Mannen beginnen dan heel veel van vrouwen te houden

Bibi Dumon Tak: Winterdieren. Illustraties Martijn van der Linden. Querido, 144 blz. € 14,95

IJsdikte, wat is dat? Met vorst heeft de huidige winter weinig te maken. Voor wie wil kleumen en zich verlekkeren aan kou en onverstoorbare bewoners van ijsvlaktes en poolzee, is er het poëtische boek Winterdieren. ‘Als de winter komt, echt komt, met al zijn ijzigheid. Als hij zichzelf over het land heen legt, echt heen legt, met zijn witte klauwen en vinnige kou.’

Bibi Dumon Tak schreef al vaker mooi over dieren voor jonge lezers, onder meer in Bibi’s bijzondere beestenboek (2006, bekroond met Zilveren griffel). Ditmaal beperkt ze zich tot 23 bewoners van de Noordpool en Zuidpool en hun ingenieuze manieren om met kou om te gaan.

Dat is minder eentonig dan het misschien klinkt. De antarctische ijsvis overleeft in zeewater van min twee graden, zijn hart klopt eens in de tien seconden. Hoe kan dat? Hij heeft antivries door de aderen stromen. Het rendier heeft weer andere manieren om de kou buiten te sluiten en warmte binnen te houden, hij zorgt voor voorverwarming van zijn neusgaten, terwijl de arctische grondeekhoorn aan ‘superkoeling’ doet tijdens de winterslaap.

Dumon Tak is een onderhoudend vertelster, ze maakt portretjes die nooit te lang en steeds een beetje anders van opzet zijn. Daardoor is dit non-fictieboek geen feitenbombardement. Zo heeft het deel over de sneeuwuil opeens de vorm van een kibbelgesprekje tussen de Noord- en de Zuidpool versus de Evenaar. ‘Je hoort de evenaar al terugroepen: “Wat is er mis met wit? Alles! Het is saai. En wit is koud en onherbergzaam.”’

Verderop gaat het over liefdevol ouderschap (keizerpinguïns), opoffering, zelf verkozen eenzaamheid (de veelvraat) en de zieligste aller dieren (de zuidelijke zeeolifant).

Op een niet al te expliciete manier heeft Dumon Tak het ook over seks en geweld, en net als in natuurfilms is dat het grappigste deel. ‘Maar dan wordt het zomer en gebeurt er iets in de kop van de mannen wat je gekte zou kunnen noemen. Ze beginnen dan opeens heel erg, overdreven veel van hun vrouwen te houden. Zoveel, dat iedere man wel tien vrouwen voor zichzelf wil. En omdat iedere man dezelfde gekte heeft beginnen ze elkaar bijna uit te moorden. Je weet niet wat je ziet.’

Dat zijn dan de stoere extreem behaarde muskusossen, die hun horens in de grond steken in de hoop dat er kluiten aarde aan blijven hangen waardoor ze nog groter lijken dan ze al zijn. ‘Daarna gaan ze over hun voorpoten piesen. Echt.’

Veelgevraagd illustrator Martijn van der Linden maakte in koele kleuren mooie tekeningen van de poolbewoners, die zich overigens strikt aan hun eigen pool houden. Behalve de noordse stern, ‘kampioen moeite doen’. ‘De noordse stern gaat van A tot Z. Van de Noordpool naar de Zuidpool en weer terug. Veertigduizend kilometer per jaar. Hatsekidee.’