerika ooit voerde.

Veel blijft hetzelfde, zo lijkt het, alleen wordt het van alles wat minder. Er gaan geen hele legeronderdelen verdwijnen, de militaire aanwezigheid in het Midden-Oosten, Azië en Europa blijft.

De belangrijkste pijlers van Obama’s visie op defensie blijven intact: actief bestrijden van terrorisme, eventuele vijandelijke mogendheden afschrikken.

Meer dan voorheen zullen de Verenigde Staten hun leger strategisch en kleinschalig gebruiken. Grondtroepen zullen niet meer op grote schaal worden ingezet, en de taken van de marine en luchtmacht zullen juist uitgebreid worden.

Afschrikking van landen die mogelijk Amerika’s belangen bedreigen, zoals Iran of China, moet volgens Obama en minister van Defensie Leon Panetta centraal komen te staan.

Uit het beknopte, acht pagina’s tellende plan blijkt dat de militaire aandacht van de Verenigde Staten zich aan het verplaatsen is naar Zuid-Oost Azië.

De groeiende economische en militaire macht van China wordt als bedreigend ervaren door de Amerikanen, die grote handelsbelangen in de regio hebben. In het rapport staat dat China „meer openheid moet geven over de strategische plannen, zodat vermeden kan worden dat er wrijving in de regio ontstaat”. Met andere woorden: China, haalt u zich niets in het hoofd.

Onlangs kwamen Australië en de Verenigde Staten overeen dat daar dit jaar nog Amerikaanse mariniers worden geplaatst, als tegenwicht tegen China. Dat leger zal groeien van 250 naar 2.500 man.

Obama weet dat er nu geen draagvlak is voor een groot, duur leger. De kiezers zien, ruim tien jaar na de aanslagen van 11 september 2011, in defensie minder een prioriteit.

Ook onder onafhankelijke en Republikeinse kiezers is enthousiasme voor actief militair ingrijpen sterk afgenomen. Pew Research Center noteerde vorig jaar dat kiezers voor het eerst sinds 11 september niet langer vinden dat het budget voor defensie omhoog moet – een „dramatische verandering”, aldus Pew.

Ook in het grootste deel van de Republikeinse partij waait, ondanks de harde taal van de meeste presidentskandidaten aan het adres van Iran, geen neoconservatieve wind meer.

Ron Paul, die afgelopen week in de eerste voorronde in Iowa de derde plaats haalde, vertegenwoordigt een groeiende, non-interventionistische vleugel die vindt dat het leger van Amerika zich min of meer moet terugtrekken uit de wereld.

Toch heeft luitenant-kolonel b.d. James Carafano, verbonden aan de conservatieve Heritage Foundation in Washington, forse kritiek op de bezuiniging, die „het veiligheidsnet rondom Amerika beschadigt”. „Door deze dramatische bezuinigingen kunnen we niet langer meer regionale conflicten tegelijk uitvechten. In een wereld vol vijanden is dat een gevaarlijk besluit.”

George W. Bush stond, zegt Carafano, in 2011 ook op het punt te bezuinigen op het leger, maar de aanslagen van 11 september bekeerden hem tot het neoconservatisme van Dick Cheney. „Obama zal de eerste president zijn die zo’n grote stap durft te nemen.”

Carafano gelooft niet dat de verhoogde militaire aanwezigheid in Azië veel verschil zal maken. „Het is symboolpolitiek. Als Obama China echt wil afschrikken, moet hij iets anders doen dan een paar honderd mariniers sturen. Hij zou F16’s aan Taiwan kunnen verkopen, maar dat durft hij niet, uit angst om China voor het hoofd te stoten.”