Krabbé gaat erop en erover

De geestigste literaire voorspellingen zijn van Coen Peppelenbos, de voorman van Tzum. Zoals elk jaar: ‘De nieuwe roman Herman Brusselmans heeft een hoofdpersoon die erg op Herman Brusselmans lijkt, de hele dag scheldt, racistische, homofobe en seksistische opmerkingen maakt, drinkt en rookt’ (in 2011 twee keer uitgekomen) of ‘Bol.com meldt dat e-books nog steeds in opkomst zijn’. En – in toenemend absurdisme: ‘Joop Schafthuizen verbiedt het verzameld werk van Gerard Reve’, ‘Museum Meermanno maakt fusie met De Efteling bekend’ en ‘Boekenbijlage NRC halveert’.

Elk jaar voorspelt Peppelenbos ook dat een recensent van Vrij Nederland zichzelf een complimentje zal geven als echte criticus – wat altijd uitkomt. Op het gevaar af volgend jaar te figureren als de (niet gehalveerde) NRC-criticus die zichzelf een compliment geeft voor zijn voorspellingen: ik schreef 12 maanden geleden dat Tonnus Oosterhoff de P.C. Hooftprijs moest en zou winnen. En de Libris- en AKO-prijs had ik, nu ja, bijna goed: de winnaars niet, maar Marente de Moor, Yves Petry en de dubbele nummer twee Peter Buwalda zaten bij mijn shortlist-voorspelling.

Dit jaar gaat het zo: eerst wint Anne Vegter de VSB-prijs (ze is al genomineerd). Dan maakt de Librisprijs bekend dat Tonio van A.F.Th. van der Heijden wordt uitgesloten omdat het geen fictie is. Wel genomineerd worden Stephan Enter (Grip), Jan van Mersbergen (Naar de overkant van de nacht, de winnaar volgens Peppelenbos), Anna Enquist (De verdovers, haar best ontvangen roman in jaren), Erik Vlaminck (Brandlucht, hij is bizar genoeg nooit genomineerd) en Johan de Boose (Bloedgetuigen, omdat de juryleden die het boek niet uitlazen de enthousiastelingen niet durven tegenspreken). De prijs gaat naar Enter, omdat de Librisjury er niet elk jaar naast kan zitten.

Bij de AKO twijfelen ze lang over de in mei te verschijnen novelle van Arnon Grunberg, maar gaat de prijs onverwachts naar Tim Krabbés non- fictieboek over Columbine – Krabbé stuurt voor het eerst in jaren een boek in voor een literaire prijs.

Grunberg wint wel de P.C. Hooftprijs, al is het maar omdat er in elke jury iemand zit die een enorme hekel aan Jeroen Brouwers heeft en iemand anders Margriet de Moor niet kan luchten of zien. En, o ja, de Tzumprijs gaat naar Gerrit Komrij voor een 22 woorden lange zin uit zijn nieuwe roman De loopjongen.