Met stip nummer één bij de bank

Misschien wel de succesrijkste popartiest die ooit op de planeet heeft rondgelopen. Dat is Prince (1959) volgens zijn recentste, opnieuw ongeautoriseerde biograaf.

Jason Draper: Prince. Chaos, Disorder and Revolution. Backbeat books, 272 blz. € 27,50

Wat zit er nu precies in The Vault? Volgens geruchten bevat de schatkamer van Prince duizenden onuitgebrachte nummers en vele tientallen nooit vertoonde videoclips die de workaholic in zijn 35-jarige loopbaan heeft gemaakt. Maar nu hij al 15 jaar is bevrijd van zijn ‘wurgcontract’ met platenmaatschappij Warner Bros, die maar één album per jaar wilde uitbrengen, beginnen Prince-fans te betwijfelen of de legendarische Kelder wel zo vol zit.

Zeker, vergeleken met de gemiddelde popster heeft Prince sinds zijn bevrijding ontstellend veel muziek uitgebracht. Vooral in het begin van de 21ste eeuw konden de leden van zijn fansite regelmatig een of een paar complete nieuwe cd’s downloaden. Maar hierbij gaat het in totaal om enkele honderden nummers, geen duizenden. En bij zijn laatste site, Lotusflower3.com, kwam hij zijn belofte niet na om tegen betaling van 77 dollar per jaar van alles en nog wat uit zijn Kelder te laten zien en horen. Na een goed begin met vele nooit eerder vertoonde filmpjes, verschenen er maar heel weinig nieuwe nummers op de site. Ten slotte werd de site al na ruim een jaar, in 2010, op zwart gezet.

Ook de Britse muziekjournalist Jason Draper heeft voor zijn Prince. Chaos, Disorder and Revolution de precieze inhoud van de schatkamer niet kunnen bepalen. En ook hij, die eerder boeken over onder anderen Led Zeppelin schreef, betwijfelt of er wel zo veel van waarde in zit. Over de cd The Vault .... Old Friends 4 Sale,, een van de laatste cd’s die Prince bij Warner Bros uitbracht, schrijft hij dat in ieder geval dit een jammerlijke mislukking is.

Jehova’s Getuigen

De belangrijkste reden dat ook Draper niet weet wat Prince’ Kelder bevat, is dat hij, net als eerdere biografen, geen directe toegang tot Prince en zijn archief had. Zijn bronnen zijn voornamelijk de vele artikelen en artikelen over Prince in kranten en tijdschriften en eerdere biografieën, zoals Slave to the Rhythm van Liz Jones uit 1998. De belangrijkste steun voor Draper was het werk van Per Nilsen, de zelfbenoemde Prince-archivaris die probeert bij te houden wat Prince zoal doet en uitbrengt.

Chaos, Disorder and Revolution gaat dan ook vooral over het werk van Prince. Over Prince’ privéleven weet Draper niets nieuws te brengen. In het kort behandelt hij alle bekende feiten, van de moeilijke jeugd in Minneapolis in de jaren zestig, via de vele relaties, twee huwelijken en de dood van zoontje Gregory in 1996 tot de bekering tot het geloof van de Jehova’s Getuigen.

Maar over het werk van Prince schrijft Draper veel preciezer en uitgebreider dan eerdere biografen. Niet alleen noemt hij, met dank aan Nilsen, bijna alles wat Prince op de een of andere manier aan de openbaarheid heeft prijsgegeven, maar ook bespreekt hij veel hiervan, inclusief de nummers die Prince alleen via internet heeft uitgebracht en die daarom aan de aandacht van de meeste muziekcritici zijn ontsnapt. Vaak is hij uitermate kritisch. Na Emancipation, de driedubbelcd die Prince in 1996 uitbracht om zijn ‘bevrijding’ te vieren, heeft Prince nog maar een paar echt goede cd’s gemaakt, vindt Draper. Vooral de uitstapjes naar de jazz zijn overbodig en Kamasutra, zijn poging om klassieke muziek te maken, noemt hij, terecht overigens, rampzalig.

Maar tegenover de overwegend matige muziek die Prince nu zo’n vijftien jaar maakt, staat dat hij een ongeëvenaarde live-muzikant is die steeds weer zorgt voor legendarische optredens. Zo plaatst Draper het miniconcert dat Prince in de stromende regen gaf in 2007 tijdens de pauze van de Super Bowl, de finale van de American football-kampioenschappen die zo’n 140 miljoen kijkers trekt, in de categorie hors concours. Vergeleken met het spetterende optreden van Prince met onder meer een fanfare was het pauzenummer van Tom Petty een jaar later verpletterend saai, schrijft hij.

En al is Prince dan niet meer de muzikale vernieuwer die hij in de jaren tachtig was, als zakenman blijft Prince ‘visionair’, betoogt Draper. Achter Prince’ vaak chaotische en onredelijke gedrag – zo achtervolgde hij een paar jaar geleden zijn eigen fans, die op internetsites zijn beeltenis en muziek gebruikten, met dreigementen en rechtszaken – gaat een consistente en innovatieve benadering van de muziekindustrie schuil. Steeds is de zakenman Prince zijn concurrenten een stap voor. Al in 1995, toen internet nog in de kinderschoenen stond, voorspelde Prince dat de dagen van de grote platenmaatschappijen voorbij waren. Na zijn jaren bij Warner Bros was hij dan ook de eerste popmusicus die zijn muziek via internet verspreidde. Ook begreep hij als een van de eersten dat niet meer met de verkoop van cd’s of losse nummers maar met optredens het grote geld was te verdienen, zodat hij in 2007 dank zij een lange tournee een van de best verdienende popartiesten was.

Permanente revolutie

Zo zorgt Prince tot op de dag van vandaag voor een permanente revolutie in de muziekindustrie. Toen ook vele andere muzikanten via internet hun muziek verspreidden, begon Prince met nieuwe distrubutiemethoden. In 2004 kregen alle bezoekers van zijn concerten de cd Musicology. Dit bracht Prince, die in de voorgaande jaren geen hits meer had gehad, opnieuw hoge noteringen in de hitlijsten. Toen organisaties als Billboard hierop besloten om cd’s die bij een concertkaartje waren inbegrepen, niet meer mee te tellen voor de hitlijsten, liet Prince, tot verbijstering van de platenindustrie, nieuwe cd’s in reusachtige oplagen bij kranten als The Mail on Sunday voegen. Dat leverde hem niet alleen meer geld op dan hij ooit via de reguliere cd-handel zou verdienen, maar ook gratis publiciteit voor zijn optredens. Die stelde hem weer in staat om in 2007 niet minder dan 21 optredens in anderhalve maand te geven in Londens grootste popzaal O2. Dit bleek een nieuwe goudmijn, omdat langdurig spelen in één stad veel goedkoper is dan een lange tournee.

Om zijn permanente revolutie, eerst muzikaal en later zakelijk, noemt Draper Prince ten slotte ‘misschien wel de succesrijkste artiest die ooit op de planeet heeft rondgelopen.’ ‘Hij heeft zichzelf niet vernietigd en is niet gestorven,’ schrijft hij in het nawoord van zijn biografie. ‘En hij heeft zichzelf niet toegestaan om ongracieus oud te worden of te vervallen in zelfparodiëring. En hoewel hij al jaren geen echte hit heeft gehad, kan Prince altijd zeggen dat hij Nummer 1 bij de bank staat.’