Kunstenaars behalen pyrrusoverwinning

Het kabinet is gestuit op de juridische begrenzingen van zijn politieke mogelijkheden nu de rechter heeft verboden om de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) in één klap af te schaffen. Deze regeling, die voorziet in tijdelijke inkomenssteun voor kunstenaars, moet worden gehandhaafd voor degenen die er al gebruik van maakten en hun aanspraken nog niet hadden opgebruikt. Pas als het kabinet een adequate overgangsregeling heeft getroffen mag de wet verdwijnen, zo heeft de voorzieningenrechter van de Haagse rechtbank bepaald.

Staatssecretaris De Krom (Sociale Zaken, VVD) heeft dinsdag weliswaar aangekondigd dat hij in beroep gaat tegen het vonnis, dat ontslaat hem niet van de verplichting per 1 januari 2012 een overgangsregeling te treffen. Dat is prettig voor de kunstenaars die zo nog een tijdje van de wet gebruik kunnen maken, maar het is maar iets meer dan een pyrrusoverwinning. Nieuwe kunstenaars die niet voldoende in hun eigen inkomsten kunnen voorzien, vallen buiten de regeling en worden verwezen naar de bijstand, met de op zichzelf juiste verplichting werk te zoeken die dat met zich meebrengt. Een parlementaire meerderheid heeft de opvatting van De Krom gesteund dat kunstenaars niet die ene beroepsgroep zijn waarvoor de wet een uitzondering moet maken.

Dat past in het cultuuronvriendelijke beleid van het kabinet: kunst, vooral beeldende kunst, wordt meer en meer beschouwd als een hobby, niet als iets waarmee de maatschappij en de beschaving hun voordeel doen. Een profijt dat soms pas op termijn blijkt, en waarvoor eerst tijd nodig is. Tijdelijkheid die het kenmerk is/was van de WWIK-regeling.

De rechter verwijst in zijn vonnis naar Europese rechtspraak die heeft bepaald dat ook sociaal zekerheidsrecht een eigendom vertegenwoordigt dat niet zomaar kan worden afgepakt. De kunstenaar die door de bezuiniging wordt getroffen moet de tijd krijgen om zijn beroepspraktijk aan de nieuwe omstandigheden aan te passen, aldus de rechter.

De Eerste Kamer is pas op 20 december 2011 akkoord gegaan met de afschaffing van de WWIK. Toch vindt De Krom dat kunstenaars voldoende tijd hebben gehad om zich hierop voor te bereiden, omdat het voornemen al in 2010 in het regeerakkoord van VVD en CDA was te lezen.

Dat is een dubieuze redenering. Een regeerakkoord is geen wet noch de formele afschaffing van een wet. Volgens de bewindsman doet kennelijk het maatschappelijk discours over een dergelijk voornemen er niet toe en evenmin het debat erover in Tweede en Eerste Kamer, omdat de uitkomst al zou vaststaan. In wezen schoffeert staatssecretaris De Krom op deze manier het parlement.